Campertochten
van Walslot
2004

Yukon en Alaska 

                                                                                         

We waren al eens eerder in de USA met vakantie, met een huurauto van motel naar motel. In het zuidwesten, de staten California, Nevada, Arizona, New Mexico en  Wyoming. We wilden nu naar een ander deel en dan met een camper. De keus viel op Canada en een stukje USA, met name het noordelijke deel, Yukon, Northwest Territories en Alaska. Bij verschillende touroperators folders opgevraagd en bezoeken gebracht. Bij de één was de vliegprijs nogal hoog en bij de ander mocht niet op gravelwegen gereden worden, maar zelfs officiële Highways zijn daar gedeeltelijk gravel. Dus dat was een "must"Op het reisbureau van de ANWB konden ze een goedkope reis aanbieden.  We hebben afgesproken dat ze de vliegtuigstoelen 2 dagen zouden vasthouden. Thuis gekomen zijn we op internet gaan surfen. We hebben een aantal vragen rechtstreeks naar een camperverhuurmaatschappij in Canada gemaild. De volgende dag kregen we  al antwoord. Mochten bij hun op alle officiële Highway's, dus ook de gravelwegen. Bij de ANWB toen de vliegreis besproken. Met de camperverhuurder nog wat heen en weer gemaild met vragen. Op alle vragen kwam vlot antwoord en we kregen zelfs de verzekeringsvoorwaarden in het Nederlands gemaild. Besproken via internet. De creditcardgegevens konden via mail maar ook via de fax verzonden worden. Daarna al surfend op internet en via een routeplanner, in grote trekken, de trip voorbereid.

Vrijdag 10 juni. 
Vertrek om 8.00 uur uit Froombosch.

Aankomst Schiphol om 10.15 uur. Hier blijkt dat ons vliegtuig van 14.00 uur een  half uur later zal vertrekken. We kunnen wachten of meteen inchecken voor het vliegtuig van 11.00 uur. Dat laatste hebben we dus maar gedaan.  Anders werd het in Londen erg krap voor de aansluiting naar Vancouver, want het is een heel eind van terminal 1 naar terminal 3.  Geen tijd dus voor koffie en bijna geen afscheid kunnen nemen van zoon Mark, die ons wegbracht. Voor de rest is de reis op rolletjes verlopen. Uiteindelijk waren we om 23.15 uur plaatstelijke tijd in Whitehorse, toen was het in Nederland al 8.15 uur op 11 juni. We waren om 24.00 uur, plaatselijke tijd,  in het motel. Het was dus een hele lange dag.

       

                                                                                                                 River View motel

Zaterdag 11 juni: Een blauwe hemel en rond de 20 C.

We waren duidelijk nog niet aan de nieuwe tijd gewend en dus erg vroeg wakker. Om 9.00 uur een taxi besteld en naar het camperverhuurbedrijf gegaan. Daar kwamen we het Nederlandse stel weer tegen waarmee we gisteravond bij het vliegveld samen op een taxi hebben staan wachten. Gezamenlijk kregen we de uitleg van de campers. Hierna de koffers in de camper en toen bleek het al weer half twaalf te zijn toen we uiteindelijk wegreden. We dachten even vlug boodschappen te gaan doen, maar dat viel toch wat tegen. Het blijkt dat je in Canada in de “likeurwinkel” moet zijn voor een flesje wijn en bier. Aangezien we een drankje 's avonds toch wel gezellig vinden, hebben we deze winkel ook nog maar opgezocht en een voorraadje ingeslagen. Daarna op zoek naar een camping. Dat lukte snel. Koffers uitgepakt, boodschappen opgeruimd en een email naar het thuisfront gestuurd dat de reis goed verlopen is. Mobiel bellen is hier niet mogelijk, geen dekking. Hier blijk je een satelliettelefoon nodig te hebben. Er is ons verteld dat het in de grotere plaatsen die we in Alaska aandoen wel mogelijk is.

 

                                                                   Fraserway

Zondag 12 juni: Eerst zon, daarna een bui en rond de 18C. En nu heel zonnig.

Vanmorgen geprobeerd te bellen met een vaste telefoon. Zelfs met hulp van Amerikanen en Canadezen is dit niet gelukt. De mensen zijn allemaal heel vriendelijk en behulpzaam. Daarna vertrokken uit Whitehorse, na eerst nog “antimuskiet” te hebben gekocht. Dat was hard nodig, want ze zitten hier bij bosjes. Eerst een stuk over de Alaska Highway en daarna rechtsaf de Kluane Highway op  richting Dawson City. Een hele rustige weg, nauwelijks verkeer. Qua natuur lijkt het heel erg op de vlakke stukken in Lapland. Wel aankondigingen van elanden op de borden langs de weg, maar niets gezien. We zijn gekomen tot Stewarts Crossing en hebben daar een camping opgezocht. Het is nu 21.45 uur en de zon staat nog hoog aan de hemel. Dat wordt dus weer slapen met “het licht aan”. Morgen verder richting Dawson City.

              

Maandag 13 juni: Strak blauwe lucht 20C. Voor ons ideaal weer.

Vanmorgen op weg gegaan naar Dawson City, dat was niet zo ver. Onderweg bij diverse mooie plekken gestopt, waardoor we er toch nog vrij lang over gedaan hebben. We hebben erg veel stukken verbrand bos gezien. De Canadezen zetten er op een bord bij wanneer de brand geweest is. Dan kan men zien hoelang het duurt voordat zoiets zich hersteld heeft. Zelfs bij een verbrand stuk uit 1958 kun je nu nog zien dat het zich niet volledig hersteld heeft. We kwamen ook langs een breuklijn, de Tintina trench,  waar twee continenten tegen elkaar aangeschoven zitten. De ene is er onder geschoven en dus bergen en restanten van vulkanisme. Indrukwekkend gezicht. We hebben onderweg ook onze eerste ster in het “Windshield” (voorruit) opgedaan, dankzij een grote, scheurende vrachtwagen. Hadden we dit nou toch maar verzekerd, maar we dachten dat ons dit niet zou overkomen. Rond 15.00 uur in Dawson City, midden in het plaatsje op een RV Camp aangekomen. Bij de receptie lazen we dat het een Wifi punt is. Aangezien de notebook aan een netwerk of een telefoonlijn koppelen niet lukt of schreeuwend duur is hebben we bij een plaatselijke computerzaak een Wifisetje gekocht. Dit kregen we, ook met behulp van de computerwinkel, niet aan de praat. Na nog wat experimenteren in de camper en hulp van een gepensioneerde Canadese IBM-er draait het nu toch. Vlak voor Dawson City hebben we de gevolgen van goudwinning voor de natuur gezien. Zonde. Morgen gaan we de graafmachine (dredge) bekijken en doen mee aan een rondleiding.

                                                                                                                         Gold Rush Camp                                                         

Dinsdag 14 juni: Als gisteren, maar dan 24C, in de namiddag een buitje.

Vanmorgen een voorraadje levensmiddelen ingeslagen voor de komende dagen en het is ons eindelijk gelukt naar Nederland te bellen met een vaste lijn. Daarna hebben we de Klondike goudzoek velden bekeken en de gevolgen van machinaal delfen voor de natuur. Desondanks is het wel indrukwekkend. We hebben van een gids een rondleiding gehad in zo’n grote graafmachine uit het verleden. Dit was interessant, het is precies een baggermolen, maar deze baggert stenen en grond voor zich uit. Het gevaarte blijft drijven in het meertje dat hij zelf maakt in de kreek waarin gebaggerd wordt. Het gebeurt nu alleen nog op veel kleinere schaal, maar er zit nog steeds goud. Misschien gaan we, als we hier weer langs komen, nog wel even zoeken, dan hebben we de reis er misschien uit. Vanavond fish en chips gegeten in het dorp, op local way klaargemaakt met verse zalm uit de Yukon river. Morgen gaan we de Dempster Highway op en volgen er een aantal dagen van radiostilte. Geen internetmogelijkheden, alleen maar bush bush.

                      

Woensdag 15 juni: Alweer een stralend blauwe hemel, afhankelijk van de hoogte waarop we zitten 12 tot 17C.

Tijdens het lezen van alle informatie die Ide her en der opgevraagd had, kwam in alle folders en reisverslagen de Dempster Highway voor. Volgens de informatie is het “a challenge for some people, but for most visitors a thrill of their lifetime”. Het is over de hele lengte een gravelweg en het bijzondere eraan is de dikte van het gravelbed, 1,2  tot 2,4 meter. Dit gravelbed ligt op permafrost. De weg loopt van Dawson City naar Inuvik en is bijna 800 km. lang. Hij voert door gebergtes, valleien, langs en over rivieren, hoogvlaktes en de toendra. Dus een verscheidenheid aan landschappen. Er zijn verschillende wilde dieren te zien, zoals elanden, rendieren, beren, wolven en vogels enz.. Je moet natuurlijk wel geluk hebben. Zo zien andere mensen in Noorwegen altijd een eland en wij alleen maar rendieren. Vandaag zijn we dus begonnen aan deze trip waar we ons erg op verheugd hebben. Aan het begin van de highway wist de pompbediende precies wat de bedoeling was en gooide de tank tot de laatste druppel vol, je kunt nl. na 450 km. pas weer tanken. Nou hebben we het idee dat we genoeg diesel hebben tot dat punt, want er gaat 90 liter in. We hadden ons op het ergste voorbereid, maar het gedeelte dat we vandaag gereden hebben was goed te doen. We zijn tot aan Eagle Plains gekomen (369 km.), dit was volgens planning. We zijn veel mooie punten tegengekomen waar we gestopt hebben om even op ons gemak rond te kijken. Op een gegeven moment stonden we weer stil om te filmen en foto’s te maken. Een motorrijder die er ook stond, hoorde ons praten en zei: “Dit is nog eens  wat anders dan in Vaals Limburg”. Hij bleek de zoon van Nederlandse emigranten te zijn en al veertig jaar in Canada te wonen. Z’n Nederlands was nog uitstekend, weliswaar met een Canadees accent. Even gezellig met hem staan praten. Onderweg kwamen grote vrachtwagens je behoorlijk hard voorbij en tegemoet scheuren. Je houdt je hart vast bij het idee voor weer een ster erbij in de voorruit. Waar we in Noorwegen altijd op hoopten is hier gebeurd, zomaar aan de kant van de weg, bij een rivier  hebben we 2 vrouwtjeselanden gezien, waarbij het leek dat de ene uitgebreid voor ons stond te poseren.  Een belevenis. We hebben haar aan alle kanten gefilmd en gefotografeerd en zeker 10 minuten vol bewondering zitten kijken. Bij het wegrijden zagen we de andere, maar die was wat schichtig en verdween vlot in het struikgewas. Nu nog de beren die we graag willen zien. De bergketens zijn heel verschillend van vorm, aan de ene kant rond en afgesleten in de ijstijd, aan de andere kant van de brede vallei puntig, een jong gebergte dus. Dit is het gevolg van de breuklijn zoals eerder in het verslag genoemd. Wat ook opviel was dat er zoveel kleurverschil zit in de verschillende bergketens. Het was ook avontuurlijk, want zo nu en dan kwam je een bord tegen waarop stond dat er grote stukken rots naar beneden kunnen vallen. Nou, we hebben ze zien liggen aan de kant van de weg!!! Je mocht daar dan ook niet stoppen. Ook waren er verschillende stukken weg die gebruikt worden als noodvliegveld voor ongelukken e.d.. Moe, maar voldaan van alle indrukken die we opgedaan hebben, waren we rond 16.00 uur in de middag bij Eagle Plains  waar we op een RV Camp zijn gaan staan. Ide heeft gekookt. Voor het gemak hadden we bami in blik gekocht. Maar bij het openmaken bleek er alleen bamiegroente in te zitten. Gelukkig hadden we ook rijst ingeslagen, dus hebben we de bamigroente maar bij de rijst gedaan en een dag vegetarisch gegeten. We moeten dus beter lezen wat er op zo’n blik staat en niet alleen op het plaatje afgaan. Maar het smaakte uitstekend. Morgen passeren we de poolcirkel en hopen tegen de avond in Inuvik aan te komen.

                   

                                                                                                                 Eagle Plains

Donderdag 16 juni: Bewolkt. Van 6C in de morgen tot 19C in de middag. Af en toe een paar regendruppels.

Gisteravond laat nog een foto gemaakt van  een hele grote Amerikaanse camper, met een gewone auto erachter. Deze auto zat zo onder het stof dat je niet meer kon zien wat de kleur was. Het leek op een autootje van klei. Op tijd vertrokken, want Diny was al om 6.00 uur wakker. De tank weer vol, de diesel kostte hier veel meer dan in bijv. Dawson City, maar ze hebben dan ook geen concurrentie en je hebt het toch nodig voor de rest van de reis. De zon stond al behoorlijk hoog aan de hemel. Hij is volgens ons de hele nacht te zien geweest. Dit kan wel kloppen, want het is ook bijna 21 juni en we zitten vlak bij de poolcirkel op een hoogvlakte. Toch goed geslapen. De eerste stop was na ongeveer 40 km. bij de poolcirkel. Hier wordt er even weinig gedoe van gemaakt als in Zweden. Finland en Noorwegen maken er een veel grotere happening van. Hier stond alleen maar een informatiebord. Even rondgekeken, wat foto’s gemaakt en daarna weer verder. Vlot daarna werd de weg behoorlijk slechter, er was een nieuw gravelbed aangelegd, wat nog niet vast was gereden. De weg voerde door de Richardson Mountains, ook erg mooi. Hier hebben we ergens vogels gezien die op kraanvogels leken, ze waren erg mooi, maar het merk weten we niet. Toen we even stilstonden om van alle moois om ons heen te genieten, zagen we dat we een lekke achterband hadden. Eerst maar even gefilmd en foto’s gemaakt. Toen de krik (gelukkig een hydraulische) en het gereedschap tevoorschijn gehaald en het wiel er afgehaald. Maar toen kwam het volgende probleem. Het reservewiel zit nl. onder de auto. Ide zag niet direct hoe hij dat wiel er onder wegkreeg. Ze hadden ons niet verteld hoe dat moest. Uiteindelijk bleek er aan de achterkant van de auto, verstopt achter een plastic dopje, een slotje te zitten. Dat maar eens opengemaakt en toen zag Ide een buis die naar het midden van het reservewiel loopt. Waarschijnlijk moest je daar wat insteken. Wat met de verlengstukken van de krik gekloot en al draaiend zakte het wiel aan een draadje naar beneden. Een staaltje van Amerikaans vernuft. Afijn, hierna ging alles zoals het hoort te gaan. Ondertussen heeft Diny dit allemaal staan filmen en fotograferen, waarna bleek dat het fototoestel vol was. Dus de computer opgestart en de foto’s ingeladen. Hierna kon de reis vervolgd worden. Wel een beetje eng zonder reserveband met al die puntige steentjes. Na 70 km. toendra bereikten we Fort Mc Pherson. Hier wilden we onze band laten maken, maar de plaatselijke bandenplakker was “closed”. Er zat niets anders op dan het er maar op te wagen. Toen op de ferry over de Peelriver. Denk niet dat er mooie op- en afritkades zijn, alleen een sompig gravelbed wat continu vlakgeschoven wordt door bulldozers. Je bent dan ook blij als je weer op het stevige gravel staat zonder schade aan de auto. Verder door de toendra naar de volgende ferry. Deze ferry ligt op de samenvloeiing van 2 rivieren. Op de punt tussen deze rivieren ligt een klein dorpje. Dit dorp wordt tussendoor even aangedaan door de ferry. De mensen die daar zijn moeten, moeten achteruit de ferry af, door een zelfde soort sompige op- en afrit. Daar waar we nu reden, kwam je nog minder auto’s tegen dan gisteren. We hebben de indruk dat de meeste mensen bij de poolcirkel teruggegaan. Maar wij wilden hem helemaal rijden, je weet nooit wat er achter de volgende berg nog te zien is. Maar dat weten we nu wel, vanaf de Richardson Mountains is dat alleen maar 200 km. toendra tot aan Inuvik en dat is wel een beetje veel toendra op een dag. Als we dit geweten hadden waren we na deze mountains misschien wel teruggegaan naar Eagle Plains. We hebben op dit stuk nog wel een haas, diverse eekhoorns en een coyote gezien. De coyote maakt de 200 km. een beetje goed. Op de grens tussen Yukon en North West Territories hebben we de horloges een uur vooruit moeten zetten. Tijdens de lange rit door de toendra is Ide alle knopjes aan het stuur eens gaan bestuderen. Bleek dat we toch cruisecontrol hebben. Terwijl de verhuurder zei dat dat op deze camper niet zat. Om 18.00 uur op de camping in Inuvik aangekomen, waar we het nog erg druk gehad hebben, want toen we onderweg een keer stopten om koffie te zetten, bleek de hele camper van binnen ondergestoven te zijn, je kon je naam op de tafel schrijven. Dit is in de toendra gebeurd, want daar stoof het verschrikkelijk. Ide heeft de kussens buiten met de vliegenmepper uitgeklopt, dit ging heel goed. Diny heeft de camper gesopt. We hebben zelfs de dekens uit moeten kloppen. Later op de avond bleek dat meer campers hier last van hadden, een Amerikaan zei dat hij tien inch stof had. Maar bij een Amerikaan is alles groter en meer, daar zijn we ondertussen al achter. Voor ons is de Dempster al met al, ondanks de lekke band , de moeite van het rijden waard. De natuur is overweldigend. Morgen gaan we op zoek naar een bandenplakker en kijken of we tape kunnen kopen om de achterdeur van buiten af te plakken. Hier was het stof door naar binnen gekomen. Daarna gaan we het dorp bekijken.

           

                                                                                                              Dempster Highway

 

 Vrijdag 17 juni: Bewolkt en koud, met wind uit de Beringzee. 5C in de morgen, daarna niet veel warmer.

Eerst uitgeslapen, toen uitgebreid ontbeten en koffie gedronken. De camping is net als alle RV Camps niets bijzonders. Ze zijn puur ingericht op campers en andere grote vehicles. Van de hele grote weet je zeker dat er een Amerikaan mee rondrijdt. De Amerikaan met z’n kleiautootje staat hier ook. We weten nu welke kleur het autootje heeft, want hij heeft hem laten wassen. Daarna op zoek naar een bandenplakker en gevonden. We hebben nu tenminste weer een reservewiel voor de terugreis. Het dorp uitgebreid bekeken en bij een grote superstore plakband gekocht en wat lekkers voor bij de lunch. Het dorp viel wat tegen, maar er is een hele mooie kerk die in de vorm van een Iglo gebouwd is. Het is hier nl. Eskimogebied. Hij is jammer genoeg alleen op zondag open. Dus we hebben niet binnen kunnen kijken. De verdere dag wat geluierd en gelezen. Ide heeft zitten bekijken of we op de heenweg nog wat gemist hebben, wat we op de terugweg niet mogen missen. Morgen zien we de Dempster van de andere kant.

               

 

Zaterdag 18 juni: Een stralend blauwe hemel, maar nog steeds 5C, ’s middags oplopend naar 10C.

Alles opgeruimd, ontbeten, brood en koffie gemaakt voor onderweg. Omdat we de achterdeur af willen plakken met de tape kunnen we onderweg niet in de camper, daarom moeten we zorgen dat we alles eruit hebben wat we onderweg nodig hebben, dus ook aan de flessen water e.d. denken. Op de camping nog geprobeerd naar Nederland te bellen, maar dit lukte weer eens niet. Morgen weer proberen. Op de terugweg in de toendra weer een coyote gezien, dit zijn wel hele mooie beesten. Het eerste stuk was weer veel toendra, maar toen we in de bergen kwamen, bleek dat ze van de andere kant ook heel mooi zijn. Het blijft toch indrukwekkend. Onderweg spraken we nog mensen die gisteren naar Innuvik waren gereden. Ze vertelden dat het heel slecht weer was met regen en dus ook glad. Ze hadden drie uur moeten wachten bij de pont, omdat het water te ruw was. Wij hebben de dag daarvoor dus geluk gehad. Op een gegeven moment zagen we in de verte een aantal rookpluimen. Toen we op de camping aankwamen en er veel dichter bij waren, vertelde de pompbediende dat er drie bosbranden waren. De brandweer trachtte ze onder controle te krijgen voordat ze “out of control” zouden zijn.  Een uur daarna zagen we op een heel andere plaats nog een brand. Ondertussen zien we het nog op twee plaatsen behoorlijk roken. Omdat er maar een camping is in deze buurt, hadden we niks te kiezen, we staan weer op ons oude plekje. Vol spanning hebben we de tape verwijderd en in de camper gekeken. Het afplakken heeft nut gehad, er zat nog wel wat stof in, maar veel minder dan eergisteren. Ondanks de lage temperatuur is het in de zon alsof het 20 graden is, we hebben er dus nog een poosje van genoten. We worden al lekker bruin. Morgen rijden we het laatste en mooiste stuk weer. Op naar de camping in Dawson City.

           

                                                                                                                      en terug 

   Zondag 19 juni: Mooi weer vanmorgen vroeg, maar een erg koude wind 9C. Later op de dag bij Dawson 22C.

Na een behoorlijk koude nacht vroeg opgestaan. We zijn maar wat blij met het kacheltje in de camper. Na de deur weer dicht getaped te hebben, zijn we naar de receptie gegaan om nog een keer een poging tot bellen naar Nederland te doen. Dit was daar internationaal niet mogelijk. We kwamen daar ook de Amerikaan met z’n kleiautootje nog tegen en hij vertelde dat hij gisteren een lekke band had bij de poolcirkel. Zijn probleem was groter dan het onze twee dagen eerder, want hij kan zijn grote camper niet zelf opkrikken. De monteur moest dus vanuit Eagle Plains naar hem toekomen, het wiel meenemen, repareren en daarna weer terugbrengen. Hij heeft dus heel wat meer uurtjes dan wij stilgestaan en over de kosten zullen we maar niet praten. Bij het wegrijden zagen we nog steeds 2 branden en onderweg waren ze ook nog van ver te zien. Zo te zien hadden ze het wel onder controle. We kunnen merken dat het zondag is, voor ons gevoel zien we nu 1 auto in de 3 uur. Maar zonder gekheid, het is nog rustiger dan op andere dagen, weinig vrachtauto’s. Onderweg weer veel moois gezien, de bergen en de hoogvlaktes vervelen ons nooit en vanaf de andere kant ziet het er toch echt weer heel anders uit. Ide had gisteren nog gelezen waar we Dalsheeps konden zien en dat we met een verrekijker de “riverbanks” af moesten zoeken naar elanden en beren. Mooi niet dus, niks gezien, ook niet met de verrekijker. Wel langs de kant van de weg een zeer groot model “eekhoorn”, maar ook daar weten we het merk niet van. Wat we nog meer gezien hebben is een Bald Eagle. We hebben om onszelf moeten lachen. Tijdens  het langsrijden zagen we hem midden in een rivier zitten op een steen. Wij dus achteruit, zachtjes uit de auto, met video en fototoestel in de aanslag. Toen hij ons zag, vloog hij een stukje verder weg op een tak. Heel stil gefilmd en gefotografeerd. Daarna wilden we het wegvliegen ook wel graag filmen, dus toen zijn we met de autodeur gaan slaan, in de handen geklapt en geroepen, maar hij was niet van z’n tak af te krijgen. Uiteindelijk zijn we dus maar doorgereden. Hij was wel heel mooi om te zien. Vanavond gaan we nog de video en de foto’s op de computer bekijken, want we zijn heel benieuwd hoe hij er op staat. Ide zal ook proberen binnenkort wat foto’s op de site te zetten. In Dawson aangekomen even brood gehaald en daarna weer naar dezelfde camping gegaan.  Een pilsje genomen en daarna gegeten. Na de afwas de emails en de reakties op de site gelezen. Zowel de emails en de reakties op de site zijn voor ons leuk om te krijgen en te lezen. Hartelijk dank hiervoor. Toen we in ons verslag zetten dat we de bush bush ingingen en er dus een paar dagen radiostilte zou zijn, waren we al bang dat het thuisfront dit niet zo leuk zou vinden, alhoewel we weten dat onze jongens en meiden zich hier niet zo druk om maken. Een zus van Diny reageerde hier dus wel op. Ze kan gerust zijn, want we zijn dus weer veilig terug. Morgen een rustdag en fourageren en dan kunnen we er weer tegen.

                                

Maandag 20 juni: Een bewolkte dag en in de ochtend regen, ongeveer 18C.

Gisteravond nog de foto’s en de video bekeken. Je wilt niet weten hoeveel draadjes en apparaatjes er dan aan de notebook moeten, voordat je zover bent dat je de video kunt bekijken, voor de foto’s is gelukkig maar 1 draadje nodig. De Bald Eagle staat goed op de video, maar op de foto is het een beetje een zoekplaatje. Ook wat foto’s op de website bij de fotogalerij gezet. We hebben ook nog even het nieuws gelezen op internet. Het bericht over de fraude met de creditkaarten zijn we wel een beetje van geschrokken, hier betalen we op dit moment nl. bijna alles mee. We hopen dus maar dat er niet meer mensen gebruik gemaakt hebben van onze creditkaartgegevens. Vanmorgen uitgeslapen en na de gewone dagelijkse rituelen boodschappen gedaan. Vanavond voor het eerst in onze vakantie eens gewoon aardappels, vlees en groente gegeten. Veel werk, maar toch ook wel weer lekker. De ansichtkaarten geschreven. Dit was minder werk dan andere jaren, want we hoefden niet overal wat extra op te schrijven, we hebben op iedere kaart gewoon naar onze website verwezen. Lekker gemakkelijk. Toen we de kaarten op de post deden zijn we nog even naar het plaatselijke kerkje gelopen. Dit bleek open te zijn en dus natuurlijk binnen gekeken. Diny heeft dus haar eerste kerkje deze vakantie weer van binnen kunnen bekijken. Het is voor haar nl. geen echte vakantie als ze geen mooie kerkjes heeft kunnen bekijken. Van de camper de vuilwatertank geleegd, schoon water bijgevuld en we zijn klaar om morgen richting Alaska te vertrekken. We gaan dan de Highway Top of te World op en weten nog niet of we op de volgende RV Camp weer online kunnen.

Dinsdag 21 juni: Zonnig, ongeveer 20C.

Vandaag stond dus de Higway Top of the World op het programma. Ook hier hadden we van gelezen dat hij erg mooi is om te rijden. De weg loopt van Canada naar Alaska. Na getankt te hebben zijn we vertrokken uit Dawson City. Direct buiten het stadje moesten we met de ferry over de Yukon river. Daarna ging het  direct bergopwaarts. De eerste 120 km. in Canada tot aan de grens met Alaska loopt voornamelijk over de bergtoppen en bestaat gedeeltelijk uit asfalt, afgewisseld met stukken gravel. De natuur onderweg is toch weer heel anders dan op de Dempster Highway. We komen nu over de toppen van de bergen, met prachtige vergezichten en diepe dalen. Je moet niet teveel naast je kijken, want daar is het wel heel diep. Onderweg dus ook veel gestopt om even op ons gemak rond te kijken en te filmen. Bij de douane in Poker Creek gekomen, moesten we papieren invullen om een ontheffing van de visumplicht te kopen. Het was dus maar goed dat we al Amerikaanse dollars ingeslagen hadden. Ook kregen we een heel mooi stempel in onze passen van een Caribou. Hier moesten we onze horloges een uur terugzetten. Het tijdsverschil met Nederland is nu 10 uur. In Alaska loopt de weg niet meer over de toppen, maar langs de hellingen en door de dalen. Hier is het wegdek ook beduidend slechter dan in Canada. Onderweg ook nog weer allerlei restanten van goudwinning gezien, kleine en grote dredges die voor oud vuil achtergelaten zijn. In een riviertje nog gezocht naar goudklompjes, maar de goudzoekers hadden hun werk goed gedaan. We hebben wel het idee, als we met een goudpan aan het werk gaan, dat we nog stofgoud kunnen vinden, gezien al het geglinster in het water. Na verloop van tijd kwamen we bij  het  plaatsje Chicken, ja zo heet het echt en verderop ligt Tok. En om het nog mooier te maken, ligt vlak voor Chicken een beekje dat Lost Chicken Creek heet. Omdat we genoeg van het rijden hadden, zijn we daar op een camping gegaan. Als je je tank vol liet gooien, hoefde je geen stageld te betalen. Als goede Nederlanders hebben we dat dus maar gedaan. We waren mooi op tijd en hebben de hele middag van de zon kunnen genieten. We stonden aan een beekje. We hebben veel medecamperaars terug zien komen met hun goudpan, of ze rijk geworden zijn weten we niet.

                                                                                     Chicken

Woensdag 22 juni: ’s Morgens zonnig, 9C, onderweg regenbuien en onweer, 20C.

Omdat we nog niet veel wilde dieren hebben gezien tot nu toe, zijn we vanmorgen om 6.00 uur opgestaan en reden om 7.00 uur al van de camping af. Dit hadden we dus niet hoeven doen, want tot aan Tok hebben we eigenlijk alleen maar verbrand bos op de berghellingen gezien en we denken dat ze daar niet zitten omdat daar niets te eten is. Vlak voor Tok kwamen we op de Alaska Highway. We hadden gisteravond al besloten om vandaag zo dicht mogelijk bij Fairbanks te komen. Dit wilden we, om genoeg tijd over te houden voor het zuiden van Alaska. Daar schijnt het ook heel mooi te zijn, met gletsjers e.d..Vlak voor Fairbanks kwamen we door het plaatsje North Pole. Hier woont Santa Claus volgens de Amerikanen. Maar wij weten het niet zeker, want in Finland hebben we hem zelf bij Rovaniemi op de poolcirkel gezien en in Zweden woont hij in Tomteland. Wat is nou de echte, wij weten het echt niet meer. Maar natuurlijk zijn we wel even gaan kijken. We hadden pech, want de Kerstman deed net z’n middagslaapje, op z’n stoel stond een bordje met de mededeling dat hij om  15.00 uur terug zou zijn. Daar hebben wij dus maar niet op gewacht. Wel hebben we hier alvast de kerstkaarten gekocht, zijn we daar dus ook al klaar mee. Daarna doorgereden richting Fairbanks, waar we nu vlakbij op een camping staan. Hier hebben we bij aankomst onze camper gewassen, het ergste stof is er weer af. Vanavond alweer aardappels met groente en vlees gegeten, we worden wel erg degelijk. De komende vijf dagen zullen we maar weer pasta of rijst eten. Morgen Fairbanks bekijken en dan richting Denali national park

                                                                            

                                                                            North Pole, woonplaats Amerikaanse kerstman 

Donderdag 23 juni. ’s Morgens zonnig 11C, bij Denali 19C met een regenbui, 's avonds zon met sluierbewolking.

Om te beginnen iets over de temperatuur, het valt ons iedere keer weer op dat, als de zon schijnt, de gevoelstemperatuur een stuk hoger is dan de thermometer aangeeft. We lopen dan in ons T-shirt met korte mouwen en vinden dat we weer mooi weer hebben. Vandaag zijn we vertrokken van de camping en zijn eerst Fairbanks gaan bekijken. Dit is een van de grotere plaatsen in Alaska. Het viel ons op dat het er zo schoon is. Diny haar dag was weer goed, we hebben een kerkje van binnen bekeken. Vanuit Fairbanks zijn we nog een klein eindje naar het noorden gereden om de Alaska Pipeline te bekijken. Deze loopt van Prudhoe Bay in het uiterste noorden naar Valdez in het zuiden en voor het grootste deel bovengronds. Ze sturen er, behalve olie, ook varkens doorheen, pigs zo noemen ze die hier. Dat zijn kunststof kegels ter grootte van de diameter van de buis, die van pompstation naar pomstation meegestuurd worden. Ze zijn er in twee soorten, de ene is om de wanden schoon te houden en de doorstroming te bevorderen. De andere is voorzien van meetapparatuur om beschadigingen aan de buis op te sporen. Daarna zijn we naar het nationale park Denali gereden. Dit duurde lang vanwege de vele wegwerkzaamheden. Je wordt hier zomaar langs de kant van de weg gezet en moet soms wel een kwartier wachten op een “Pilotcar”, waar je dan langzaam achteraan mag rijden. Deze “Roadconstruction Ahead” waren over ongeveer 25 mijl, waarbij we ieder moment achter een pilotcar aanreden. Toen we daarna weer meer vaart hadden, stak plotseling een coyote vlak voor ons de weg over. Dit was  een “near mis”. We hebben hem nu heel goed gezien. Een eind verder zaten we achter 3 hele grote campers, waarvan de eerste plotseling stil bleef staan. Ide stuurde wat naar rechts zodat Diny kon zien wat er aan de hand was. “Ide, beren in de berm” riep ze en greep naar de videocamera. Nog dichterbij gekomen leken het echt op zwarte beren. Toen we er echter vlak bij waren bleken het twee grote New Foundlanders te zijn. Wij denken dat onze zoon en schoondochter zich nu bescheuren van het lachen, want zij hebben zelf twee van deze “beren”. Zelf hebben we er ook smakelijk om gelachen en er nog steeds lol om. Bij het Denalipark aangekomen hebben we een campingplaats besproken en zijn toen nog doorgereden naar het Visitorcenter. Hier hebben we een bustocht in het park besproken voor morgen, je mag er nl. niet met de eigen auto in. Daarna naar de camping waar we, vanuit de camper, een prachtig uitzicht over de rivier hebben en Rafters door de stroomversnellingen zien glijden.

           

 

De hele dag ongeveer 10C, met in de middag regen, ’s avonds zon.Vrijdag 24 juni: De

Op tijd opgestaan, want we moesten om 8.45 uur in het Denalipark bij de bus zijn. Vertrek om 9.00 uur. We hadden een tour van 8 uur door het park besproken. De tocht gaat over bergen en door valleien en 63 mijl het park in en natuurlijk ook weer terug. Het Nationaal Park Denali is 2,4 miljoen hectare groot en beschermd gebied. Daarom mag je er ook niet met je eigen auto in, alleen met een bus. Er is wel midden in het park een RV Camp, hier mag je mondjesmaat naar toe. Je moet het ruim van tevoren bespreken, want anders is het vol. Het wild wat aanwezig is, is nog echt wild. We waren nog niet lang onderweg, toen we in de struiken een eland met jong zagen. Dat was een goed begin. Een eindje verder zagen we een vos en op de berghellingen liepen meerdere dalsheep. Telkens als iemand dieren zag moest hij “stop” roepen. De chauffeur stopte dan meteen en je kreeg ruim voldoende tijd om te kijken, te filmen en te fotograferen. Ook hebben we verschillende caribou’s gezien, iedereen vond ook deze beesten prachtig, maar voor ons was het gewoon een kudde rendieren, waar we al vaak middenin hebben gestaan in Noorwegen en Zweden. Natuurlijk blijft dit wel mooi om te zien. Op een bepaald moment wees de chauffeur ons op het hol van een vos, waar ook jongen bij rondliepen. Ze liepen in en uit het hol. Heel mooi om te zien. Vlak voor het keerpunt zagen we op de berghelling een Grizzlybeer met 2 jongen. Eindelijk, maar toch. Dit was iets waar iedereen wild enthousiast over werd. Er werd ook hier uitgebreid gefilmd en gefotografeerd. Op de terugweg kwam er zomaar opeens langs de kant van de weg een bruine beer uit het struikgewas. Ide heeft hem heel mooi op de film. We hebben volop van deze beer kunnen genieten, want hij bleef eerst naast de bus lopen en daarna ging hij er vlak voor lopen. De bus moest erachter blijven. Op de terugweg hadden we behoorlijk veel regen, we hebben zelfs nog sneeuw langs de kant van de weg gezien, die zojuist gevallen was. We waren natuurlijk niet alleen voor de dieren gegaan, maar ook voor de natuur. Die was overweldigend. Prachtige bergen en dalen. Een aanrader voor iedereen die naar dit gebied gaat. We hebben deze dag ook wat geleerd. Wat wij op de weg naar Inuvik toendra noemden, heet volgens de chauffeur taiga. Pas als de bomen er niet zijn of heel laag, dan heet het toendra. Achteraf wisten we dat ook wel. Rond 17.30 uur waren we weer terug bij de camper, waarmee we zijn doorgereden naar het volgende dorp en daar staan we nu op een RV Camp, moe maar voldaan. Morgen kijken we verder.

           

              

                                                                                                                                           Denaly NP

Zaterdag 25 juni: Vanmorgen regen en 10C. Vanmiddag zon en 21C.

Afgelopen nacht was het voor het eerst weer wat schemerig. Dat komt doordat we nu afzakken naar het zuiden. Dat sliep toch ook wel weer lekker. We wilden vandaag zover mogelijk richting Anchorage zien te komen. Van Cantwell naar Anchorage is 350 km. over de Park Highway. Deze loopt langs het Denali Park en door een vallei met aan beide zijden mooie bergketens met nog heel veel sneeuw erop. Een prachtrit. Vanuit de verte hebben we de Mount Mc Kinley, die midden in het park ligt, ook nog gezien. Dit is de hoogste berg van Alaska. Er was weinig verkeer en we konden dus goed opschieten. Ondanks dat we ook nog op diverse plaatsen zijn gestopt om even op ons gemak om ons heen te kijken, waren we toch al om half vier in Anchorage. Onderweg hebben we ook nog boodschappen gedaan bij de Wal Mart. De eerste camping waar we kwamen was zo duur dat we net zo goed in een hotel hadden kunnen overnachten. We staan nu op een gemeentecamping tussen de bomen. Morgen willen we naar het Kenai schiereiland, nog verder naar het zuiden.

                                               

Zondag 26 juni: Zonnig, vanmorgen 10 C, vanmiddag oplopend naar 22C.

Gisteren was het later op de avond koud en hadden we ons gaskacheltje aan. Plotseling ging het uit. Gas op. Vanmorgen bij het opstaan dus geen koffie!!! Wie ons kent, weet wat dat voor ons betekent. Opgestaan, vlug gewassen, aangekleed en toen gaan rijden. Op zoek naar gas. Na enig zoeken toch nog redelijk vlug gevonden bij een benzinepomp. Hier is de gastank gevuld en toen hebben we maar vlug een parkeerplaats opgezocht, koffie gezet en ontbeten. We hadden een dag in Anchorage willen blijven, maar de camping was maar zo zo. Gisteravond hadden we daarom al besloten om toch maar door te rijden richting Homer. Dit ligt op het Kenai schiereiland ten zuiden van Anchorage en we hadden gehoord dat het daar mooi is. De weg daar naar toe is in ieder geval grandioos. We hebben ons regelmatig de ogen uitgekeken, zo mooi is het daar. Bergketens met sneeuw en gletsjers en aan de andere kant van de weg de zee. Op een gegeven moment knipperde iemand met zijn lichten. Ide dacht dat dat betekende dat er verderop politie stond. Maar nee, langs de kant van de weg, in de struiken liep een eland met een groot gewei op z’n kop. Dus een mannetje, dat was helemaal prachtig, die hadden we nl. nog niet gezien. Ze zijn een stuk groter en indrukwekkender dan de vrouwtjes. We hebben uitgebreid gefilmd en gefotografeerd. Maar de videocamera deed een beetje vreemd. Verderop op een parkeerplaats even gekeken of de opname goed was. Nee dus!!! We denken dat de bandjes blijven plakken omdat ze niet vaak genoeg gebruikt worden. We hadden ook al soortgelijke problemen met een ander bandje. Ide is op dit moment bezig alle bandjes een paar keer heen en weer te spoelen. Hij denkt dat dat helpt. Jammer alleen dat het probleem zich net voordeed toen we die eland zagen. Maar “gelukkig hebben we de foto’s nog”. Een heel eind verder stak er zomaar opeens een vrouwtjeseland vlak voor onze auto de weg over. Weer gestopt en gefilmd, dat is gelukkig wel gelukt. Nu staan we op de camping in Homer. Deze camping ligt op een landtong in de zee. We wilden graag op deze camping staan, omdat het een wifipunt is. Toen we vanmiddag dan ook aankwamen hebben we meteen geprobeerd of het werkte. Niet dus, Ide naar de receptie met de notebook onder de arm. Daar aangezet en geprobeerd. Daar werkte het wel. Volgens de man achter de balie stonden we dan te ver van het accesspunt. We hebben toen gezegd dat we een andere plaats wilden. Dat is gelukt, nu werkt het. De mail en het gastenboek gelezen. Leuke reakties gehad. We blijven hier morgen staan en vertellen dan wel hoe mooi het hier is.

            

 

Maandag 27 juni: Zonnig, met een koude wind, 12C.

Gisteravond ging het internetten toch nog met horten en stoten. Toen we dus vanmorgen deze dag nog gingen bijbespreken, hebben we een plek nog dichter bij het accesspunt genomen. Nadat we verhuisd waren, hebben we de was gedaan. Dat mocht wel na 2 ½ week. We zijn hier toch wel de hele morgen mee bezig geweest. Toen de was draaide en droogde, zijn we naar de fish hole gegaan. Dit is een visplas vol met zalm. Vanaf de kant zie je ze in scholen voorbij zwemmen. Hier staan veel mensen te vissen, mannen en vrouwen. Ze turen allemaal naar hun dobbers en zien de vissen er omheen zwemmen, maar bijten, ho maar. De frustratie straalde van de vissers af. We hebben ons werkelijk rot gelachen. Maar af en toe werd er toch een vis gevangen, soms wel van een meter lang. Dus bleef iedereen toch vertwijfeld staan vissen, misschien zat de volgende aan zijn haak. Na het eten zijn we gaan wandelen naar het eind van de landtong. Dat was toch verder dan we dachten. De landtong is bezaaid met souvenirwinkels, eethuisjes en plaatsen waar je in kunt schrijven op vistochten. We hebben wel heel grote vissen gezien, die ze aan het fileren waren. Dit zijn Halibuts (heilbot? ), een zeer groot formaat platvis. Terug bij de camper lekker buiten zitten lezen in het zonnetje, met veel kleren aan, want de wind was wel erg koud, wat wil je als je op een landtong zit. Later werd het behoorlijk bewolkt en zijn we maar naar binnen gegaan. Wat betreft gasverbruik worden we steeds inventiever. Vanavond worstjes in water warm gemaakt, daarna de eitjes voor morgenvroeg in hetzelfde water gekookt en toen dat water ook nog eens voor de afwas gebruikt. Nog even over de omgeving, we kamperen dus op een landtong in een baai. Deze baai  grenst aan de Pacific Ocean. We zien grote schepen voorbijvaren. Vanaf de landtong zie je aan twee kanten bergen met sneeuw er op en een gletsjer in de verte. Op de derde zijde van de baai ligt het dorp tegen een heuvel op. Een mooi gezicht. We hebben ook eens bekeken wat we nog allemaal willen zien en doen in dit gedeelte van het land, want het terugrijden naar Whitehorse kost ook een paar dagen. Morgen vertrekken we zeker naar Seward. We willen daar een boottocht langs de gletsjers maken. Wanneer we weer online zijn weten we niet, want het is niet zeker dat we nog een camping vinden waar ze wifi hebben.

 

 

           

                                                                                                                                            Homer 

Dinsdag 28 juni: Zonnig 10C, ’s middags zonnig en 25C.

Rond 10.00 uur vertrokken uit Homer, richting Seward. We wisten van de heenweg dat we weer een prachtweg gingen rijden. Helaas, deze keer geen elanden onderweg, maar het landschap maakte veel goed. Onderweg gestopt bij een Subway, dat is een hele grote supermarkt. Je kijkt je ogen uit wat er allemaal te koop is. Alles wat je ziet is groot en veel. Pizza’s als wagenwielen, geen grapje. We gingen alleen maar voor brood, maar kwamen toch weer met meer terug. We hopen dat we het op krijgen voor we naar huis gaan. Ook in Alaska moet je wijn en bier in de “likeurwinkel” kopen, hier was het een onderdeel van de Subway, maar met een aparte ingang. Dat was ons al eerder opgevallen als we boodschappen deden. Hier hebben we onze drankvoorraad aangevuld. Toen verder, Diny had op de heenweg een heel goedkope benzinepomp gezien buiten het dorp Soldotna. Dus daar moest getankt worden. Toen we daar aankwamen klopte het dat de prijzen laag waren, de pomp was blijkbaar al geruime tijd gesloten en inmiddels waren natuurlijk de prijzen wel wat gestegen. Daarna maar bij een andere pomp getankt die nog wel in bedrijf was. Wat betreft de benzine en dieselprijzen, daar wordt door de Amerikanen en Canadezen erg over geklaagd. Ze vinden dat ze erg hoog zijn. Wij vinden het nogal goedkoop, in Canada betaalden we ongeveer 70 ct en in Amerka ongeveer 55 ct de liter voor diesel. Het is dus geen probleem dat de camper 1 op 6 of 7 loopt. Benzine is in Alaska nog goedkoper dan diesel. Als wij vertellen wat we bij ons moeten betalen dan kijken ze je aan met een blik van, dan rijden er bij jullie toch geen auto’s meer. Een heel grappig gespreksonderwerp is dit. Rond 16.00 uur waren we in Seward waar we op een camping aan het water wilden. Deze bleek zo afgeladen vol en de campers stonden zo dicht op elkaar dat wij dit niet zagen zitten. We zijn daarom maar een eindje teruggereden en op een kleinere camping in het bos terecht gekomen. Hier hebben we voor de nacht besproken, daarna terug naar Seward waar we een boottocht hebben besproken. We zien daar erg naar uit omdat er behalve de gletsjers ook veel zeedieren gezien kunnen worden. Zoals Orca’s en andere soorten walvissen. Ook zeehonden en zeeleeuwen. We hopen dat ze geen snipperdag genomen hebben omdat wij er aankomen. Op de camping hebben we nog maar een nacht bijgeboekt, omdat we rond 18.00 uur pas terugkomen van de boot.

O ja, dit RV camp heeft ook WIFI, dus morgenavond staat het verslag van onze boottocht op de site. Tot dan.

Woensdag 29 juni: Zonnig, ongeveer 20C, op zee een frisse wind.

We hoefden niet vroeg op te staan, want tickets afhalen en inschepen was om 11.00 uur. De bootreis die we gisteravond bespraken duurt 6 uur, voor een lunch wordt gezorgd. Je kon ook een bootreis van 3 uur maken, maar we dachten dat we daar achteraf spijt van zouden krijgen, want die ging niet langs de mooiste gletsjers. We hoefden dus geen eten of drinken mee te nemen. Toen we onze naam noemden bij de balie, werden we aangesproken door een medewerkster in het nederlands. Wal klonk nl. zo nederlands, zei ze. Ze bleek al 23 jaar in Alaska te wonen. We hebben een poosje met haar staan praten en toen ze hoorde hoe lang we in Alaska waren vertelde ze dat we het  wel getroffen hebben met het weer. Het was wel uitzonderlijk dat het zo lang zo goed was. Volgens haar kan het hier ’s zomers wel 4 weken achter elkaar regenen. We waren wat te vroeg aanwezig en hadden de boot al gezien, een Catamaran. Buiten de haven gekomen voelde je meteen dat het op het water wel kouder was dan op de kade, dit kwam mede door de snelheid van de boot. Maar daar hadden we rekening mee gehouden. Genoeg kleren aan en nog extra meegenomen. De fjord waar we in voeren heet Resurrection Bay. Nog niet lang onderweg werden we gewezen op Bald Eagles, die daar hun nest hebben. Nog weer iets verder lagen een groot aantal zeeleeuwen te zonnen op rotsen. Mooi om te zien. Een zeeotter lag lekker op z’n rug lui te zijn in het water. De stuurman vertelde dat er verderop een walvis gezien was en dat we daar naar toe gingen. Hij zette er vaart achter. Daar aangekomen hebben we hem dus gezien, maar dat was niet zo spectaculair als vorig jaar in Noorwegen. Die waren veel groter en de boot ging er ook dichterbij liggen. Wel gefilmd, maar foto’s maken ging niet. Je kunt met onze fotocamera heel scherpe foto’s maken, maar het automatische instellen duurt wel wat lang. Als je dus een walvis wilt fotograferen duurt het zo lang dat de walvis ondertussen bijna aan de andere kant van de boot is. Door de Golf van Alaska naar de Aialik Bay, hier komen 2 grote gletsjers in uit. We zijn naar de Holgate gletsjer gevaren en hebben deze kunnen bewonderen. Een muur van ijs waar stukken afbreken en in het water vallen. Je ziet de stukken vallen en daarna hoor je een donderend lawaai. Erg indrukwekkend. Je vaart tussen de ijsbrokken door. Soms gaat de boot ook naar de Aialik gletsjer, maar dat was vandaag niet mogelijk omdat daar te grote ijsbrokken in het water lagen. Er ligt altijd meer ijs onder water dan je erboven ziet, dus linke boel als je daar vaart. De stuurman vertelde ook nog dat een groot gedeelte van de kust bij Seward in 1998 is vervuild met olie, tengevolge van de ramp met de Exxon Valdez. Op de terugweg zijn we langs rotsen gevaren waarin duizenden vogels nestelen en lawaai maken. Mooie rotspartijen gezien, nog weer een walvis en nog meer zeeleeuwen. Ook hebben we heel veel Puffins gezien, nee die kun je niet eten, dat zijn muffins. Puffins zijn kleine vogeltjes die duiken en een felgekleurde snavel hebben. Volgens ons heten ze in het nederlands Papegaaiduikers, maar we kunnen het mis hebben. De bergen van Alaska zijn, vanuit zee gezien, ook zeer indrukwekkend. Als je hier in de buurt komt raden we aan zeker zo’n boottocht te maken. Gelukkig zijn we geen van beiden zeeziek geworden, er waren nl. wel mensen die behoorlijk ziek waren. Al met al een zeer geslaagde tocht. Op de  camping gekomen hadden we eerst wat tijd nodig om alles nog eens op ons in te laten werken. Na een drankje en wat napraten de foto’s en de videofilm bekeken. Vooral de film was spannend omdat de camera gisteren weer kuren had. Gelukkig goed en veel bruikbaar materiaal om een mooie film te maken. Daar zullen de kinderen weer blij mee zijn.  Zoals op de site te zien zijn de foto’s ook goed gelukt. We hebben ’s morgens aan de nederlandse vrouw bij de balie gevraagd wat we beslist nog moeten zien of doen in deze omgeving. Zij raadde ons aan nog naar het dorpje Hope te gaan, gisteren zijn daar nog beren en elanden met jong gezien en het is nog een ouderwets goudzoekersdorpje, met echte claims. Dit ligt iets verder naar het noorden. Dat gaan we dus morgen doen.

            

      

                

 

Donderdag 30 juni: In de morgen zonnig, ongeveer 18C, ’s middags regen met onweer, ongeveer 15C.

We zijn nu dus in Hope en we hebben de beren en elanden nog niet gezien. De weg hier naar toe was mooi en we hebben  weer een heel eind achter een pilotcar moeten rijden. Het plaatsje Hope is van oorsprong een winternederzetting van goudzoekers. ’s Zomers zaten de goudzoekers in de bergen om goud te zoeken. Er staan kleine houten blokhutjes gemaakt van boomstammen. We zitten aan het eind van de Mainroad op een RV camp. Nou ja, camping? Het plaatsje zelf ligt volledig buiten de bewoonde wereld. Het straalt een bepaalde sfeer van vroeger uit. Een van de grootste gebouwen is het plaatselijke cafe. Hier is ’s avonds live muziek. Het gebouw stamt uit 1897, alhoewel er nu wel electriciteit is. Naast het cafe is een gelegenheid om te eten. Dat hebben we dus vanavond gedaan. Lekker vis (Halibut) gegeten met chips. We hebben er een plaatselijk tapbiertje bij gedronken. Vis moet per slot van rekening zwemmen. De Halibut is een lekkere vis om te eten hebben we nu ontdekt. We kijken uit over de zee, want  we zitten aan een inham van de Golf van Alaska. Vanmiddag zijn we er even naar toe gelopen, want we zagen een paar aparte vogels in de verte. Het leek op een groot model  reiger. Vermoedelijk waren het Blue Heron’s, maar we weten het niet zeker omdat ze er vandoor gingen voor we ze goed konden bekijken. In zee hebben we zeehonden zien zwemmen. Maar daar kun je alleen het koppie van zien. Op de slikbank zat ook een kudde ganzen. Het is erg moeilijk lopen in het slik van de oever en voortdurend gleden we bijna uit. We waren blij dat we onze laarzen niet voor niets meegenomen hadden. Voordat we gingen eten zat een specht met hele mooie kleuren direct naast de camper op een lichtmast te pikken. Hij had dezelfde kleuren als Woody Woodpecker in de tekenfilms. Tijdens de regen vanmiddag lekker zitten lezen en nu begint het schemerig te worden. Morgen meer.

                                                                                                                                   Hope 

Vrijdag 1 juli: ’s Morgens regen 10C, ’s middags stralende zon 22C.

We waren van plan om een extra dag in Hope te blijven, het plaatsje had wel wat bijzonders, sfeer e.d.. Maar omdat het vannacht en vanmorgen alleen maar regende hebben we besloten om van de zee weg te gaan en het binnenland in te trekken. We hoopten dat de bergen langs de kust de regen van het binnenland weghield. Dus naar het noorden gereden. Weer genoten van de indrukwekkende omgeving. Besneeuwde bergtoppen, groene berghellingen, snelstromende rivieren, zeearmen en bossen. Onderweg hebben we nog een uitstapje gemaakt naar de Portage Valley. Hier ligt het grootste ijsveld van Noord Amerika op de Chugach Mountains, waarvandaan diverse gletsjers naar beneden komen. Ook daar was het weer nog slecht, zodat we niet veel zicht hadden op de gletsjers. We hebben wel het visitorcentrum bezocht. Heel leerzaam. Daarna zijn we doorgetrokken via Anchorage richting Palmer. We hadden al besloten om een bezoek aan Anchorage over te slaan omdat we  gehoord hadden dat het geen bijzondere stad is. Op de terugweg naar Whitehorse zijn er nog voldoende nationale parken waar we dan liever wat meer tijd voor nemen. We zijn al op de terugweg naar Whitehorse. Dat moet ook wel, want het is nog ongeveer 1000 km. Deze kilometers willen we verdelen over de dagen die we nog hebben. Hierdoor hebben we voldoende tijd om onderweg ook nog te kunnen genieten van de bijzondere dingen die we eventueel nog tegenkomen. We staan nu op een RV camp bij Palmer. De camping is zo goed als vol, we denken dat dat komt omdat het maandag 4 juli is en dat is een nationale feestdag in de USA. De amerikanen hebben dus een lang weekend en trekken er op uit. Vanavond nog lang buiten in de zon gezeten. Afgelopen nacht was het een paar uur bijna donker in Hope, maar dat zal ook aan het weer gelegen hebben. Waarschijnlijk wordt het hier vannacht niet donker, het is 22.00 uur en mooi weer. De zon staat nog hoog aan de hemel en we zitten weer noordelijker. Morgen trekken we weer verder, in de hoop wel een plekje op een camping te kunnen vinden.

       

 

Zaterdag 2 juli: Vanmorgen bewolkt en vanmiddag regen, 13 C.

Rond 10.00 uur vertrokken uit Palmer, richting Glennallen. Vooraf hadden we het idee dat deze weg tot aan Glennallen niets bijzonders zou zijn. Maar vooral het eerste stuk was weer prachtig. Tot onze verbazing kwamen we nog weer langs een hele mooie gletsjer. De Matanuska Glasier. Dat hadden we hier niet meer verwacht. Helemaal niet meer van die grootte. Je zag de hele gletsjer tussen verschillende bergen door als ijsrivier stromen. We hadden de boekjes dus niet goed genoeg gelezen. Dat wat ze hier rivieren noemen, zijn voor ons brede slikvlaktes met een paar geulen waar het water z’n weg door zoekt. Ook daar reden we onderweg weer langs. Het water is grijs van het slib. Als een geul dichtgeslibd is zoekt het water een nieuwe weg, maakt een nieuwe geul en slibt weer dicht. Het rivierdal wordt dus steeds breder. Heel anders dan de nederlandse rivieren. Er zijn ook wel andere rivieren met helder water, daarin zit de zalm. Verder ging de weg over bergen en door dalen. We zagen ook bergen waaraan duidelijk te zien is dat we hier op een breuklijn zitten. Het vulcanisme was duidelijk te zien, met hele mooie kleuren in de bergwand. Op de informatieborden werd dit omschreven als “Cooked up by a Vulcano”. Overal werd weer gewaarschuwd voor elanden en rendieren op de weg, maar wij hebben ze niet gezien. Het rijden in zo’n grote amerikaanse bak, met automaat, bevalt ons steeds beter. We zijn al helemaal gewend aan het niet hoeven schakelen. Ide zegt dat hij in Nederland ook een automaat wil, maar dan ook zo’n grote amerikaanse truck. Lekker gemakkelijk rijden, maar hij rijdt wel 1 op 7, dus dat zal wel niet doorgaan. We staan nu in Glennallen op een RV camp, met een grote winkel erbij. Hier kun je guns en ammo kopen. Toen we aankwamen maakte de baas van de camping een praatje en vroeg: “do you quilt”. Ja dus, waarop hij zei dat we dan eens beneden in het quiltwinkeltje moesten gaan kijken. Dat was niet aan dovemansoren gezegd. Diny heeft daar heel wat stofjes gekocht, nadat bleek dat 1 meter in Nederland net zoveel kost als 4 meter hier. Een koopje dus. Ide is benieuwd of we dat belastingvrij in Nederland kunnen invoeren (grapje) en klaagt over alles wat weer in de koffers mee terug moet. De dames in de winkel hadden lol, maar vertelden ook dat er weleens eerder klanten uit o.a. Nederland en Denemarken geweest waren, die gingen met armenvol weg. Dan valt wat wij meenemen nog wel mee. Op dit moment regent het nog, we hopen dat het weer morgen wat beter is. De volgende plaats die we aandoen is Tok.

       

 

Zondag 3 juli: Vanmorgen regen, 10C, vanmiddag en vanavond droog, 15C.

Vanmorgen vertrokken richting Tok over de “Tok cut-off”. Zo heet deze highway echt!!  Het heeft de afgelopen nacht behoorlijk geregend, maar gelukkig is het droog als we wegrijden. De weg die we rijden lijkt “the endless way to nowhere”, het is voornamelijk een weg over een hoogvlakte die op een taiga lijkt. Allemaal “drunken forest”. Zo noemen ze dat hier. De dennen staan schots en scheef alle kanten opgeleund. Dat komt omdat ze alleen in de bovenlaag wortelen, daaronder is het permafrost. Dus als de bovenlaag ontdooit gaan ze alle kanten ophangen. Dit soort bos zie je hier heel veel. Gelukkig waren er ook stukken met bergen en dalen, maar niet zoveel. Nog weer hele stukken gehad met gravel en dus ook nogal wat auto’s met lekke banden. Bij ons is dat gelukkig goed gegaan. Deze weg was een beetje saai, maar om weer in Canada te komen, is dit de kortste route om op de Alaska highway te komen. Deze highway loopt nog langs het Wrangel-Saint Elias national park in Alaska en het Kluane national park in Canada. We verwachten dat het daar weer een stuk mooier is. In Tok aangekomen zijn we eerst op zoek gegaan naar een RV camp met wifi, we wisten dat die hier was. Het blijkt dat je op deze camping ervoor moet betalen. Dat is de eerste waar dat moet, maar gelukkig zijn we weer online. Na het inchecken zijn we eerst boodschappen gaan doen, want we denken dat morgen alles gesloten is omdat het 4 juli is, nationale feestdag dus. In de supermarkten hier worden je boodschappen allemaal voor je ingepakt. Dat gaat allemaal in plastic tasjes en die zijn weer gemakkelijk in de prullenbak van de camper. Je ziet iedereen op de camping altijd met het afval in deze tasjes lopen. Terug op de camping onze  mail en het gastenboek weer kunnen lezen. Het verslag aan kunnen vullen en verschillende emails verzonden. Even het laatste nieuws gekeken op internet en na het eten nog een eindje wezen wandelen. Het enige wild dat we vandaag gezien hebben zijn een stel eekhoorns. Morgen gaan we de grens weer over met Canada. Benieuwd of we nog weer een mooie stempel in onze paspoorten krijgen.

                                                                             Tok Cut Off                

Maandag  4 juli: Vanmorgen bewolkt, 12C, vanmiddag steeds meer zon, tot 20C.

Vanmorgen eerst water bijgevuld, vuil water geloosd, de laatste US $ opgemaakt aan diesel en toen richting Canada. De weg was eerst net als gisteren, maar dichter bij Canada werd het steeds bergachtiger. Vlak voor de grens de tank nog een keer helemaal volgegooid. Zoals we al eerder meldden is de diesel in Alaska toch nog behoorlijk goedkoper dan in Canada. Ook vlak voor de grens nog even in een visitorcenter gekeken, hier hebben we ons laatste muntgeld gedoneerd voor de bescherming van het wildleven in Alaska. Vandaag dus een goede daad gedaan. Na de grens werden de bergen hoger, de dalen dieper, meer moerassen en meertjes. Het weer knapte zienderogen op. En ja hoor, bij het voorbijrijden van een meertje ging Ide op de rem staan en zei: “Een moose”.  Hij zat aan de andere kant van het meer, maar we konden hem wel goed zien, fotograferen en filmen. Hij stond meer met de kop onder water dan er boven. Kennelijk waren er veel waterplanten te eten. Nog geen 300 meter verder weer een meertje en weer een eland. Deze was nog wat dichterbij. Prachtig. Hierna weer doorgereden. Toen we op een gegeven moment op een parkeerplaats stopten om te eten, riep iemand naar ons dat er in het meertje een eland aan het zwemmen was. Natuurlijk weer gekeken. Het bleken 2 jonge elanden te zijn, waarvan de ene in het water aan het spelen was. Erg leuk om naar te kijken. Na nog een flink aantal kilometers gereden te hebben staan we nu op White River RV camp. De eigenaar vertelde dat een uur voor wij aankwamen er nog een Grizzly op  de camping had rondgelopen. Of dit waar is, of een mooi verhaal voor de toeristen, weten we niet, maar we kijken geregeld de kant van het bos op, je weet maar nooit. Hier is niet alleen een RV camp, maar ook een motel, een benzinestation en een klein vliegveld. Van alle gemakken voorzien dus. Onderweg zagen we ook weer zo’n grote amerikaanse camper. Alleen had deze z’n auto er niet achterhangen, maar in de garage op wielen achter z’n camper. We staan steeds weer verwonderd over het vakantiegedrag van sommige Amerikanen. Vier elanden gezien vandaag, deze dag kan niet meer stuk. We drinken er een op!!

Dinsdag 5 juli: Vanmorgen bewolkt 12C, Vanmiddag zonnig 24C.

De terugweg vordert al aardig. Vandaag ongeveer 230 km. gereden, morgen nog 150 km. en dan zijn we in Whitehorse. De weg die we vandaag gereden hebben liet ons weer een grandioos landschap zien. Het wordt bijna eentonig, zo mooi. Het wegdek was, vooral het eerste gedeelte, niet zo best. Veel dips, bumps en pothole’s. Pothole’s zijn grote diepe gaten veroorzaakt door de vorst. Je kunt je banden er op stuk rijden, dus het blijft altijd uitkijken geblazen. Maar dat tref je hier overal aan. Onderweg een mooi meer gezien, met water zo blauw als een heldere blauwe lucht. Het tweede gedeelte reden we langs het Kluane national park. Hier ligt nog sneeuw op de bergen en we zagen nog kleine gletsjers. De wildlife vieuwing beperkte zich tot een paar squirles, als je dat tenminste zo schrijft. Een soort kleine eekhoorntjes. Een stel raven en een meeuw die aan het vechten waren om een kers, waarbij de meeuw steeds als een straaljager duikaanvallen op de raven deed. Een grappig gezicht. Toen we op de camping waren, zagen we aan de rand van het bos een wolf. Die hadden we hier nog niet gezien. Dus onze dag was alweer goed. We zijn met weinig tevreden. We staan nu op de camping bij Haines Junction. We hebben vanmiddag heerlijk in het zonnetje buiten gezeten en ook nu schijnt de zon nog volop, alleen is de wind wat koud. Op dit moment onweert het in de verte. Het valt ons op dat het hier later op de avond altijd wat regent en soms ook onweert. Aan het eind van de middag zijn we bij de receptie gaan vragen of er ook  internet was. Ja, maar via de telefoon of met DSL. Blijkt Ide voor DSL dus ook een draadje bij zich te hebben. Geprobeerd en het werkt. Dus hebben we even onze mail van de afgelopen 2 dagen gelezen en de reacties op de site. Vanavond gaan we het verslag nog aanvullen. Morgen nog een eindje rijden en dan de camper schoonmaken en koffers inpakken.

      

 

Woensdag 6 juli: Afwisselend bewolkt en zonnig, 12C tot 15 C. Onderweg een bui.

Op tijd vertrokken voor de laatste 150 km., want we wilden op tijd in Whitehorse zijn. Het was qua natuur de minst bijzondere weg die we tijdens deze trip gereden hebben. Het weer werkte ook niet mee. Om 11.00 uur waren we al in Whitehorse, waar we eerst een hotelkamer besproken hebben. Het hotel staat tegenover het vliegveld, lekker gemakkelijk, we hoeven vrijdagmorgen alleen maar de weg over te steken. Op het vliegveld gevraagd of er nog wijzigingen in het vluchtschema waren en of we op de passagierslijst stonden. Dit hebben we door schade en schande geleerd. Op een eerdere reis bleek nl. dat we volgens de vliegmaatschappij niet op de passagierslijst stonden. Dit heeft ons toen heel wat vertraging opgeleverd. Alles bleek in orde. Hierna hebben we een plaats op een RV camp besproken, waarna we nog een paar boodschappen gedaan hebben en Ide de camper heeft gewassen bij een doe het zelf wasserette. Terug op de camping de koffers ingepakt, dit is vlugger neergeschreven dan gedaan. Geen leuk werk!! Ze zijn wel een stuk lichter dan op de heenreis, de koffie is nl. ondertussen helemaal op. Na het eten de camper aan de binnenkant zo goed mogelijk schoon gemaakt. In de koelkast zat nog het stof van de Dempster Highway. Nadat dit verslag klaar is, maken we de flessen leeg. Morgen moet de camper voor 11.30 uur ingeleverd worden. Daarna gaan we Whitehorse eens wat beter bekijken en lekker zalm eten. Op tijd naar bed, want we moeten vrijdagmorgen om 5.30 uur op het vliegveld zijn. We hopen zaterdag om ongeveer 10.00 uur op Schiphol te staan. Hopelijk zijn we dan niet zo moe als op de heenreis. We weten nl. allebei niets meer van het opstijgen in Vancouver. Daarvoor lagen we al te slapen in onze stoel. Gelukkig ging het vliegtuig niet verder dan Whitehorse, anders weten we niet waar we dan terechtgekomen waren. Het verslag van de laatste 2 dagen maken we in Nederland als we over onze jetlag heen zijn. See you in The Netherlands.

 

            

Ide en Diny…….

Donderdag 7 juli: Zonnig, ongeveer 22 graden. Dit verslag toch nog in Whitehorse gemaakt.Vanmorgen op tijd opgestaan, ontbeten en afgewassen. Daarna de laatste spullen ingepakt en de vloer van de camper nog schoongemaakt. Om 11.00 uur waren we bij Fraserway om de camper in te leveren. Alles bleek in orde te zijn, behalve onze ster in de voorruit. Maar gelukkig kon dat gerepareerd worden en hoefde de voorruit niet te worden vervangen. Waren we toch nog goedkoper uit dan wanneer we dat verzekerd hadden. Een meevallertje dus. We zijn door de verhuurder naar het hotel gebracht. Daar zijn we lekker gaan douchen en hebben de koffers opnieuw ingepakt, want ze wilden bijna niet dicht en het gewicht is nu beter over beide koffers verdeeld. Bovendien hadden we er hier meer ruimte voor dan in de camper. Daarna zijn we gaan eten. We dachten een broodje hamburger met wat frieten te bestellen, maar het was heel wat meer dan een big mac met frieten. Het was dus erg veel. In het hotel troffen we bij de receptie een nederlandse vrouw die hier werkt. Toen ze hoorde dat we nog downtown wilden, bood ze aan om met haar mee te rijden. Zij heeft ons op Mainstreet afgezet. We hebben nu Whitehorse bekeken, wat rondgelopen en wat souvenierwinkels aangedaan. In een kunstwinkeltje hebben we een aandenken aan deze vakantie gekocht. Tegen de avond zijn we met de bus weer naar het hotel gegaan. De chauffeur is hier heel anders gekleed dan bij ons, hij zat er in met een vakantiepetje op en een joggingbroek aan. Je gooit twee dollar in een trechter en je mag mee, maakt niet uit waar je in- of uitstapt. Rond een uur of acht zijn we nog iets gaan eten met een lekker pilsje erbij. Zalm hadden ze hier niet, dus Diny heeft Cod (we denken kabeljauw, maar in ieder geval vis) gegeten en Ide Pork (varkenskarbonade, maar heel anders dan bij ons). Morgen op tijd op en naar huis.  

                                                                               Airport Motel

 

Vrijdag 8 juli: In Whitehorse blauwe lucht, frisjes om 5.30 uur, in Vancouver motregen, temperatuur was binnen in de terminal aangenaam.

Om 4.45 uur gewekt per telefoon door de receptioniste en onze eigen wekker. Gewassen, aangekleed, koffie gedronken en lopend naar het vliegveld. Daar waren we om precies 5.30 uur. Inchecken en wachten op het vliegtuig. De bagage hoefden we pas weer in Amsterdam af te halen. Voor de overstap in Vancouver hadden we vier uur de tijd. Daar dus ontbeten en verder wat rondgekeken. De vlucht naar Londen vertrok op tijd en verliep verder vlekkeloos. Alhoewel bijna 10 uur in een vliegtuig hangen op je stoel, een beetje lezen en proberen wat te slapen wel erg lang, vermoeiend en vervelend is. Slapen lukte ons beslist niet. In Londen hadden we anderhalf uur de tijd voor de overstap, maar we moesten nog wel een laatste boardingkaart halen voor de vlucht naar Amsterdam. Dit verliep ook vlekkeloos, maar het vliegtuig vertrok uiteindelijk een uur te laat. Op het laatste stuk dus toch nog vertraging. In Nederland aangekomen op zaterdag 9 juli om 11.00 uur. De nacht van vrijdag op zaterdag zijn we dus kwijt, we weten niet waar die gebleven is, maar we waren wel een beetje slaperig. Op Schiphol dachten we even vlug de koffers op te halen, maar jammer genoeg miste er een koffer. De dame waar we dit bij meldden keek in de computer en zei: “ ja, hij staat nog in Londen”. Balen dus. De koffer zou pas rond drie uur aankomen, maar we hoefden daar niet op te wachten. Hij zou worden thuisbezorgd. Mark en Bianca stonden dus al een poosje te wachten. Met hun samen koffie gedronken en toen met de auto naar huis. Daar aangekomen belden ze al over de koffer, met de mededeling dat die op zondagmiddag bezorgd zal worden.

Dit is het einde van het verslag, we zijn weer thuis.