Campertochten
van Walslot
2011

USA en stukje CANADA 

 
01-01-2011
We wilden naar en wat was nodig voor een rondreis in de USA van zes maanden met onze eigen camper. Hieronder de gevolgde stappen. Allereerst natuurlijk het visum. We hebben inmiddels ingelogd op de website van het Amerikaans consulaat, daar het formulier DS-160 ingevuld, gecontroleerd of onze passen voorzien zijn van een chip en een afspraak gemaakt voor een gesprek. Ook zijn de precies voorgeschreven pasfoto's gemaakt en digitaal ingeladen in het DS-160 formulier. Als je het visum gekregen hebt kan het zelfs nog gebeuren dat je aan de grens geweigerd wordt. Je verbaast je over wat ze allemaal willen weten. Voor Canada is dat allemaal niet nodig, daar mag je als Nederlander een half jaar als tourist verblijven.
Ook zijn vervoerders voor de camper uitgezocht, mede op basis van hoe we willen rondtrekken en de mogelijkheid via hun een WA verzekering voor de camper af te sluiten om in de USA en Canada te mogen rondrijden. Ook de vliegreis is uitgezocht. Alleen het boeken van de overtocht en de vliegreis doen we pas als het visum binnen is.

28-03-2011
Inmiddels een visum voor de USA gekregen, nou ja gekregen! Hier zijn nogal wat kosten aan verbonden en je moet er ook nog voor naar het consulaat in Amsterdam. We moesten daar op maandagmorgen om 10.00 uur zijn. Dus zijn we de avond daarvoor maar in een hotel gegaan vlak bij het consulaat.  Uiteindelijk hebben we een visum voor 10 jaar gekregen, kun je nagaan wat een brave mensen we blijkbaar zijn. Dit is een visum voor touristische doeleinden. De elektriciteit van de camper is aangepast middels een verhuistrafo, er is airco ingebouwd, want van de vorige reis in 2000 weten we nog hoe heet het daar kan zijn. Aansluiting voor een afvoerslang voor "grijs" water gemaakt (van de afwas en jezelf wassen). Een extra aanvullende reisverzekering met werelddekking afgesloten, waarin ook de dekking voor de ziektekosten is aangepast, gezien de hogere medische kosten in de USA. We zijn natuurlijk niet van plan om daar ziek te worden, maar je moet wel op alles voorbereid zijn. We nemen een eigen gasfles mee, deze moet leeg zijn op de boot! De fles  kan in Canada gevuld worden en daar kopen we er  één bij. Deze kan in de USA gevuld worden, de eigen niet. De eigen fles is reserve voor als de Amerikaanse leeg is. Via Sea-bridge hebben we een adapter gekocht om de Amerikaanse fles aan te sluiten op onze eigen Europese installatie. Sea-bridge vezorgt de verscheping en  de autoverzekering voor de hele reis. We brengen de camper op dinsdag 19 april naar Hamburg. Vandaar wordt de camper verscheept naar Halifax in Canada. We hebben de bodem en de wielkasten zeer goed gereinigd               ( modderresten e.d. ) en in Hamburg krijgt ie nog een Agro-cleaning met hete stoom. Dit is verplicht omdat de Amerikanen bang zijn voor plant- en dierziekten uit Europa.
De vliegreis is besproken, we vliegen op woensdag 11 mei met Icelandair naar Halifax. Een overstap in Reykjavik, kunnen we nog even de benen strekken. De camper komt daar op zondag 8 mei in Halifax aan. Hebben ze daar twee dagen voor ontschepen en douane handelingen. We gaan eerst een nacht in een hotel en dan hopen we de camper op donderdag 12 mei op te halen. En dan op naar de Walmart of 7- Eleven voor proviand. We hebben besloten om tijdens de overtocht alleen kleding en de normale camperuitrusting met de camper  te verschepen. Geen kostbare zaken dus, zoals bv. laptop, camera enz..Boeken hoeven niet mee, we hebben allebei een E-reader aangeschaft. Daar staan ondertussen al heel wat boeken op, zodat we genoeg te lezen hebben. Dit is een goede oplossing, want het geeft wel problemen als je voor de duur van de hele reis boeken mee moet nemen.

Dinsdag 19 april.
De camper naar Hamburg gebracht met mijn echtgenoot in de gewone auto er achteraan rijdend. Mijn zuster en zwager zijn meegegaan om ons gezelschap te houden en in de haven de weg te zoeken. Hierdoor hadden we een navigatieapparaat en 4 ogen per auto.
Afgeven van de camper bij de bevrachter verliep probleemloos. Over drie weken hopen we hem/haar weer te zien in Halifax Canada.

      

 

      


Zondag 1 mei
Het blijkt dat je het schip een stuk kunt volgen via de PC. Eerst zijn we achter de naam van het schip gekomen via de website van de bevrachter en toen we die naam inklopten bij Google kwamen we op de volgende website :
http://www.marinetraffic.com/ais/nl/. De camper is al flink aan het cruisen geweest en heeft vanuit Hamburg al Gotenborg, Antwerpen en Liverpool bezocht. Inmiddels om 14.00 uur op zondagmiddag is hij uit de site gevallen en de Atlantische Oceaan opgevaren. Volgende haven is Halifax waar we hem ophalen.
Zaterdag 7 mei 19 uur 30
De Atlantic Compas is weer zichtbaar op de site. Ik denk ongeveer 50 á 70 kilometer van Halifax. De camper is er dus  volgens het vaarschema. Hopen dat ze hem uitladen.

      
Woensdag 11 mei,
Vertrokken uit Froombosch. Toch wel een beetje een vreemd idee om je huis te verlaten met de gedachte dat je hier, als alles goed gaat, pas over ongeveer een half jaar terug zult komen. We waren goed op tijd op Schiphol en na nog een kop koffie met Mark te hebben gedronken, zijn we door de douane gegaan.
De vliegreis is voorspoedig verlopen (de E-readers bevallen prima) en we waren dan ook rond 24.00 uur Canadese tijd (5.00 uur Nederlandse tijd) in Halifax. Twee en twintig uur onderweg dus. Vanaf het vliegveld hebben we een taxi genomen naar het hotel en een half uur later waren we al in een diepe slaap. De volgende morgen zagen we pas dat we in een heel mooi hotel logeerden. Zeer oud nostalgisch Engels ingericht.

 

      


Donderdag 12 mei.
Na het ontbijt de koffers ingepakt en deze in het hotel in bewaring gegeven. Wij zijn lopend naar de expediteur gegaan en vanaf daar naar de douane. Nadat alle papieren geregeld waren hebben we vanaf het hotel een taxi naar de haven genomen. Ook daar verliep alles voorspoedig en we reden dus om ongeveer 10.30 uur het haventerrein af. De camper is prima overgekomen, geen schrammetje opgelopen onderweg en alles zat er nog op en aan.
Vanaf de haven zijn we richting een Walmart gegaan om een gasfles te kopen en ook meteen maar een Tomtom. Dit hadden we ons thuis al voorgenomen, maar het bleek bij het zoeken naar de weg richting een Walmart al geen overdreven luxe. Bij de Walmart kun je ook levensmiddelen kopen, maar deze had bv. geen vers brood en vlees, dus zijn we op zoek gegaan naar een Supermarkt. Na enig zoeken hebben we die ook gevonden en daar hebben we dus een voorraad van alles ingeslagen. We zijn ook nog even naar de liquorstore gegaan om wat wijn in te slaan. De prijzen daar zijn ons behoorlijk tegengevallen en dus maken we eerst maar onze gesmokkelde?!? wijn op. Daarna zien we wel verder. We kunnen ons van onze vorige reis in Canada en Alaska niet herinneren dat de drank zo duur was, dus we kijken nog weleens weer en anders moeten we maar aan de frisdrank?!?
Onderweg naar de supermarkt zijn we ook nog aangehouden door de politie. Volgens de agent waren we een voorrangsweg opgereden zonder te stoppen bij het stopbord. Hij vroeg, wijzend naar de camper, waar dit ding vandaan kwam en hoe hij/zij hier terecht was gekomen. Na ons antwoord en een praatje zei hij dat hij ons eigenlijk moest bekeuren, maar hij liet het in dit geval bij een waarschuwing. Wij denken dat hij eigenlijk nieuwsgierig was hoe en waarom een RV met zo’n vreemd nummerbord in Canada kwam. Vanaf de super-markt zijn we naar de camping gegaan en ’s avonds vroeg naar bed. We moeten nog even wennen aan het verschil in tijd, maar verder is alles dus prima verlopen.

 

      


Vrijdag 13 mei.

Vandaag eerst alle elektronica e.d. weer op de vaste plaats in de camper gemonteerd, een goed plaatsje voor de Tom Tom gezocht en gemonteerd en alle plakkers van de verscheping, de douane en cleaning verwijderd. Verder relaxen we vandaag nog en gaan morgen weer op pad. De eerste reactie in het gastenboek gelezen, leuk, hou je toch nog wat contact met de mensen thuis.

               


Zaterdag 14 mei,
Een reisdag, aan het eind van de middag op een camping aangekomen bij Fredericton. Geen beheerder te vinden. Aan andere gasten gevraagd hoe en wat. Een envelopje invullen en vullen met geld? Hoeveel niet bekend, waar het ingegooid moet worden, een brievenbus?, niet te vinden. Kijken morgenvroeg wel verder.


Zondag 15 mei.
's Morgens geen beheerder te vinden. Uiteindelijk maar weggereden en vanaf Canada aangekomen in Amerika. In de staat Maine en de plaats Bangor. Vlak voor de grens zijn we van de doorgaande weg afgegaan naar het plaatsje Hartland. We hadden gelezen dat daar de langste covered bridge (overdekte brug) ter wereld is. In de stromende regen uit de auto en in de brug, waar het dus gelukkig droog was. Een oude houten brug, nog volop in gebruik, inmiddels verstevigd met staal, dit moet ook wel want het verkeer van nu is veel zwaarder dan in de tijd dat er met paard en wagen over gereden werd. Dergelijke bruggen noemen ze hier "kissing bridges". Dit, omdat verliefde stelletjes er stonden te vrijen, onzichtbaar voor de omgeving.
Bij de Amerikaanse douane aangekomen werd ons om te beginnen door de douane-beambte gevraagd of we groente, fruit, alcoholische dranken, vlees of tabakswaren bij ons hadden. Ide wist te melden dat we nog 1 peer bij ons hadden, de rest was al op! 1 peer, terwijl we ondertussen aardappels, vlees enz. ingeslagen hadden. Later erg om moeten lachen. Volgens Diny praat Ide op zulke momenten teveel.
De douanebeambte vertelde ons dat we de camper op de parkeerplaats moesten zetten en binnen moesten komen (dat allemaal voor die ene peer?).

 

           
Maar binnen wilden ze weten waar we naar toe gingen en hoe lang we dachten in Amerika te blijven. We moesten ook onze vingerafdrukken afgeven en er werden foto’s gemaakt. Deze werden vergeleken met de vingerafdrukken en foto’s die we al bij het consulaat in Amsterdam afgegeven hadden. Toen alles was gecontroleerd kregen we een stempel in ons paspoort en een witte kaart, ook werd er aangegeven dat we tot 15 november mogen blijven. Mogen ook in en uit wippen naar Canada. Voor elkaar dus.
Daarna zijn we doorgereden naar Bangor.

                                                                       Pleasant Hill Bangor Maine


Maandag 16 mei.
In Bangor gebleven. Vanmorgen zijn we nog een keer naar een supermarkt gegaan. Hier hebben we wijn kunnen kopen tegen een alleszins redelijke prijs. Het weer zit ons nog steeds niet mee, maar de camping is goed. Wel een beetje nat, zodat we gisteren bij aankomst op de plaats die ons was aangewezen meteen vast kwamen te zitten in de modder. De campinghouder heeft ons er weer uitgetrokken en ons toen maar een andere plaats aangewezen. Via Skype gebeld met Nederland, maar de verbinding was slecht, zodat we het later nog maar eens moeten proberen.
Nova Scotia en New Brunswick ( Canada ) hebben veel van Zweden. De route naar Bangor ging door  mooie natuur. Morgen gaan we verder richting Vermont, hopen dat het daar niet regent.


Dinsdag 17 mei,
We zijn vanuit de staat Maine, door New Hampshire, naar Vermont gegaan. Dat lijkt ver, maar de staat New Hampshire is erg smal. Toch hebben we die dag wel een behoorlijk stuk gereden omdat het nog steeds slecht weer was en we hoopten dat  het verderop beter zou zijn. Bovendien was er in deze staten niet perse iets wat we op het programma hadden staan om te bekijken, behalve de natuur natuurlijk. Het hele gebied waar we door kwamen had veel bos en ook veel water en ook extra veel water door de vele regen. Tegen de avond een camping gevonden vlakbij Burlington, nog net in de staat Vermont.
’s Avonds eindelijk droog, toen nog een eind gewandeld in de omgeving.

      


Woensdag 18 mei
Met de pont over Lake Champlain van Burlington naar de staat New York. Daar ook nog steeds veel regen en veel overstromingen onderweg gezien, zelfs over de Highway heen. Bij een visitorcenter gestopt voor wat kaarten e.d.. Dit hele gebouw was overstroomd geweest, alle vloerbedekking was eruit gehaald en ze waren het weer helemaal opnieuw aan het inrichten.
Daarna dwars door het Adirondack National Park gereden, hier was ook veel wateroverlast in de lage gebieden, maar het was hier tenminste droog op een paar buien na en we hebben de zon zelfs even gezien. Weinig campings in het gebied waar we door reden. Adirondack schijnt een indiaans woord te zijn en “schorseter” te betekenen. Waar wij doorheen gekomen zijn lijkt ons geen erg welvarend gebied, dus de naam klopt wel. Het gebied heeft veel van Sauerland, maar armer denken wij.
Overnacht op een camping in Natural Bridges.

       

         
Donderdag 19 mei
Vandaag doorgereden richting Niagara Falls, met onderweg een paar dikke onweersbuien, ”thunderstorms”, naar een camping bij het plaatsje Phelps.
Op deze camping zijn veel mensen met grote caravans die hier het hele seizoen staan. Ze mogen hier niet voor ieder wissewasje met de auto over de camping rijden. Daar hebben ze wat op gevonden, bijna iedereen heeft een golfkarretje en daar doen ze alles mee. Denk maar niet dat ze na het eten een rondje gaan lopen. Nee, ze gaan een rondje maken met het golfkarretje, zelfs de hond wordt er in vervoerd naar de uitlaatplek. Hond eruit, plassen en/of poepen en weer in het karretje terug naar de caravan. Op bijna alle karretjes staat een Amerikaanse vlag en ook bij bijna alle caravans. De vlag zie je hier trouwens ook heel veel bij de huizen. Als je bij ons maar de helft van het aantal vlaggen hier zou zien, dan denk je al gauw dat er iemand van het koningshuis jarig is, maar hier is dat schijnbaar heel gewoon. We vallen wel op met ons buitenlandse kenteken, maar ook met de maat van onze camper (klein vergeleken met de campers hier). Ide wil een plakplaatje van Calimero op de camper. Als we buiten zitten worden we regelmatig aangesproken met de vraag: Where are you from.
Sommigen weten inderdaad waar Nederland ligt maar komen dan ook zelf of hun  ouders uit Europa. Er was er zelfs één die er geweest is.

      

                                                                                  Phelps


Vrijdag 20 mei.
Hier, in Phelps, zijn we ook vandaag nog gebleven. Schoonmaakdag. Het was vandaag voor het eerst echt mooi weer. De dag begon nog met dikke bewolking, maar dat loste snel op en na het schoonmaken hebben we heerlijk buiten kunnen zitten.
Morgen richting de Falls.


Zaterdag 21 mei.
Reisdag van Phelps naar het plaatsje Niagara Falls. Aan de buitenkant van het plaatsje op een camping gegaan.


Zondag 22 mei
Op tijd opgestaan en na het ontbijt met de camper richting de Falls gereden. Het was nog niet druk en we werden vlakbij het informatiecentrum naar een parkeerplaats gedirigeerd. Daar dus de camper geparkeerd en een georganiseerde tour, met gids, besproken. Dit leek ons het beste, want dan weet je zeker dat je overal komt en alle bijzonderheden kunt bekijken. Deze tour bestond uit een bezoek aan een stroomversnelling in de benedenloop van de Niagara rivier, een boottour met de Maid of Mist, een museum, een bezoek aan Goat Island en een bezoek aan de Cave of the Winds.
De boottour ging langs de American Falls naar de Horseshoe Falls. We hadden plastic regenjassen gekregen want je werd er kletsnat. Erg indrukwekkend, maar wel koud en nat.
Bij de Cave of the Winds kon je tot vlakbij het vallende water komen. Hier hadden we weer plastic regenjassen gekregen en ook nog plastic sandalen. Je eigen schoenen kon je in een plastic tasje meenemen. Er werd wel aangeraden dit tasje onder je regenjas mee te nemen. Ondanks dit alles werden we toch nog behoorlijk nat. Maar het was wel de moeite waard. Het water kwam met behoorlijke kracht op je neer.
De tour duurde ongeveer 4 uur en waarna we weer naar de camper gegaan zijn , we hadden wel behoefte aan wat droge kleren.
Daarna via de Rainbow Bridge naar Canada gereden en daar op een camping gaan staan. Vanaf deze camping zijn we ’s avonds met de shuttle weer naar de Falls gegaan. Het gezicht op de Falls is vanaf de Canadese kant het mooist, veel mooier dan vanaf de Amerikaanse kant. Dit hadden we al gehoord, maar we hebben het nu ook met eigen ogen kunnen zien. Langs de Canadese kant loopt een boulevard en daar flaneerden heel veel mensen. Het was gelukkig mooi weer, maar het was wel weer een hele vochtige bezigheid. Hele wolken waterdruppels dreven in het rond.
Toen het donker werd werden er schijnwerpers met gekleurd licht op de watervallen gericht, waardoor alles er nog weer heel anders uitzag.
In de zomer wordt er op de vrijdag- en zondagavond vuurwerk afgestoken. Zo ook deze zondagavond. Toen het dus om 22.00 uur donker was brak het los. Zeer indrukwekkend.
Hierna met de shuttle terug naar de camping. In de shuttle begon een jonge Canadese vrouw in het Nederlands tegen ons te praten. Het bleek dat haar ouders vanuit Roodeschool naar Canada geëmigreerd waren. Zij was zelf nog nooit in Nederland geweest, maar kon toch nog wel redelijk de taal spreken. Zij vertelde o.a. dat ze de Niagara Falls al heel vaak gezien had. Als er nl. bezoek uit Nederland kwam, wilden ze altijd naar de Falls.

      

                                                                           

       

                           

           

                                                                           Rainbow Bridge

       


Maandag 23 mei
Door de provincie Ontario naar Michigan USA gereden. Wederom het circus bij de Amerikaanse douane meegemaakt. De camper is 2 keer, door verschillende douaniers, geïnspecteerd op verboden etenswaren. Ook wilden ze weten hoeveel geld we bij ons hadden, hoeveel we thuis op de bank hebben staan en hoeveel we elke maand uit kunnen geven van ons pensioen. Zelfs of we een eigen huis hebben en hoeveel dat ongeveer waard is. Daarna wilde de douanier ook nog weten hoe we aan dat spaargeld kwamen.

                                                                                     Port Huron

Ide wees naar Diny en zei dat zij over het geld ging, dat we allebei gewerkt hadden en dat zij elke maand spaarde. Hij vroeg ook of we een vliegticket voor de terugreis hadden. Nee dus, want we weten nog niet wanneer we terug gaan en waarvandaan. Dat er vijf mogelijkheden waren om de camper ergens vanuit de USA op de boot te zetten en dat we dan pas een ticket kopen vanuit de plaats waar we de camper gaan verschepen.  Hierna keek hij ons glazig aan en ging met een collega overleggen. Het eind van het liedje was dat we er in mochten, maar dat we er in november uit moesten zijn. Maar dat wisten we al. We gaan nog een keer Canada in en zijn erg benieuwd wat er gebeurt als we dan weer  terug de USA ingaan. Diny vindt het nu al niet leuk meer (grapje).

Dinsdag 24 mei
 We zijn  nog op de camping in Port Huron gebleven. We hadden nl. al erg veel vuile was en op deze camping was er volop gelegenheid om de was te doen. Het is nog steeds erg stil op de campings en dus hoef je niet aan te sluiten in de rij als je bv. de wasmachines of de drogers wilt gebruiken. Zo konden we 3 wasmachines tegelijk gebruiken en hierna 2 drogers. Alles ging dus lekker snel. Een gedeelte van de was hebben we buiten op ons eigen wasrek kunnen drogen. ’s Morgen was het wel heel dik bewolkt, maar tegen de middag en verder de hele dag scheen de zon volop. Zo hadden we dus in 1 dag alle was schoon en droog. Ideaal. Er was zelfs nog tijd om lekker in het zonnetje te zitten lezen. We hebben ’s avonds wat telefoontjes via Skype gepleegd en wat mails aan het thuisfront verstuurd. Ook weer het reisverslag op de site aangevuld.


Woensdag 25 mei
Van Port Huron naar het plaatsje Zeeland gereden. Dit ligt ook in de staat Michigan. Het was een rit van ongeveer 300 km. met erg slecht weer. Omdat er niets bijzonders was wat we onderweg wilden zien en ook om het slechte weer hebben we de Interstate genomen en zo waren we om ongeveer 14.00 uur in Zeeland. Op de camping Dutch Treat. We wilden niet apart betalen en deden het dus uit een portomonnee. Na een kop koffie gedronken te hebben was het even droog en dus zijn we nog een eind gaan wandelen. Onderweg kwamen we nog een basisschool tegen met de naam New Groningen Elementary School. Er bleek daar een plaatsje gelegen te hebben dat New Groningen heette. Terug in de camper begon het weer te regenen en het is de hele nacht niet droog geweest.

 

                

 

      


Donderdag 26 mei.
Van Zeeland naar Holland gereden. Plaatsen dus met Nederlandse namen. Er liggen ook plaatsen met de o.a. namen als Graafschap, Vriesland en Overissel. In de plaats Holland is een openluchtpark met de naam “Dutch Village”. Dit park hebben we bezichtigd. Er was ook net een bus met kinderen aangekomen en samen met hen hebben we een optreden gezien van een volksdansgroep. Opvallend was dat er alleen maar vrouwen meededen. De mannenrol werd ook door vrouwen gedanst. Het was grappig om te zien hoe Nederland voorgesteld wordt aan de Amerikanen. Al het personeel liep in “klederdracht”. Ook Hansje Brinkers ontbrak niet, maar heette hier Peter. Hij had alleen z’n vinger naast het gaatje in plaats van erin. Natuurlijk waren ook de kaasdragers uit Alkmaar te zien en zelfs Sinterklaas. En veel, heel veel souvenirs te koop, o.a. Delfts blauw. We hebben dit alles jammer genoeg in de regen moeten bekijken en omdat we deze dag niet ver meer hoefden te rijden naar de volgende camping zijn we nog even gaan winkelen bij de Walmart. Genoeg voorraad voor een aantal dagen ingeslagen, want vanaf hier moeten we heel wat mijlen (1600 km) afleggen voor we o.a. bij Mount Rushmore zijn. We wilden eerst boven Lake Michigan langs, maar hebben toch gekozen voor de Zuidelijke, kortere, route. Rond 15.00 uur waren we op de camping. Dit was weer zo’n camping waar maar weinig gasten waren. Erg ongezellig, maar misschien lag dat ook wel aan het weer. De beheerder was niet aanwezig. Er zat bij de receptie een briefje op de deur dat we zelf maar een plekje moesten uitzoeken en dat de beheerder dan wel langs kwam.

      

       


Vrijdag 27 mei
Toen we dus ’s morgens weg wilden hadden we nog steeds geen beheerder gezien. Toen we stopten bij de receptie kwam hij aanlopen. Betaald en een praatje gemaakt. Toen hij hoorde dat we deze dag langs Chicago richting de staat Iowa wilden rijden zei hij dat het verstandig was dat we dat in de morgen na 9.00 uur deden. Dan was het daar het minst druk. We zijn onderlangs Chicago gereden en hebben dus alleen maar wat van de buitenwijken gezien. Verderop zijn we over de Mississippi gekomen. Het landschap was vrij vlak met veel landbouw. Ook hier stond heel veel water op de velden. We horen en lezen dat het in Nederland en omliggende landen erg droog en warm is voor deze tijd van het jaar. De bewoners hier klagen dat het veel natter en kouder is dan anders. Vandaag was het trouwens redelijk en in ieder geval droog. Nu staan we op een mooie, gezellige camping met geweldige douches. Dat hebben we onderweg al heel anders meegemaakt. Morgen maar verder naar de dingen die we zien willen, maar dat duurt zeker nog wel 2 dagen.

      


Zaterdag 28 mei.
Op tijd opgestaan, want we hadden ook voor deze dag gepland om een heel eind te rijden. Een aantal van onze  “Highlights” (to do and to see) liggen in South Dakota.  De rit ging via Interstate 80 naar het westen. Je mag op deze wegen niet harder dan 120 km per uur, maar wij houden het altijd op 100 km. per uur. Deze snelheid bevalt ons goed, je kunt als chauffeur ook nog eens om je heen kijken. We wisselen regelmatig als chauffeur, ongeveer om de 2 uur. Zo word je niet moe en je hebt genoeg tijd om uit te rusten. 100 km. per uur betekent hier ook dat je dan ook 1 uur doet over 100 km. Je rijdt nl. hele einden zonder noemenswaardig oponthoud. Zo kun je heel wat kilometers maken op een dag. De rit verliep dan ook voorspoedig en het wordt wel een beetje eentonig, maar het was onderweg weer regen, regen en nog eens regen. In de namiddag waren we op de camping in Sioux City. We werden direct aangesproken door een jong amerikaans stel die het formaat van onze camper zeer aantrekkelijk vonden. Even mee staan praten. Bij aankomst was het droog en was het ook warmer geworden. Zo konden we buiten zitten en hebben ’s avonds ook nog een eind gewandeld. Het was gezellig druk op deze camping. Hier zijn op iedere camping, bij iedere afzonderlijke kampeerplek, firepits en picknicktafels. De firepit is een metalen ring die een eindje is ingegraven. Iedereen kan dus zijn eigen vuurtje maken. Daar werd, vooral op deze camping, veelvuldig gebruik van gemaakt. Sommigen hadden in de laadbak van hun pickup zelf hout meegenomen. Je kunt ook een rooster op het vuur leggen en dan heb je meteen een barbecue. Tot ’s avonds laat brandden hier de vuren. Het was ook lekker weer om buiten te zitten.

      


Zondag 29 mei.
Deze dag weer een eind gereden. Na nog een eindje over de Interstate 80 ging de rit verder over de Interstate 90 in de staat South Dakota. In deze staat zijn verschillende dingen die we willen bekijken. We hebben een stop gemaakt bij het Visitor Center. Hier  hebben we ons laten vertellen wat we deze dag onderweg allemaal konden bekijken en we hebben ook folders en kaarten meegekregen voor de bezienswaardigheden voor de komende dagen. In Sioux Falls hebben we de waterval bekeken. Deze was behoorlijk groot en ondanks dat hij natuurlijk veel kleiner was dan de Niagara Falls toch ook wel de moeite waard. Een paar honderd kilometer verder zijn we van de weg af gegaan, naar de plaats Mitchell. Hier versieren ze elk jaar een gebouw aan de buitenkant met maiskolven. Zeer de moeite waard om te zien. Je kunt er ook naar binnen en ook daar waren op de muren afbeeldingen gemaakt met maiskolven. Dit gebeurt al meer dan 125 jaar en je kon ook de foto’s bekijken van heel wat jaren hiervoor. Vanaf hier verder gereden. We kwamen over de rivier de Missouri. Mooie foto’s gemaakt en net als overal ook gefilmd. Eergisteren moesten we de klok 1 uur terugzetten en nu onderweg, bij de Missouri, ook weer 1 uur. Zo is nu het verschil met Nederland al 8 uur. Als wij naar bed gaan staan de Nederlanders op. Na dus heel wat uurtjes op de Interstate zijn we nu op een camping vlakbij de Badlands. De trek naar het westen hebben wij met onze “huifkar” dus heel wat sneller gedaan dan de settlers vroeger met hun ossenkarren. Het zal nu wel langzamer gaan, want nu komen de Highlights. De hele dag droog weer gehad, maar wel zwaar bewolkt. De weersberichten voor de komende dagen zien er redelijk uit. Dus hopelijk hebben we de regen gehad. Ook de campingbeheerders klagen over het weer. Morgen is het hier Memorial Day, net zo iets als onze dodenherdenking.

 

      


Maandag 30 mei.
Het bleek dat we maar 10 minuten hoefden te rijden en toen waren we al  bij de ingang van het nationaal park de Badlands. We hebben hier meteen een jaarpas gekocht die geldig is voor alle nationale parken die we verder nog in de USA willen bezoeken. Na de ingang veranderde het landschap direct in bizarre, roodbruine rotsformaties die boven de prairie uitsteken. Bij de eerste parkeerplaats meteen gestopt, daar kon je een rondwandeling maken om de rotsformaties te bekijken. We werden wel direct gewaarschuwd met een bord waarop stond “pas op voor giftige slangen”. Niet gezien, wel een jong konijntje. We zagen een indrukwekkend landschap met enorme rotsen van verschillende kleuren. Het leek op het oog een onbegaanbaar maanlandschap. We zijn bij meerdere uitzichtpunten gestopt om dit mooie landschap te bekijken. Bij het visitor center kon je de oorsprong en de geologie van dit gebied bekijken. Het is een erosielandschap dat langzaam opschuift richting Missouri rivier. Weer in de camper kwamen we tot de ontdekking dat de batterij van onze videocamera bijna leeg was. Gelukkig hadden we vlak voor onze reis voor dit soort situaties “bie de Lidl” een omvormer gekocht die in het gat van de sigarettenaansteker gestoken kon worden en dan konden we laden. Eén en ander dus gedaan, maar tot onze schrik zag Ide al binnen 5 minuten dat het rode lampje van de accu ging branden. Meteen de omvormer, die inmiddels bloedheet was, uit het gat getrokken. Maar het was al te laat. Het lichtje bleef branden, wat waarschijnlijk betekende dat de accu niet meer opgeladen werd. Ide wou stoppen om te kijken wat er aan de hand was, maar dat leek Diny niet zo’n goed idee. De auto reed per slot van rekening nog. Na rijp beraad besloten om terug te gaan naar de camping. Het was immers Memorial Day en alles was gesloten. Daar één en ander bekeken en gemeten. Ide had het vlug gezien, volgens hem was de dynamo stuk en vermoedelijk de accu ook. De accu had gekookt en was leeg. Op de camping stond een ouder echtpaar, waarvan de man meteen kwam kijken wat er aan de hand was. Hij vertelde dat de dichtstbijzijnde garage niet ver weg was. In Rapid City. Dit is ongeveer 110 km. rijden en dat is voor Amerikaanse begrippen blijkbaar dichtbij. We hebben de lader, die we bij ons hebben, aan de accu gezet en zijn op internet op zoek gegaan naar een garage in Rapid City. Aan het eind van de avond gaf de acculader aan dat de accu weer vol was. We hoopten dus op een goede start de volgende morgen.

      

      

                                                                         Badlands Zuid Dakota


Dinsdag 31 mei.
Vroeg opgestaan, want we wilden op tijd bij de garage zijn. Ja, hij startte en we waren om 9.00 uur bij de garage. We werden meteen geholpen, ze stonden er met 4 man omheen. Toch interessant een Europese auto. De conclusie was dezelfde als die van Ide. Ze hebben meteen geïnformeerd of ze hier in Amerika de dynamo konden bestellen. Nee dus, de accu is wel in voorraad. Wij hebben toen de alarmcentrale van de ANWB gebeld en die gaan nu een dynamo opsturen. Ze bellen ons nog wanneer die hier kan zijn. We hopen wel dat ze bij het bellen er rekening mee houden dat 9.00 uur in de morgen in Nederland 1.00 uur in de nacht hier is. Bij de garage hebben ze onze camper weer gestart en zo zijn we naar de dichtstbijzijnde camping gereden. Daar hebben we vooreerst voor 2 nachten geboekt, daarna kunnen we zo bij bespreken. De garagehouder belt ons als de bestelling aangekomen is.
Op de camping hebben we toen, via Skype, de alarmcentrale van onze reisverzekering gebeld. We hebben nl. een uitgebreide reisverzekering bij Univé waarin ook geregeld is dat we bij pech onderweg een aantal dagen een vervangende auto kunnen krijgen. We wilden dus weten of er een mogelijkheid was om eventueel, als e.e.a. toch allemaal wat langer gaat duren, een auto te huren om in de omgeving rond te gaan kijken. Er staan in dit gebied nog meer dingen, die we zien willen, op het programma. De heer die we aan de telefoon hadden kon niet zelf beslissen en moest overleg hebben met Univé. Hij vertelde nl. dat in de voorwaarden staat dat je zelf met je auto of camper naar de plaats gereden moet zijn waar je nu staat met pech. Wij zijn dus niet naar de plaats gereden, maar een gedeelte van de reis is de camper per boot en wij met  het vliegtuig gegaan. Hij was het met ons eens dat het in dit geval niet anders kon. Als het aan hem lag konden we, ook gezien de lage autohuur hier, rustig een auto huren en dit achteraf declareren bij Univé, maar hij moest toch eerst overleg hebben met de verzekeringsmaatschappij. Hij mailt ons wat Univé besluit, maar hij wilde nog wel even kwijt dat hij jaloers op ons was. Dat leek hem ook wel wat, zo’n reis in de USA. Wij vragen ons ondertussen af of we wel verzekerd zouden zijn als we in Noorwegen pech gekregen hadden. Daar gaan we nl. altijd met een ferry naar toe en dus rijden we ook niet de hele reis.
We hebben een dezer dagen contact gehad met het thuisfront en daar werd ons meegedeeld dat onze oudste kleinzoon vindt dat er te weinig foto’s van opa en oma zelf op de computer staan. Dus hebben we voor de kleinkinderen maar een extra rubriek toegevoegd. Die zullen we vullen met foto’s van opa en oma. Het is dus geen zelfverheerlijking.

 

                                      

                                                                      Soms zit het mee en soms .......


 Woensdag 1 juni.
Toen we om 10.00 uur ’s morgens nog niets van de ANWB gehoord hadden over de voortgang van het zoeken naar een dynamo, hebben we zelf maar naar ze gebeld. De mevrouw die we aan de telefoon kregen vertelde ons dat ze nog steeds geen dynamo gevonden hadden en dat het ondertussen in Nederland avond was en de volgende dag Hemelvaartsdag. Dus ze konden voor vrijdagmorgen niets meer voor ons doen. Daar waren we, op z’n zachtst gezegd, niet blij mee. Wij hebben toen kontakt gezocht met Diny’s zwager André, die nogal technisch aangelegd is. Hij blijkt een kennis te hebben die een Fiatgarage heeft. Omdat het de volgende dag Hemelvaartsdag was, kon hij niet voor vrijdag zeggen of hij een dynamo in voorraad had en zo niet of hij er één kon bestellen. Mocht dit lukken dan zou Mark  vrijdagmorgen kontakt opnemen met de alarmcentrale van de ANWB om met hun te overleggen over het versturen hier naar toe. We wisten ondertussen al, door het zoeken op internet, dat het zeer ingewikkeld en duur was.
De alarmcentrale van Univé was veel vlotter, daar hadden we woensdagmorgen al bericht van dat we een vervangende auto konden huren. Dit kan tot een maximumbedrag van € 2000,-- per jaar. Dus de voorbereiding en het afsluiten van een uitgebreide reisverzekering werpt zijn vruchten af. We hebben dezelfde avond nog maar een auto gehuurd voor 24 uur. Zo konden we ’s avonds nog boodschappen gaan doen, want de voorraad raakte langzaam op.


Donderdag 2 juni.
We zijn ’s morgens al om 8.30 uur vertrokken richting Mount Rushmore. Daar zijn de koppen van 4 presidenten in een berg uitgehakt. Te weten: Washington, Lincoln, Jefferson en Rooseveld. Het was niet zover rijden, dus we moesten ze nog wakker maken. Maar het was de moeite waard. Het was prachtig weer, de zon scheen volop en dus een prachtig uitzicht op de beelden. Doordat we zo vroeg in het seizoen zijn is het overal nog vrij rustig zodat je ze vanaf alle kanten goed kon zien en fotograferen en filmen. Er was ook een film over de geschiedenis van het maken van de beelden, maar op dit vroege uur moesten we daar nogal een tijd op wachten. We hebben toen maar besloten verder te gaan en misschien op de terugweg nog even weer langs te gaan om deze film te bekijken.
De Indianen laten vlakbij Mount Rushmore ook een beeld uithakken in een berg. Dit is Chief Crazy Horse. Een vroeger oorlogsopperhoofd van hun. Dit was onze volgende bestemming. Ook dit beeld, dat nog lang niet klaar is, zag je al van verre. Als het eenmaal klaar is, zal het veel groter zijn. Je kon daar met een bus tot aan de voet van de berg gaan en het zo van vrij dichtbij bekijken. Er werd ons aangeraden eerst naar het Welcome center te gaan en de film over de geschiedenis van het beeld en van Chief Crazy Horse zelf te gaan bekijken. Dat hebben we dan maar gedaan. Het was een heel groot complex en er was veel te zien over de Chief en ook over de geschiedenis van de Noord Amerikaanse Indianen in het algemeen. De film was erg interessant en vertelde veel over de manier van het maken van het beeld. Toen dus de toer met de bus gemaakt. Dat voegde niet zo heel veel toe.
Vanaf daar een rit gemaakt door het Custer State Park. Onderweg veel mooie natuur gezien, waaronder prachtige rotsformaties, diepe dalen en grasland waarop kuddes Bisons/Buffalo’s liepen te grazen. Zo nu en dan moest je ook stoppen omdat een kudde op de weg liep. Het mooie was dat er ook allemaal jonkies bijliepen. Verder nog Pronghorns en kolonies Prairie Dogs gezien. De Pronghorns lijken erg op Antilopes en de Dogs zijn heel klein. Ze lijken op en doen als Stokstaartjes. We moesten ook een paar keer door hele nauwe tunneltjes, waar je met de auto net door kon, met de camper was dat niet gelukt. Toen we weer langs Mount Rushmore kwamen was het nog vroeg genoeg om de film toch nog te gaan bekijken. Die viel wat tegen, het was een beetje een propagandafilm voor de USA. Ondertussen rammelde onze maag en dus hebben we onze eerste Burger van deze vakantie hier gegeten. Weliswaar geen lekkere, vette Hamburger maar een Bisonburger. Ook lekker, maar volgens ons lang niet zo vet en niet met allerlei sauzen.
We waren precies op tijd op de camping om de huurauto weer in te leveren. Een prettige bijkomstigheid van de huurauto was dat er stickers op zaten waardoor we gratis in het State Park konden en parkeren bij Mount Rushmore.

      

                                                                           Mount Rushmore

      

                                                                           Custer State Park


Vrijdag 3 juni.
We werden om 7.30 uur gewekt door de telefoon. De alarmcentrale van de ANWB belde met de boodschap dat ze een bedrijf in Rapid City (waar wij dus zitten) gevonden hadden die in auto-elektro doet en die de dynamo waarschijnlijk kon reviseren. Ze raadden ons aan om daar z.s.m. kontakt mee op te nemen. Dat was niet aan dovemansoren gezegd. Na een vlug ontbijt de auto weer gehuurd en op weg naar Dakota Battery en Electric. Die waren zeer hulpvaardig en zochten meteen van alles op, op het internet. Om een lang verhaal kort te maken: Dad is vanmiddag op de camping geweest om te kijken of het mogelijk is om de dynamo hier ter plaatse te demonteren, zodat wij hier kunnen blijven staan. Dat blijkt te kunnen. Maandagmorgen komen ze hem eruit halen en gaan ze hem reviseren en mocht dat niet kunnen, dan bestellen ze met spoed een nieuwe. Het is zo’n zaak waar Jonny Cash in een van zijn liedjes over zingt. Dat liedje zullen we als we weer  “On the Road“ zijn nog een paar keer draaien. Er wordt nu serieus aan gewerkt. Het was deze dag geweldig mooi weer en dus heeft Diny gezwommen en hebben we lekker buiten gezeten. Ide heeft het afvalwater met emmers leeg gemaakt, de wc geleegd en de schoonwatertank gevuld. Anders rijden we even langs het Dumpstation maar dat gaat nu niet. ’s Avonds heeft Ide pannenkoeken met spek gebakken, het Amerikaanse pancake meel is erg zoet. Dat was geen ideale combinatie. We hebben ook al eens spek gekocht wat, naar later bleek, met bruine suiker  gebruind was. De Amerikanen zijn blijkbaar gek op zoet. Morgen gaan we er weer een dag op uit met de huurauto.
O ja er zijn hier geen tornado’s!!!


Zaterdag 4 juni.
Deze dag zijn we met de huurauto al vroeg vertrokken richting de Badlands. Daar waren we maandag 31 mei ook al, maar toen kregen we halverwege de pech met de camper. Bovendien was het toen ook regenachtig weer. Dus nu we toch nog in de buurt waren zijn we nog weer terug gegaan. Deze dag was het stralend zomerweer en dus veel mooiere uitzichten. Met dit weer kwamen de verschillende kleuren ook veel beter uit en we konden nu ook op ons gemak een rondwandeling maken.
Hierna zijn we naar Wall gegaan. Dit is een plaats aan de Interstate 90 waar vroeger een drugstore was waar je voor een nikkel (een dubbeltje) een kop koffie kon kopen en een glas ijswater gratis kreeg. Dat is nog steeds zo. Er werd al 300 mijl reclame voor dit plaatsje gemaakt langs de Interstate. Het is wel een erg toeristisch plaatsje geworden. Daar hebben we dus koffie voor een nikkel met een broodje gekocht ( het broodje koste meer dan een nikkel ) en op ons gemak het plaatsje bekeken. HIER HEBBEN WE ONZE EERSTE ECHTE VETTE HAMBURGER GEGETEN. Je kunt er van alles kopen, van dure sierraden van Black Hills goud, cowboy outfit en  prullen Made in China.

 

         

 

Toen we vanaf daar weer de Interstate opreden zagen we aan onze rechterhand dat ze bezig waren met een rodeowedstrijd. Gelukkig konden we iets verderop nog weer een afslag nemen. We konden zo het terrein oplopen en zijn op de tribune gaan zitten. Eerste rang dus. De vrouwen waren te paard bezig om met een lasso een kalf te vangen. Hoe deze wedstrijd precies in elkaar zat, weten we niet, aangezien we nog net het staartje hiervan meekregen. Hierna waren de mannen aan de beurt. Waar het om ging was dat ze zo lang mogelijk op een wildgemaakte stier moesten blijven zitten. Wie het langst bleef zitten, had gewonnen. Dit ging er behoorlijk ruig aan toe. Maar leuk om eens gezien te hebben. Daarna weer richting Rapid City, waar we nog weer even boodschappen hebben gedaan bij de Walmart.

       

       

 
Zondag 5 juni.
Een luie dag gehad, waarop we wat geskypt en gezwommen hebben.

   117 Wachten op reparatie.JPG   


Maandag 6 juni.
’s Morgens kwam de man van Dakota Battery en Electric. Dit keer was het de zoon. Hij had vlot de dynamo uit de auto en hoopte vandaag, maar uiterlijk morgen de dynamo gereviseerd te hebben. Deze dag verder de was gedaan en de camper een beetje  schoongemaakt. Ook nog gezwommen. Zonnebaden niet, want Diny is al behoorlijk verbrand. Dat gaat hier heel snel. Vanavond een zware onweersbui gehad, het leek wel een   Tornado  maar nu is het ook heerlijk afgekoeld. We wachten morgen in spanning af.

     

 
Dinsdag 7 juni.

De hele morgen zitten lezen. Met dank aan Jopie en Roel voor de tip wat betreft de E-reader. ’s Middags zouden ze komen om de gereviseerde dynamo weer terug te plaatsen. Maar wie er kwam, geen dad of son. Om 16.00 uur hebben we toen telefonisch kontakt opgenomen met de alarmcentrale van de ANWB. We hebben hun verzocht kontakt op te nemen met de garage. Mogelijk dat er problemen zouden kunnen zijn met Europese onderdelen in de US. Het leek ons beter dat zij dat deden, gezien de taal. Er zou dan ook door hun actie ondernomen kunnen worden. Ze beloofden ons meteen te bellen naar de garage en ons dan te mailen met het antwoord. Dit antwoord kwam niet, dus hebben we om 21.00 uur een mail gestuurd met de vraag of zij al iets meer wisten. We kregen per omgaande bericht dat er wel meteen een mail naar ons gestuurd was. Aangezien deze dus blijkbaar in het zwarte datagat was verdwenen, stuurden ze deze mail nog maar een keer. Hier stond in, dat er wat fout gegaan was met de bestelling van de onderdelen. Ze verwachtten dat de goede onderdelen woensdag tegen twaalven zouden arriveren en ze hadden toegezegd dat ze dan om 14.00 uur op de camping zouden zijn om de dynamo en de nieuwe accu in de camper te plaatsen. De verdere dag een beetje lamlendig rondgehangen op de camping. Het was nog steeds prachtig weer 35 graden, zo warm zelfs dat we de airco in de camper aangezet hebben, maar tegen de avond werd het ineens een stuk kouder.

                           
                                        Dad en Son die onze camper weer "on the road" kregen.
                      Inmiddels een keer op internet gezien dat hun zaak in een nieuw pand zit.


Woensdag 8 juni.
’s Morgens al vroeg wakker. We zaten toch wel in spanning of vandaag alles goed zou komen. Het was heel ander weer dan gisteren, nu 17 graden. Toen hadden we de airco nodig, nu zaten we met een extra paar sokken en het elektrische kacheltje aan in de camper. Gelukkig was de zoon met zijn dochter er al om 13.30 uur. Na een klein uurtje sleutelen kon er gestart worden. Het rode lampje bleef uit en de accu werd weer volop geladen. Afgesproken dat we zo snel mogelijk naar de garage zouden komen om de rekening te betalen. De camper opgeruimd en op weg naar de garage. Na het betalen zei de zoon dat we gerust nog eens langs mochten komen als we in de buurt waren, maar niet met pech. Vanaf daar wat boodschappen gedaan, o.a. azijn gekocht voor het koffiezetapparaat want die vertoonde ook wat kuren. Terug op de camping die doorgespoeld met de azijn en ook die werkt nu weer als een tierelier. Vannacht blijven we hier nog. Morgen gaan we naar Devils Tower in Wyoming.

            


Donderdag 9 juni.
“Back on the road again”.
De bestemming deze dag was Devils Tower, dat ligt in de staat Wyoming. We zijn voor een deel over Interstate 90 gegaan. Halverwege zijn we hiervan afgegaan en hebben een meer toeristische weg genomen. Tegen de middag zagen we de Devils Tower uit de verte boven het land uitrijzen. Hier heeft miljoenen jaren geleden een vulkaan gestaan. Een prop magma dat omhoog gestuwd was en daar gestold, werd nog omringd door zachter gesteente van de vulkaan. Door erosie is dat allemaal verdwenen en is alleen de prop magma blijven staan. Voor de Indianen is het een heilige plaats en voor alle andere Amerikanen is het een monument. Er is een wandeling van 2 mijl omheen en die hebben we gelopen. We hebben hem dus van alle kanten kunnen zien. Een heel bijzonder natuurverschijnsel. Vlak in de buurt van de Devils Tower, zo langs de kant van de weg, is een stuk land met allemaal holen van Prairie Dogs. Je weet niet wat je ziet, zoveel. Daar zijn we ook nog gestopt om te kijken. Omdat er verder onderweg niets bijzonders te zien was, zijn we doorgereden naar Buffalo aan de voet van de Big Horn Mountains. Daar zijn we op een camping gegaan. Bij aankomst op de camping werden we meteen aangesproken door Belgen met een huurcamper, die zeer nieuwsgierig waren hoe we met onze camper in de US gekomen waren. Dit is ons al een aantal keren eerder gebeurd. Onderweg naar Buffalo hebben we een vreselijke onweersbui gehad met hele dikke hagelstenen. We vreesden voor onze voorruit en zonnepaneel. We hebben een tijdje op de vluchtstrook stilgestaan tot de hagel over was. Verbeeld je dat onze voorruit kapot gegaan was, dat was pas echt een probleem geweest. ’s Avonds nog een wandeling in het dorp Buffalo gemaakt, maar niet te lang, want het begon weer te regenen en dat is de hele nacht doorgegaan.

      


Vrijdag 10 juni.
Met wat regenspetters het elektriciteitssnoer binnengehaald en de lucht zag er ook niet erg prettig uit. Een eindje voorbij Buffalo kwamen we in de Big Horn Mountains. Toen we wat hoger kwamen zaten we eerst midden in de mist, die overging in regen. Toen we nog wat hoger kwamen ging de regen over in sneeuw. Er lag overal nog een behoorlijk pak verse sneeuw, maar de weg was goed begaanbaar. Toen we de Powder River Pass, het hoogste gedeelte, gehad hadden en dus alweer naar beneden gingen, hebben we prachtige rotspartijen en ravijnen in allerlei kleuren gezien. Het weer was daar ook een stuk beter. Veel blauwe lucht en dus ook veel zon en dat weer hebben we de rest van de dag gehouden. Ons doel voor die dag was het plaatsje Cody, gesticht door de befaamde Buffalo Bill, echte naam William Cody. Het hele plaatsje ademt Buffalo Bill en toerisme. Wel heel gezellig. We zijn naar de Ponderosa camping gegaan. Deze ligt nl. vlak tegen het dorp aan en zo konden we vrijwel alles lopend bereiken. We hebben daar bij de receptie meteen kaarten gekocht voor de rodeo die zelfde avond. Dat was wel te ver om te lopen, maar je kon er vanaf de camping met de shuttlebus naar toe. De opening werd gedaan door “Buffalo Bill”, hij vertelde hoe hij aan zijn naam gekomen was en wat hij verder allemaal in z’n leven gedaan had. Hierna ging de speaker voor in gebed en werd uit volle borst het volkslied gezongen. Iedereen de hoed af en de hand op het hart. Erg indrukwekkend! De rest van de avond hebben we genoten van de rodeo. Best de moeite waard.

      

 

       

                    

       

     

                                                         


Zaterdag 11 juni.
’s Morgens lopend het dorp verkend. Het was er nog erg rustig, maar alle souvenier winkels waren al open. ’s Middags wat gelezen en wat mail verwerkt. We hebben op de camping geen dekking v.w.b. onze mobiele telefoon. In het dorp weer wel. Tegen de avond zijn we weer naar het centrum van het dorp gegaan, want daar worden iedere middag een stel cowboy’s doodgeschoten op Mainstreet. Dit is een toneelstuk dat iedere avond voor de toeristen wordt opgevoerd. Wij hadden het al eens in Williams, Arizona gezien. De spelers waren een beetje melig, maar als je dit elke avond moet doen, word je dat waarschijnlijk vanzelf. Ook dit werd geopend met het volkslied en de vlaggen van de USA en Wyoming. Ook werd aandacht geschonken aan de jongens die overzee vochten voor vrijheid en veiligheid van de USA. Dit gebeurde de vorige avond ook bij de rodeo en beide keren werd gevraagd of er een militair met verlof onder de toeschouwers zat en dat was zo. Beide keren werd deze naar voren gehaald en kreeg een groot applaus. Je kunt  van het zingen en applaus  denken of zeggen wat je wil, maar het  schept wel eendracht, samenhorigheid en nationaal gevoel.  Ook werd gevraagd uit welke staat de  toeschouwers kwamen en beide keren werd bij toeschouwers uit Californië gezegd “welkom in het echte Amerika”. Dat zegt wel iets. Op de terugweg zijn we langs de Pizza Hut gegaan en hebben dus een Pizza gegeten. Morgen gaan we naar het Yellowstone National Park.

      


Zondag 12 juni.
Op tijd en met mooi weer van de camping vertrokken. Een paar kilometer verderop moesten we van de eigenaresse van de camping gaan kijken bij de Buffalo Bil stuwdam. Gehoorzaam als we zijn hebben we dat dus maar gedaan. Een eindje verderop stonden een aantal mensen aan de kant van de weg met verrekijkers, fototoestellen en filmcamera’s. Wat dat betreft werkt het hier net zo als in het Krugerpark in Zuid Afrika. Als je meerdere mensen een bepaalde richting uit ziet kijken, dan weet je zeker dat er iets bijzonders te zien is en is het dus stoppen geblazen. In het struikgewas liep een jonge moose, in Europa noemen we het een eland. Iemand wees ons ook nog op een bald eagle in de boom. Daarna verder richting Yellowstone Park. Doordat we vroeg van de camping waren vertrokken, reden we al om 9.30 uur via de oost ingang het park in. Er lag nog erg veel sneeuw langs de weg en veel bijwegen waren nog afgesloten. Wij waren hier ook al in 2000, ook in mei/juni. Maar toen lag er nauwelijks nog sneeuw. De zomer wil hier maar niet komen, volgens de Amerikanen. Ook nu was het ondertussen behoorlijk gaan regenen. Je kon dus eigenlijk alleen de hoofdwegen maar rijden. Dat was niet zo erg, want ook daar was genoeg te zien. We waren nog niet zover in het park toen we weer allemaal mensen langs de kant van de weg zagen staan. Hier bleek dus een grizzly beer langs de kant van de weg te lopen. Wow, wat een belevenis. Je kon hem bijna aanraken. Hij liet zich ook van alle kanten bekijken. Op een gegeven moment moet je dan wel weer verder, anders hoopt het verkeer teveel op. Iedereen stopt en wil het graag zien. Iedereen vindt het geweldig, maar toch ook wel een beetje griezelig. Ons doel deze dag was “The Old Faithful”. Dat is een geyser, waar iedereen op een bankje bij zit te wachten totdat hij gaat spuiten. Hij is ongeveer om de 70/80 minuten aktief. Wij hadden de vorige keer al op het bankje zitten wachten en zijn nu eerst maar een rondwandeling gaan maken over het terrein om de rest van de geysers, het bronnen e.d. nog eens te bekijken. Gelukkig was het ondertussen droog geworden, maar wel erg bewolkt. Van de vorige keer, toen we heel mooi zonnig weer hadden, weten we nog dat de kleuren heel mooi waren. Nu het zulk donker weer was, kwam alles toch minder mooi uit. Je loopt over houten looppaden. Naast de paden kun je wegzakken in de grond, want de aarde is hier een dunne korst. Op een bepaald stuk liepen een aantal bizons vlak langs het plankier. Dan blijkt dat iedereen toch wel ontzag heeft voor deze grote beesten. Wij en verder iedereen gingen er dan ook heel voorzichtig voorbij. Aan het eind van de rondwandeling hebben we toen nog maar een keer zitten wachten op The Old Faithful. Dat hoort er nu eenmaal bij. Deze dag verder op verschillende plaatsen gestopt en rondgekeken. Erg veel bizons gezien, veel meer dan in 2000. Volgens ons is er een overbevolking aan het ontstaan. Aan het eind van de dag zijn we het park aan de westkant uitgegaan. We hebben daar een hele tijd in de file gestaan want er liep een kudde bizons op de weg. Buiten het park  zijn we op een camping gegaan. Bij de receptie troffen we weer Nederlanders aan. Toen ze zagen dat wij met onze eigen camper waren, vertelde de vrouw dat ze onze camper al bij The Old Faithfull had zien staan. Ze had er een foto van gemaakt, want volgens haar was het wel uniek om daar een camper met een Nederlands kenteken te zien.

      

      


Maandag 13 juni.
’s Morgens weer het park in gegaan en een andere route gereden. Onderweg weer veel wild gezien. Waaronder natuurlijk bizons, maar ook Big Horn Sheep, roofvogels en een slang. Uiteindelijk bij Mammoth Hot Springs de terrassen bekeken. Hier borrelt het water uit de grond en loopt langs de berghelling naar beneden, waarbij verschillende terrassen in de meest mooie kleuren en bizarre formaties zijn ontstaan en nog steeds ontstaan. Het stinkt er alleen erg naar rotte eieren. Nog weer heel veel sneeuw en watervallen gezien en andere thermische verschijnselen. Op sommige plaatsen was de sneeuw langs de kant hoger dan de camper. Gelukkig is het deze hele dag droog gebleven, we hebben zelfs de zon nog een tijdje gezien. We zijn aan de noordkant uit het park gegaan bij Gardiner. Dit was ooit de enige toegang tot het park.  We hebben nu alle in/uitgangen gehad. In 2000 waren n.l. we via de zuid ingang binnen gekomen. Hier hebben we nog even rondgekeken en een foto gemaakt van het motel waar we toen gelogeerd hebben. Verder gereden naar een camping in Bozeman. Daar aangekomen hoosde en onweerde het vreselijk. De rest van de avond is het niet meer droog geworden.

      


Dinsdag 14 juni.
Dit was een reisdag richting Canada. Op de kaart hadden we gezien dat we niet over de Interstate hoefden, maar dat er een toeristisch aantrekkelijk alternatief was. Dat hebben we dus maar gedaan. Eerst kwamen we door een landschap met veel ranches en veekuddes. Daarna door de Little Belt Mountains en een heel stuk door een National Forest. Vervolgens over een hoogvlakte met eindeloze wegen. Je moet oppassen voor, wat ze bij ons polderblindheid noemen. Hier gebeuren erg veel ongelukken. Dit was te zien aan alle witte kruisjes die we onderweg gezien hebben. In de plaats Great Falls, waar we de Missouri weer tegenkwamen, zijn we op een camping gegaan. Was het vanmorgen nog een beetje bewolkt, de rest van de dag hebben we stralend, zonnig weer gehad. De camper gewassen op de Loop. Hij was inmiddels erg smerig geworden.

      


Woensdag 15 juni.
Toen we de rekening voor de reparatie van de camper bestudeerden, viel het ons op dat vooral de onderdelen hier veel goedkoper zijn  dan in Nederland. Omdat we er nog graag een huishoudaccu bij wilden hebben, zodat we een aantal dagen niet aan de stroom hoeven onderweg, zijn we vanmorgen naar de Walmart gegaan. Daar hebben we er een accu bijgekocht. Die zijn hier echt veel goedkoper dan bij ons. Tot nu toe was het zo dat bij artikelen dan over het te betalen bedrag nog wel btw ( tax ) berekend wordt bij de kassa. Op onze vraag aan de verkoper hoeveel de tax zou zijn, werd ons verteld dat in bepaalde staten, waaronder Montana, geen btw betaald hoeft te worden. Nergens voor. Dat viel dus nog extra mee. We hebben dus meteen nog maar weer even een voorraad wijn ingeslagen. We gingen dus nogal  aan de late kant  op weg naar de volgende bestemming. Die bestemming was het Glacier National Park. We waren net als de vorige dag over een toeristisch aantrekkelijke weg gegaan. Onderweg 2 keer een coyote gezien en heel veel herten en pronghorns. In de namiddag aangekomen in St. Mary. Hier begint “the going to the sun road”. Bij het plannen maken thuis hadden we ons voorgenomen om deze te gaan rijden. Moet erg mooi zijn. Maar nu we ons er wat meer in verdiepten, via de site van het park, bleek dat de camper te breed is voor deze weg. Het is mogelijk om dan met een shuttle te gaan, maar de weg is nog lang niet sneeuwvrij, er wordt nog met sneeuwploegen gewerkt om de route sneeuwvrij te krijgen. Volgens de krant hier, kan het sneeuwruimen nog een aantal weken duren. We hebben dus maar besloten hier niet op te wachten, maar de volgende dag verder te gaan. Ide heeft ‘s middags de nieuwe accu al in de camper gemaakt, onder de passagiersstoel. Als we willen kunnen we nu dus ook op de State parken overnachten. Daar is vaak geen elektriciteit of andere voorzieningen. Maar daar kunnen we nu zeker zonder. Voor wat betreft het weer, blijf je hier lachen. Was het de vorige dag, vooral in de middag erg warm, hier liepen we ‘s middags met dikke fleecevesten aan en ‘s avonds hadden we de kachel weer aan. We zaten nu wel veel hoger en daardoor was het natuurlijk ook een stuk kouder.

      


Donderdag 16 juni.
Bij zonnig, maar erg koud winderig weer zijn we van de camping vertrokken. We wilden naar een camping vlakbij Calgary en dan de volgende morgen de stad in om in ieder geval de schaatshal te gaan bekijken en wat er zoal meer te zien is. We gingen dus weer uit Amerika weg en naar Canada. Hopelijk laten de Amerikanen ons er wel weer in en met minder problemen dan de vorige keer. Canada in ging in ieder geval zonder problemen. Omdat we weer via een toeristische weg reden, was het maar een kleine grensovergang, die dan ook ’s nachts gesloten is. Volgens ons was de douane mevrouw blij dat er zo nu en dan iemand langs kwam. Was zeer spraakzaam. Vanaf daar dus doorgereden naar Calagary. We hadden de  adressen van twee campings in de tomtom gezet. Voor het eerste adres werden we midden naar het centrum van Calgary gestuurd. Nou heeft Calgary meer dan een miljoen inwoners en het was spitsuur en die waren volgens ons ook allemaal onderweg en dat ook nog eens in de stromende regen. Uiteindelijk bleek er nergens een camping te zijn in het centrum. Dus toen maar naar het tweede adres. Dat bleek aan de noordkant van Calgary te zijn. Op weg daar naar toe hebben we wel van een afstand de schaatshal gezien. Aangekomen op de camping vlug bij de receptie een plaats besproken. Toen de man aan de  receptie ons een heel blok plaatsen aanwees op een plattegrond met de opmerking:  “kijk maar waar je in verband met het water het beste kunt staan” hadden we beter moeten nadenken. Maar het was ondertussen al laat en we waren moe. Bij de plaatsen aangekomen bleek dat er verschrikkelijk veel water stond en om er te komen moest je ook door hele grote plassen rijden. Toch maar de, in onze ogen, beste plaats uitgezocht. De elektriciteit aangesloten en koffie gezet. Toen we wat beter om ons heen keken, bleken we toch wel tussen een raar zootje terecht te zijn gekomen. Allemaal oude roestige campers, caravans en auto’s en wat er nog meer aan rommel lag. We hebben toen de boel maar weer ingepakt en zijn verder gereden. We hebben een boek van Woodalls waar je campings in kunt opzoeken en daar hadden we deze ook gevonden. We dachten dat deze campings goed tot redelijk zouden zijn, maar dat blijkt dus niet zo. We zijn een kleine 50 km. verder gereden en hebben daar een hele mooie camping gevonden. Maar ondertussen waren we al zover voorbij Calgary dat we besloten hebben om de volgende morgen maar gewoon door te gaan richting Banff National Park. O, voordat we bij Calgary waren hebben we nog een paar boodschappen gedaan bij de Walmart. Daar bleek ook een kapper te zijn en omdat Ide bijna vlechtjes?! in z’n haar kon maken, is hij daar even naar de kapper gegaan. Hij heeft een echt vakantiekapsel genomen, hij noemt het kort amerikaans.

   153 Water.JPG   


Vrijdag 17 juni.
Deze dag eigenlijk alleen van de ene camping naar de volgende gereden, met natuurlijk wel weer erg mooie natuur onderweg. We zijn nu op een camping in Canmore, vlakbij Banff National Park in de Rocky Mountains en de bedoeling was om morgen verder te gaan naar dit park. Hier willen we de Icefield Parkway rijden van Banff naar Jasper. Dit is ongeveer 300 km. rijden, hoog door de bergen langs gletsjers en gletsjermeren en hopelijk veel wild. Omdat het vandaag weer een dag met erg veel regen was, hebben we de weersberichten voor de komende dag maar eens bekeken. Nu blijkt dat het zondag droog zal zijn en de dagen erna zelfs zonnig. Omdat we denken dat het mooier is de rit met mooi weer te doen, hebben we besloten om hier dus een dag te blijven en dan zondag verder te gaan. We willen ook graag 1 of 2 nachten in het park overnachten en dan is het ook wel prettig als het in ieder geval droog is. Er loopt hier een spoorlijn vlak langs de camping  en we zijn maar wat blij dat ze in Canada niet hetzelfde doen als in Amerika. Als daar een trein een spoorwegovergang nadert toetert hij als een gek. Vooral  ’s nachts is dat niet prettig. Maar schijnbaar hebben de Amerikanen er geen last van. Diny heeft het aantal wagons van een goederentrein geteld en kwam op 143, volgens haar was hij wel een kilometer lang.

          

                                                                      RV Camp Canmore


Zaterdag 18 juni.
Eerst uitgeslapen en uitgebreid ontbeten. Hierna hebben we het bed verschoond en de was gedaan in de laundry op de camping. Verder de camper van binnen goed schoongemaakt. Na het eten zijn we het stadje ingegaan. Canmore is een heel toeristisch stadje met meerdere campings en heel veel motels. ’s Morgens hadden we een Canadees van Nederlandse komaf gesproken. Hij was in Canada geboren, zijn broer nog in Nederland. Hij vertelde dat er lang niet zoveel Amerikanen meer met vakantie kwamen als voor de crisis. Je kon goed merken dat ze minder te besteden hebben en dus niet meer in grote getale naar Canada komen. Het is de hele dag droog geweest, maar  ’s avonds begon het te regenen en het is de hele nacht doorgegaan.


Zondag 19 juni.
Op deze vaderdag vroeg opgestaan want we wilden op tijd vertrekken richting Banff National Park. Om half tien waren we  dan ook al bij de ingang, waar we een ticket moesten kopen, jammer genoeg is onze jaarpas uit Amerika hier niet geldig. Tot vlak voor we vertrokken regende het nog pijpenstelen, maar ondertussen was het droog geworden en dat is het ook de hele dag gebleven!!  We kwamen al vrij gauw bij een afslag richting Lake Minnewanka. Op dit meer waren we attent gemaakt door onze huisarts. Hij was hier al eens geweest. Toen hij hoorde van onze plannen, zei hij dat we, als we het park inreden, al snel rechtsaf moesten slaan naar een meer. Dat was volgens hem geweldig mooi. Daar hebben we dus geen spijt van gehad, het was een prachtig groen gletsjermeer. Vanaf daar weer terug naar de hoofdweg die door het hele park loopt. Je kunt ook een kleinere weg nemen, die hier parallel aan loopt. Hier mag je maar 60 km. per uur rijden en kun je ook beter stoppen als je wat langs de kant van de weg ziet. Dus  hebben wij de kleinere weg genomen. We hoopten natuurlijk beren te zien, maar die waren er niet. Wel meerdere herten gezien, ook mooi. We zijn doorgereden naar Lake Louise, waar we op een camping zijn gegaan. Bij de ingang werd gezegd dat er “lots of bears” op de camping rondliepen. Wij hebben wel een wandeling gemaakt, maar geen enkele beer gezien.

      

                
Maandag 20 juni.
Er liggen hier 2 parken tegen elkaar aan, te weten het Banff National Park en het Jasper National Park. Eigenlijk is het een lang park in de Rockey's De ticket die je voor het ene park koopt, geldt ook voor het andere park. Vandaag dus vanaf Lake Louise de weg verder vervolgd, met onderweg stoppen bij alle plaatsen waar wat te bezichtigen was. Op een van deze plekken was ook een bus met Duitsers gestopt om foto’s van de omgeving te maken. Maar ze maakten ook foto’s van onze camper en vroegen hoe we er  hier mee gekomen waren. Een van de vrouwen zei dat ze tegen haar medereizigers gezegd had: ”die Hollander haben es wieder geschaft, Sie sind hier mit ihr eigenen Womo”.
Veel gletsjers gezien onderweg en ook bij een ervan naar boven gewandeld, nou ja gewandeld, geklommen. Dit was de Athabasca gletsjer, een uitloper van het Columbia Icefield. Die hebben we van dichtbij bekeken. We hadden ons wel een beetje een andere voorstelling van deze parken gemaakt. We dachten nl. dat we heel hoog door de bergen zouden rijden langs de gletsjers en dus ook door de sneeuw. Maar de weg ging helemaal door een dal, met aan de zijkanten dus de bergen met de gletsjers erop. Ook mooi, maar we hebben het ook al wel eens anders en mooier gezien, o.a. in Alaska en Noorwegen.  Wat niet wil zeggen dat het hier niet mooi is, we hebben prachtige bergen en hele mooie groene gletsjermeren gezien. Maar in Noorwegen hebben we nog nooit beren gezien en hier wel. Want ineens zagen we een zwarte beer langs de kant van de weg. Natuurlijk meteen gestopt en toen we stonden te kijken stak hij zo de weg over. Diny sprong natuurlijk weer uit de auto om van dichtbij foto’s te nemen, Ide er maar weer achteraan met de videocamera. Een Amerikaan die meeliep zei, een beetje angstig, dat het gevaarlijk was en dat ze wel 35 mijl per uur konden rennen. Och, zei Ide, hij pakt toch maar een van ons drieen. De Amerikaan was eerst volledig verbijsterd en begon daarna te lachen en liep vrolijk verder mee. We hebben natuurlijk wel wat afstand bewaard.  Zo konden we hem dus goed bekijken. Een eind verder zijn we weer van de grote weg afgegaan en op een gegeven moment zagen we iets zwarts vrij hoog in een boom zitten. Weer een zwarte beer. Je bent al heel blij als je een beer ziet, maar een beer hoog in een boom, dat vonden we wel iets heel bijzonders. Ook deze van alle kanten gefilmd en gefotografeerd. Helemaal bovenin het park zijn we toen bij de plaats Jasper op een hele grote camping gegaan met ongeveer 750 plaatsen. Bij de receptie werden we gewaarschuwd dat de elken (een groot soort hert) erg agressief zijn omdat ze jonkies hebben. Als ze  op je af kwamen moest je dreigende geluiden maken en op de papieren stond dat je moest zorgen een paraplu bij je te hebben om mee te dreigen. Bij het binnenrijden zagen we er meteen een aantal, maar dan zit je nog lekker veilig in je auto. Na een kop koffie gedronken te hebben, zijn we nog een eind gaan wandelen. Toen we weer terug bij de camping waren, zagen we opeens een elk met jong. De moeder kwam nogal dreigend op ons af en dan wil je wel met een stok (een paraplu hadden we natuurlijk niet bij ons, die heb je hier ja nooit nodig, dreigen en hard tegen haar schreeuwen. Deze droop af, maar toen kwam er een volgende. Om kort te gaan, we hebben het overleefd en zijn er met een wijde boog omheen getrokken, richting de camper. We zijn nog steeds blij dat het elken en geen beren waren.

       

              

      

      


Dinsdag 21 juni.
Deze dag zijn we van de camping en uit het park vertrokken richting de provincie British Colombia. Bij de grens kregen we weer een uur extra, dus een dag van 25 uur. Het verschil met Nederland is nu 9 uren. Dus Pacific Time. Dat houden we nu een hele tijd tot onder in de USA en we weer richting het oosten gaan. Dan wordt  de dag  23 uur voor ons als we weer door een tijdzone gaan. We hebben vandaag nogal wat kilometers gemaakt, maar dat komt vanwege dat uur meer. Ons volgende doel is Vancouver. We reden nog een stuk door de Rocky Mountains en dus nog steeds mooie natuur om ons heen. Onderweg, zomaar langs de kant van de weg, een bruine beer die daar rustig aan het eten was. Nu hebben we dus 1 grizzly, 2 zwarte en 1 bruine beer ( is ook een zwarte beer alleen met een bruine kleur zeggen ze hier) gezien. Ook een hele bus met Nederlanders op een parkeerplaats bij een visitor center. We zijn wat keren op de foto gekomen en je moet steeds weer uitleggen hoe het mogelijk is om daar met je eigen camper te rijden. Aan het eind van de dag waren we ongeveer halverwege  in Kamloops. Daar op een camping gegaan. Morgen verder, we hebben al een Camp uitgezocht in Vancouver Noord. Deze zal vlak bij een metrostation zijn. We zijn benieuwd.


Woensdag 22 juni.
Deze dag verder gereden naar Vancouver. Daar waren we al om een uur of 3 en toen konden we nog lekker buiten zitten. Het zonnetje scheen en het was lekker warm. De camping ligt midden in de stad en was gezellig druk. Het wordt langzamerhand toch wat drukker op de campings, je kunt merken dat hier de zomer ook begint. Alhoewel alles wat hier nu bloeit, in Nederland al lang uitgebloeid is om deze tijd. Zo zagen we onderweg heel veel brem, nog in volle bloei. Alles is hier volgens ons zeker een maand later dan bij ons. Maar de Amerikanen zeggen ook dat alles een maand later is dan normaal.
   

         

                                                                 Capilano rv park Vancouver


Donderdag 23 juni.
Deze dag hebben we Vancouver in vogelvlucht bezocht. We willen nl. altijd wel naar een stad toe, maar als we er zijn willen we er ook zo gauw mogelijk weer uit. Dus zijn we er uiteindelijk maar 1 dag gebleven. Vancouver zelf is, qua verkeer, een crime op het moment. Er zijn erg veel opgebroken wegen en dus omleidingen. We zijn toch met de camper naar een aantal bezienswaardigheden gegaan, omdat we dat eenvoudiger vonden dan met de bus. Voor je uitgezocht hebt hoe je dan ergens komt, ben je een dag verder. ’s Morgens waren we in het Stanley Park. Dit is een erg groot park tegen het centrum aan. Hier hebben we o.a. de beroemde totempalen van Vancouver bekeken. En natuurlijk de skyline van Vancouver met zijn hoge gebouwen. Daarna zijn we naar de Suspension Bridge gegaan. Dit is een kabelbrug over de kloof van de Capilano Rivier. Je loopt dan over een zwabberende brug en dat is een unieke ervaring. Dit is beslist niet geschikt voor mensen met hoogtevrees. Je loopt in feite over een diep ravijn heen, met een rivier in de diepte. Ook  was er een boomkroonpad. Dit ging met hangbruggen van boom naar boom. Aan de zijkant van de rotswand was ook een cliffwalk uitgezet. Deze is nog maar pas geopend en nu al een succes. Het is een constructie waarbij er een pad is gemaakt op afstand van de rotswand en diep onder je loopt de rivier. Op sommige plaatsen loop je over glas, een unieke ervaring. ’s Avonds weer naar dezelfde camping teruggegaan.

      

       

                                                                             De opperhoofden                                                                                                   
Vrijdag 24 juni.
’s Morgens vol goede moed richting de grens van Amerika gegaan. Het moest er toch maar weer van komen, we waren benieuwd of het weer zo’n gedoe zou worden bij de douane. Aangekomen bij de grens stond er al een lange file. Na dik een uur waren we eindelijk aan de beurt. Deze douanier deed niet moeilijk, hij vroeg alleen, met een grote grijns, of we ook drugs bij ons hadden. Toen Ide vroeg: “vraag je  dat omdat we uit Nederland komen” grijnsde hij nog erger en daarna wenste hij ons een goede reis. We zijn dus weer in Amerika. Vanaf de grens zijn we naar het plaatsje Mukilteo gegaan. Daar zijn de Boeing fabrieken en kun je een rondleiding krijgen in de fabriekshal, die geweldig groot is. Volgens de gids de grootste ter wereld. Je zag van het begin van de hal tot het einde het vliegtuig groeien. We konden verschillende typen vliegtuigen gebouwd zien worden, waaronder de nieuwe Dreamliner. We hadden gelezen dat het erg interessant is en dat klopte.  Aan het eind van de dag hebben we een camping gevonden vlakbij Seattle. We hoopten dat daar een beetje snel draadloos internet was, want de laatste keer dat we internet op de camping hadden, was het erg langzaam en kon Ide de foto’s er niet goed op krijgen. Maar toen we het probeerden was het toch wel weer erg langzaam. Op hoop van zegen dus maar. Wat het weer betreft: in Vancouver hebben we het overdag droog gehad, maar ’s nachts regen. Deze dag toch wel weer een aantal dikke buien gehad onderweg en ’s avonds op de camping ook.

         

      

 
Zaterdag 25 juni.
Het was alweer een week geleden dat we de camper gezogen hadden en je kunt je niet voorstellen wat een troep je naar binnen loopt als het buiten vochtig is. Dus maar weer een dag één en ander schoongemaakt en nog maar weer een paar wassen gedraaid.  Ook naar de koelkast gekeken, die wilde niet meer op gas nadat we de camper aan de buitenkant gewassen hadden. Dezelfde dag hebben we ook de gasfles laten vullen. Dus uitzoeken wat er aan de hand was. Zeer waarschijnlijk is er water door het aanzuigrooster voor de luchtkoeling binnengekomen en heeft de brander laten roesten of zo iets. De gaatjes van de brander doorgeprikt met een speld. De koelkast werkt nu gelukkig ook weer op gas. Hoeven we niet altijd aan de paal. Ook hebben we eens even gekeken waar we nu zijn en waar we nog allemaal naar toe willen. Dan blijkt dat we niet te vlug gaan, want volgens ons hebben we de tijd nog hard nodig. Vooral in de zuidwestelijke staten staat er erg veel op het programma. We zitten ook weer vlakbij een spoorwegovergang, dus we horen weer regelmatig het claxoneren van de trein. Ze zijn zo lang en rijden soms zo langzaam dat het verkeer omdraait als de spoorlijn dicht is. Dat zagen we tijdens onze wandeling.


Zondag 26 juni.
’s Morgens eerst naar de supermarkt gegaan, want in Canada hadden we de hele voorraad  opgemaakt.  Zo konden ze bij de douane daar niet moeilijk over doen. Daarna richting Mount Rainier gereden. Dit is een “dode” vulkaan in een Nationaal Park, omringd door een flink aantal gletsjers. De vorige avond hadden we de route uitgezocht die we er naar toe wilden rijden.  Maar dat bleek niet te kunnen, een aantal wegen was nog steeds dicht i.v.m. de hoeveelheid sneeuw die er nog lag. We hebben dus een andere weg moeten nemen naar het park. Achteraf was dat niet erg, want het was een prachtige route, die door dorpen en stadjes ging en ook bergop en bergaf. Overal onderweg kon je de berg al zien met heel veel eeuwige sneeuw er op. Heel veel bloeiende brem en lupines langs de weg gezien.  Boven op de Mount Rainier aangekomen bleek dat de parkeerplaats voor de campers nog dicht was i.v.m. de hoeveelheid sneeuw die daar nog lag. De berg hebben we wel van alle kanten kunnen bekijken want de andere parkeerplaatsen, die lager lagen, waren wel open.  We hebben nog foto’s in de sneeuw kunnen maken, waarbij Diny languit ging. Ide blij dat hij het fototoestel in de aanslag had. Vanaf daar verder gereden naar het plaatsje Packwood, waar we op een camping zijn gegaan. Deze hele dag prachtig mooi weer gehad, met mooie blauwe luchten en lekker warm.

      

      

                                    


Maandag 27 juni.
Deze dag stond Mount St. Helens National Volcanic Monument op het programma. Van mede RV ‘rs hadden we de vorige dag al gehoord dat ook daar nog niet alle wegen sneeuwvrij waren. Er werd ons aangeraden langs te gaan bij het infopunt van de Park Rangers. Dat hebben we dus maar als eerste gedaan. Het bleek dat je er maar over een bepaalde weg naar toe kon. Dat was 200 Km om. We hebben getwijfeld of we zouden gaan, want het was hierdoor wel veel verder. Uiteindelijk besloten om toch te gaan. In 1980  barstte de Mt. St. Helens, die tot dan toe werd beschouwd als een dode vulkaan, onverwacht uit, waarbij een groot deel van het Nationaal Park en hele dorpen werden bedolven. Hierbij kwamen 57 mensen om. Ook werd er een stuk uit de bergwand geslagen. Je kunt heel duidelijk zien dat er een heel stuk uit is. Ook in “84 is er nog een kleine uitbarsting geweest. Hoe dichter je bij komt hoe interessanter. Aan de voet van de  berg is het Visitor Center en daar kun je ook een film over de uitbarsting en de gevolgen bekijken. We hebben geen spijt dat we toch zijn gegaan. Vanaf daar zijn we toen richting de kust van de Pacific Ocean gereden, waar we ’s avonds op een camping in de staat Oregon aankwamen. Onderweg hebben we de tweede rotonde gezien in deze vakantie. We denken dat Amerikanen die in Nederland komen, denken dat wij van rondjes om de rotonde rijden houden. Wat dat betreft is het hier een verademing. Het is hier zo dat wie het eerst stilstaat bij een kruispunt van gelijke wegen, ook het eerste weer weg mag. Dat werkt hier prima, we weten niet of dat in Nederland ook zo zou werken. De Amerikanen stoppen ook voor elke voetganger die over wil steken of er nu een zebrapad is of niet.  Het rijden van de Amerikanen en de Canadezen is trouwens heel gedisciplineerd en netjes. Heel wat anders dan bij ons. Een verkeersregel waar je erg aan wennen moet is “ride on red “ dat betekent dat je bij een rood verkeerslicht als er niets aankomt wel rechtsaf mag slaan.

      


Dinsdag 28 juni.
’s Morgens bij het wegrijden hadden we geen bepaald doel voor ogen. Ook weleens leuk. We wisten alleen dat we langs de kust naar het zuiden van Oregon wilden. Oregon heeft een kuststrook met hier en daar strand en daarlangs loopt van Noord naar Zuid de Highway 101. Die kun je dus helemaal volgen en onderweg zijn er dan mooie staatsparken en uitkijkpunten. We hadden ons goed ingelezen en zijn in de eerste grote plaats die we tegenkwamen ook nog naar een Visitor Center gegaan. Daar een kaart van Oregon gehaald en verder nog meerdere folders. Daar hebben we ook een wandeling op het strand gemaakt. Je kon daar een rots in zee zien staan die op een hooiberg lijkt, hij heet dan ook Hay-stack Rock
Het weer werkte niet helemaal mee, erg bewolkt en regenachtig. We hadden de weersberichten van tevoren bekeken en het bleek dat het de komende dagen nog wel zo zou blijven. Het is dan een beetje moeilijk om te kiezen: wachten we het mooie weer af of gaan we verder. We hebben ervoor gekozen om verder te rijden en dan verder in het zuiden, als het dan wat zonnig is, een dagje naar het strand te gaan. Tegen de middag waren we in Tillamook. Daar is een kaasfabriek en kun je binnen kijken. Ga je als Nederlandse kaaskop naar Oregon en wat ga je daar doen: een kaasfabriek bekijken. Maar het was toch wel interessant. Zo vaak doe je dat in Nederland ook niet. De kaas smaakt hier trouwens heel anders dan bij ons. De kaas die we tot nu toe kochten vindt Diny niet lekker. Maar in deze fabriek mocht je proeven en toen bleek dat Diny een bepaald soort kaas wel lekker vond en Ide weer een ander soort. Van beide dus meteen maar een stuk gekocht. Toen we later in de supermarkt waren om brood te kopen, bleek dat ze daar beide soorten ook verkochten en nog goedkoper ook. Vanaf daar de Highway 101 verlaten om een stukje scenic byway te rijden waar we op gewezen waren door de mevrouw van het Visitor Center. Je kwam daar in een Statepark waar je naar de zee kon lopen. Er zouden daar o.a. pinquins moeten zijn, maar wij hebben ze niet kunnen vinden, wel ruiken. Niet erg, want het was er verder wel mooi. Na verderop weer op highway 101 te zijn gekomen hebben we een camping opgezocht. Een erg mooie camping, met veel groen. Daar hadden we voor het eerst weer een snelle wifi en konden we op ons gemak onze mail lezen en ook weer mail verzenden. Morgen gaan we rustig verder en zien wel weer, eerst nu even de folders doornemen.

      


Woensdag 29 juni.
Na een hele nacht regen was het ’s morgens, bij vertrek, droog. Nog wel bewolkt, maar in ieder geval droog. We zijn verder naar het zuiden gereden via de highway 101, ook genoemd de scenic byway 101. We waren nog maar net onderweg toen er een hert met 2 jongen voor onze camper overstak. Mooi gezicht,  het waren net Bambi’s. De weg loopt vlak langs de  Pacific Ocean en langs de kant vielen ons de waarschuwingsborden voor tsunami ‘s op. Er wordt o.a. aangegeven waar de mensen bij een tsunami naar toe moeten vluchten. We zijn ’s morgens naar Newport gereden, daar wilden we naar de Undersea Garden. Hier kun je, volgens de boekjes, door een ingenieuze constructie het leven onder water bestuderen. Newport zelf is een leuk plaatsje, met een heus Waterfront. Leuke winkeltjes e.d.. De Undersea Garden viel ons erg tegen. Erg klein en voor de rest stelde het ook niet veel voor. Boven aan dek was een winkel met souvenirs en benedendeks was een soort aquarium, waar op vaste tijden een duiker een showtje gaf. Zonde van het entree kaartje. Vanaf daar weer doorgereden en bij verschillende View punten gestopt om te kijken. In de buurt van het plaatsje Florence (ja heus) was een rots waar meerdere zeeleeuwen op lagen.  Je zag ze in de diepte op een rots liggen. We zagen dat er ook veel vogels rondliepen en hebben nog aan mensen, die er ook stonden te kijken, gevraagd wat voor vogels het waren. Niemand wist het. ’s Avonds bij het foto’s bekijken hebben we ze wat vergroot en toen zagen we dat het pinquins waren. Een leuke verrassing.  De zon hebben we  de hele dag niet gezien, vooral ’s avonds erg veel regen gehad. Aan het eind van de dag op een camping gegaan in Reedsport. Hadden we de dag ervoor een mooie camping, deze was niet veel bijzonders, maar goed genoeg om een nacht door te brengen.

      

 
Donderdag 30 juni.
Deze morgen zijn we van de route langs de Pacific Ocean afgegaan en het binnenland van Oregon ingegaan. We zeiden tegen elkaar dat het in het binnenland misschien wat beter weer zou zijn. Dat was niet de reden om een andere richting in te gaan. Doel was het Crater Lake National Park dat ongeveer 250 km. het binnenland in ligt. We zijn daar via een hele mooie weg langs een rivier naar toe gereden. Onderweg nogal wat elken (soort hert) gezien. Er waren zelfs vaste View punten waar je grote kans maakte om ze te zien.
Hoe verder we van de zee afgingen, hoe beter het weer werd. We zagen de zon steeds meer tevoorschijn komen en toen we op de camping aankwamen die we de vorige avond uitgezocht hadden, scheen de zon volop. Dit was een prachtige camping midden in het bos, met voor ieder een hele grote plaats. De bedoeling was om hier 1 nacht te blijven en de volgende morgen dan naar het Crater Lake te gaan. Maar toen we eenmaal op ons plekje stonden, beviel dat zo goed dat we  meteen nog maar een nacht hebben besproken. Dat leek ons beter dan tot de volgende morgen wachten, want het is een erg drukke camping en maandag is het “the fourth of july”, onafhankelijksdag en dus heeft iedereen een lang weekend. Vanaf hier wilden we de volgende morgen naar het meer gaan en dan weer terug.

 

      


Vrijdag 1 juli.
Bij het opstaan ‘s morgens was het al een stralende blauwe lucht en dat is de hele dag zo gebleven. Omdat we vrij hoog in de bergen zitten was het wel zo koud vanmorgen dat we de kachel aangehad hebben in de camper. Maar het was genieten de rest van de dag genieten met zulk mooi weer. Rond een uur of negen zijn we al vertrokken richting Crater Lake National Park. De belangrijkste bezienswaardigheid hier is de Mount Mazama. Dit is een slapende vulkaan waarvan de  krater een meer is geworden. Als je er van bovenaf inkijkt is het heel blauw. Dat komt door de aanzienlijke diepte van 588 mtr., waarmee het het diepste meer is van de USA. Er loopt helemaal rond het meer een weg, maar die was door de hoeveelheid sneeuw die er nog lag, maar voor een derde open. Dit hadden we al gelezen op het internet en het was ons ook al op de camping verteld.
Wat dat betreft hebben we behoorlijk pech, alle plaatsen waar we iets extra’s wilden zoals bij Glacier NP, Mt. Rainier, Mt. St. Helens en nu hier, zijn wegen dicht vanwege de sneeuwval van dit jaar. In het krantje van de Rangers staat dat dit van “El Ninja“ komt. We hebben ondanks dat toch genoten van de mooie uitzichten op het meer en de weerspiegeling van de kraterrand in het meer. Alleen de West Rim was open.  Overal langs de weg waren genoeg parkeerplaatsen waar je kon parkeren en dan moest je wel even over de sneeuw klimmen, maar dan zag je ook wat. Vanaf daar zijn we weer naar de camping gegaan en hebben daar de hele middag heerlijk buiten kunnen zitten. Ide in de schaduw en Diny in de zon. Dat hadden we sinds Rapid City, waar we met pech stonden, niet meer gekund. De vorige dag was het aan het eind van de middag al wel zo koud, ondanks de zon, dat we binnen gegeten hebben. Maar deze dag konden we zelfs buiten eten. Als je dan zo’n middag op de camping doorbrengt zie je ook weer hoe de Amerikanen zich gedragen op een camping. Zo zagen we plotseling een  pickup-truck bij de douches stoppen. Man en vrouw kwamen eruit en gingen dus douchen. Dus met de auto naar de douche, lopen is alleen normaal op een Trail, maar anders pak je blijkbaar de auto.

 

      


Zaterdag 2 juli.
         
We konden kiezen, of schuin naar beneden richting Californië rijden, of nog weer terug naar de 101 en dan verder langs de Pacific Ocean naar het zuiden en dus ook richting Californië. We hebben gekozen om weer naar de kust te gaan. Het weer  was zo mooi, dat we dat ook bij de zee wilden meemaken. Bovendien zou volgens de folders het stuk kustweg dat we nog naar beneden moesten rijden het mooiste stuk zijn. We hadden op de kaart een weg binnendoor gevonden, niet wetende dat deze hoog door de bergen liep, maar we hadden onderweg dan ook hele mooie panoramische uitzichten. Alleen kon je op de meeste plaatsen niet harder rijden dan 50 km. per uur. Als je dat al halen kon. Voor de rest niets aan de hand, we waren bijna alleen op de wereld. Doordat we zo langzaam opschoten, hebben we de kust niet gehaald. De laatste 30 mijl hebben we voor de volgende dag bewaard. Het was ondertussen ook erg warm geworden en dus zijn we, toen we een camping zagen daar meteen gebleven. Onderweg nog wel even wat boodschappen gedaan, want sinds de opmerking van Diny’s moeder op de site v.w.b. boodschappen doen op zondag, hebben we dat dus nu maar op zaterdag gedaan?!?  Hadden we vanmorgen door de kou op grote hoogte, de verwarming nog aan, nu is het bijna 21.00 uur en zitten we nog met alles open en is het nog steeds lekker buiten. Ide heeft vanmiddag zelfs de korte broek al aangehad. Weliswaar met witte sokken in de sandalen, maar volgens hem kan dat hier best. De Amerikanen doen het ook en dus valt hij niet op. Hij wordt al een beetje Amerikaan met de Amerikanen. Hij praat soms ook al een beetje met een Amerikaans accent?!? “Dat is geleuter van Diny hoor!!!!”

 

      


Zondag 3 juli.
Deze morgen dus de laatste 30 mijl naar de kust gereden. Het was echt heel rustig op de weg. Het eerste half uur kwamen we niemand tegen, daarna kon je de tegenliggers ook op één hand tellen. Omdat het weer prachtig  was, zijn we toen we op de kustweg waren, bij de eerste de beste camping die we zagen gestopt en toen bleek dat er een plaatsje vrij was, hebben we dan ook meteen voor 2 nachten besproken. Het is dit weekend echt vol  op de campings i.v.m.  4 juli, onafhankelijksdag. Het is een lang weekend voor de Amerikanen. Nu het weer zoveel mooier is, vinden we het ook leuk om ergens 2 of 3 dagen te blijven. Als het regent zit je binnen te kijken en kun je net zo goed verder rijden. Al met al waren we dus al om 11.30 uur op deze camping. Het is een gezellige camping met behoorlijke grote plaatsen. Hij ligt in de hoek waar een rivier in de zee stroomt. We zijn ’s middags lopend over het strand naar het een paar mijl verderop gelegen dorp gegaan. Daar hebben we een trip met een jetboot voor de volgende dag, maandag dus, besproken. Je gaat met deze boot met een behoorlijke snelheid de rivier op en neer. Het is een trip van 32 mijl heen en 32 mijl terug. Vanaf het dorp toen weer over het strand teruggelopen. Er stond nog een harde koude wind aan zee, dus waren we blij dat we onze fleece vesten bij ons hadden. Op de heenweg waren we het stuk waar de rivier in de zee uitkomt over de weg gelopen, maar we dachten dat we op de terugweg wel over het strand konden. Volgens ons was het eb en dan kon je, nog steeds volgens ons, wel door het smalle stroompje  rivier dat daar in zee stroomde, heen waden. Maar toen we op dat punt aankwamen begon het inmiddels vloed te worden en dus was de rivier dieper op het moment dat hij in zee stroomde. Het was ons te riskant om er door te waden, ook al omdat het water steenkoud was. Dus moesten we nog weer een heel stuk teruglopen om via de weg weer op de camping te komen. Terug op de camping hebben we toen nog een paar wassen gedraaid in de Laundry. We durven het bijna niet op de schrijven, want het was natuurlijk weer zondag. Maar we troosten ons met de gedachte dat het hier zondagmiddag 18.00 uur was en in Nederland al maandagmorgen 3.00  uur.

 

      


Maandag 4 juli.
We waren al heel vroeg klaarwakker door een vogel die op het dak van onze camper rondscharrelde en naar ons idee probeerde naar binnen te komen door het openstaande luik. Naar buiten kijkend zag het weer er niet erg florissant uit, heel erg bewolkt. We hebben ons nog maar een keer omgedraaid, maar het lukte niet om weer in slaap te komen. Zodoende waren we al om 7.30 uur op. Gelukkig kwam toen net de zon door en de wolken verdwenen dan ook heel snel. ’s Morgens was het weer tijd om de camper schoon te maken en we hebben nog weer eens geprobeerd om te skypen. Aan deze kant van het land lukt dat nog steeds niet. We zijn al blij dat we zo nu en dan kunnen mailen. ’s Middags met de camper naar het dorp gereden, want om 14.00 uur begon onze trip met de jetboot. We hebben toen opgenomen hoeveel km. we de vorige dag gelopen hadden. Het bleken er 10 te zijn en 10 terug en dat over het strand door los zand.
Bij het bedrijf van de jetboten kon je een extra jas meenemen voor als het koud was onderweg. Het was prachtig zonnig weer, maar de wind was, net als gisteren, behoorlijk koud. Dus maar een extra jas meegenomen. In de  boot lagen ook dekens voor over je benen. Alles was dus goed verzorgd. Zo gingen we dus met een gangetje van 40 tot 50 km. per uur de rivier op. Het was echt spectaculair. De pilot (stuurman) vertelde veel onderweg en wees ook op allerlei verschillende vogels. Hij vond het natuurlijk ook leuk om zo nu en dan een spin te maken. Dat is een rondje om de as draaien met de boot, waarbij de passagiers dus kletsnat worden. De zon was zo sterk dat je zo weer opdroogde en je moest uitkijken om niet te verbranden. Na 32 mijl (ongeveer 50 km) waren we  bij het dorpje Agness, hetzelfde dorp waar wij van zaterdag op zondag met onze camper op een camping gestaan hadden. Hier kon je wat rondkijken en gaan eten. Daarvoor had je 2 uur de tijd, wat wel wat lang was, want het is zo’n klein dorpje (47 inwoners) dat er maar weinig te zien was en de bediende van het restaurant had ook haast. We hadden ons bord nog niet leeg, toen ze al kwam vragen of we nog een dessert wilden. We zijn dus nog maar een poosje op een bankje gaan zitten tot de terugreis weer ging beginnen. Op de terugweg werd niet meer overal gestopt en dus waren we rond 19.30 uur weer in Gold Beach. Al met al een zeer geslaagde trip. Toen we terugkwamen op de camping was het daar een stuk leger geworden. Alle mensen die vrij hadden op 4 juli waren inmiddels naar huis vertrokken.

 

          

                                                                                                                            Gold Beach

       

                                                                


Dinsdag 5 juli.
Bij het wakker worden scheen de zon alweer volop. We hebben het idee dat we het slechte weer, met de vele regen, nu achter ons gelaten hebben. We zouden deze dag vanuit de staat Oregon naar de staat Californië rijden en daar op een camping gaan van de organisatie KOA (Kampgrounds of America). Deze organisatie heeft over heel Amerika campings en toen we onze reis in Amerika begonnen zijn we lid geworden. Je krijgt dan 10% korting op het bedrag dat je per nacht moet betalen. Het zijn mooie campings met goede voorzieningen en doorgaans is de internetverbinding ook goed, tenminste tot nu toe. We wilden dan nog eens proberen te skypen met een aantal mensen thuis. Bovendien hebben veel campings van KOA een verwarmd zwembad en nu het zulk mooi weer is, is het ook weleens lekker om in het water te zijn. Er is onderweg strand genoeg, maar daar hebben we hier nog niemand zien zonnen of badderen. De wind is hier nog, of misschien wel altijd, erg koud, waardoor het behoorlijk fris is op het strand. Je ziet wel veel mensen een strandwandeling maken, maar dan wel met dikke truien of vesten aan. Vlak over de grens tussen Oregon en Californië is zo’n KOA camping, maar daar bleek geen zwembad te zijn. Dus zijn we maar doorgereden. Zo kwamen we deze dag dus al door de eerste Redwoodparken. Hier is ook een scenic byway aangelegd door een park en volgens de dame van het visitor centrum mooier dan de Ave of de Giants zuidelijker. We zullen zien. In deze parken kun je de Redwood bomen zien, waaronder bomen van 2000 jaar oud. Die zijn dus heel hoog en dik. We waren de vorige keer dat we in Amerika waren al in het Yosemite National Park. Daar staan de Sequoiabomen, deze zijn familie van de Redwood bomen, maar zover wij kunnen zien zijn de Seqoia’s wat dikker. Maar we hebben hier nog niet alles gezien, we moeten de Avenue of Giants nog rijden. Om nog even terug te komen op de grens tussen Oregon en Californie. Als je Californie binnen wilt rijden kom je bij een soort grenscontrole. Dat is alleen tussen Californië en de haar omringende staten zo, voor zover wij weten. Ze zijn in Californië nl. erg bang voor plantenziekten.
Dus word je aangehouden en word je gevraagd of je aardappels, groente en/of fruit bij je hebt. Wij hebben overal nee op geantwoord en mochten dus doorrijden. De man aan de grens was razend enthousiast over onze Nederlandse camper en wilde van alles weten en vond verder blijkbaar alles goed. We kregen nog een mooie kaart van hem mee met alle Staats- en Nationale parken er op en rijden maar. Uiteindelijk kwamen we dus bij de volgende KOA camping langs deze weg en daar zijn we dus op gegaan. Hier hebben ze een zwembad en we gaan proberen hiervandaan te skypen met het thuisfront.

 

      

      


Woensdag 6 juli.
We zijn deze dag op de camping gebleven in de plaats Eureka waar we dinsdag waren aangekomen. De wifi verbinding was hier naar ons idee goed en dus wilden we ’s morgens gaan skypen met een aantal mensen. In eerste instantie lukte het toch niet al te best, maar nadat we wat instellingen op de computer hebben veranderd, ging het ineens een stuk beter. We hebben dus met een aantal mensen kunnen skypen en het was allemaal gelukkig luid en duidelijk. Hierna zijn we nog een eindje wezen wandelen en na de lunch is Diny lekker wezen zwemmen en zonnen. Voor het avondeten heeft Ide pannenkoeken (pancakes) gebakken. Wel lekker, maar net als de vorige keer, zoet. Deze keer niet erg omdat het geen spekpannenkoeken waren. En nog is de voorraad pannenkoekmeel niet op, we moeten dus nog een keer. Voor de rest een lekkere luie dag gehad en ook een beetje verbrand in de felle zon. De volgende dag wilden we naar het Lassen Vulcano NP maar op internet lazen we dat ook daar nog volop sneeuw geruimd werd en maar een klein deel toegankelijk is. Dat hebben we dus maar afgeblazen en dus gingen we maar verder richting het zuiden.
 
Donderdag 7 juli.
Bij het opstaan was het bewolkt, maar toen we een eindje onderweg waren brak de zon  door de wolken en de rest van de dag was het weer zonnig en warm. Het valt ons op dat sinds we in Californië zijn er regelmatig vanuit zee mistbanken het land opdrijven. Ide noemt dat zeedampen. Het gekke is dat we dit in Oregon nooit gezien hebben en daar hebben we toch ook heel veel langs de zee gereden. In het eerste stadje waar we door kwamen, zijn we eerst nog even boodschappen gaan doen. We kregen op de site de vraag of ze hier de wijn ook in pakken van 5 liter, met een kraantje eraan, verkopen. Nou, zeker wel en die kopen wij dus ook, net als destijds op onze vakantie in Zuid Afrika. Alleen dronken we toen meestal rode wijn en nu witte. Het is alleen zo, dat Diny overal kijkt wat de wijn kost en als het weer goedkoper is dan meestal, dan koopt ze weer een pak. We hebben nu zoveel in voorraad dat we waarschijnlijk genoeg hebben voor de rest van de vakantie?!?  Hierna zijn we doorgereden langs de Pacific Ocean  naar de Avenue of the Giants. Dit is dus weer een scenic byway die  door de Redwoods gaat. Onderweg kun je op verschillende plaatsen stoppen en de hele dikke en hoge Redwood bomen bekijken. In dit bos kun je ook de omgevallen bomen bekijken en dan pas zie je hoe dik en lang de stammen zijn. Veel bomen zijn net zo hoog als de Martinitoren en van voor onze jaartelling. Vaak zijn op de omgevallen bomen weer kleine boompjes gaan groeien. Als je bij zo’n omgevallen boom staat, voel je je heel klein. Er is ook een boom met een holte aan de onderkant waar je met de auto doorheen kunt rijden. Onze camper was hier te groot voor, dus zijn we er lopend naar toe gegaan. Op het moment dat we stonden te kijken was er iemand met een beetje een groot uitgevallen auto die er doorheen wilde. Dat ging allemaal net, het was dat er al weer andere auto’s achter stonden die er ook door wilden, anders was hij vast  teruggegaan. Na wat heen en weer steken en de spiegels naar binnen gehaald, ging het allemaal net. Het kraakte allemaal wel een beetje, maar zo te zien geen schade. Vanaf hier zijn we via een prachtige weg door de bergen verder naar de Pacific gereden. Na verloop van tijd kwamen we toen op de weg die verder naar het zuiden vlak langs de  oceaan loopt. Prachtige vergezichten op de rotsen langs de zee. Na verloop van tijd zijn we in het plaatsje West Port op een camping aan het strand gegaan. Hier was een leuk strand, dat hadden we in Oregon en ook boven in Californie nog niet eerder gezien. Er lagen zelfs mensen op het strand te zonnen, er stond  ook niet zo’n koude wind. Nog een eind gelopen langs het strand en toen het afkoelde naar binnen gegaan.

 

      

             


Vrijdag 8 juli.
Vanuit West Port verder gereden over de weg langs het strand. De bedoeling is om via deze weg in San Francisco uit te komen. Dat is vanaf hier nog ongeveer 300 km.  Vanaf deze weg had je prachtige uitzichten over de kust en de zee. In Point Cabrillo hebben we de camper op een parkeerplaats gezet en zijn gaan lopen naar een Vista Point aan de oceaan waar ook een vuurtoren staat. Deze vuurtoren werkt nog en de huizen van de vuurtorenwachters (3 stuks) zijn in de afgelopen jaren gerestaureerd. Eén van de drie mocht je ook van binnen bekijken. Ook de vuurtoren was van binnen te bezichtigen. In een inham. die in verbinding met de zee staat, zwommen 2 zeehonden en op de rotsen in de zee lagen een paar zeeleeuwen. Dat hebben we ondertussen al vaker langs deze kust gezien, maar het blijft een mooi gezicht. Verder gereden en onderweg wel weer vaak gestopt om van alle moois te genieten. Doordat de weg zeer smal en bochtig is en dus ook door het vele stoppen, rijden we niet zover op een dag. Maar dat is niet erg, we zijn hier nl. om allerlei moois te bekijken en niet om zover mogelijk te rijden. Bovendien regent het al sinds Crater Lake niet meer je gaat nu dus met plezier iets bekijken of wandelen. Na ongeveer 120 km. hebben we dus maar weer een camping opgezocht. Deze is in het plaatsje Manchester. We dachten dat deze camping vlak aan het strand lag, maar toen we daar ’s middags naar toe liepen was het toch nog een flink eind. Onderweg zagen we nog een moederhert met 2 jongen die ons dreigend aankeek. Met de elken in het Jasper N.P. nog vers in het geheugen, zijn we er toch maar met een boogje omheen gegaan. Op het strand was het vrij rustig. Er waren maar een paar wandelaars. Op dit punt is de zee ook helemaal niet geschikt om in te zwemmen. Grote golven en ook behoorlijk koud water. Wel een mooi gezicht, zulke hoge golven met al dat schuim.

 

      


Zaterdag 9 juli.
We zijn deze dag verder gereden vanuit Manchester richting San Francisco. Weer  langs de kust gereden. Bij het plaatsje Jenner, in het Sonoma Coast State Park, zagen we vanaf de weg, die vrij hoog langs kust liep, ver beneden ons, heel veel zeehonden op het strand liggen. We zijn toen omgereden en zo kwamen we bij het stuk strand waar ze lagen. Tenminste op de parkeerplaats en vandaar kon je lopend over het strand heel dicht bij de zeehonden komen. Mooie foto’s gemaakt. Vanaf daar  gereden tot de plaats Petaluma waar we weer op een camping zijn gegaan. Vanaf hier kunnen we nu in één dag in San Francisco zijn. Maar eerst blijven we hier een extra dag. En dus gaan we maandag verder.

 

      


Zondag 10 juli.
We zijn deze dag nog maar op de camping in Petaluma gebleven en omdat het zondag was hebben we een rustdag gehouden (goed hè Mam). ’s Morgens uitgebreid ontbeten en daarna geskypt met de kinderen. ’s Middags heeft Diny gezwommen en een poosje bij het zwembad in de zon gelegen. Het is ook wel weer leuk om zo’n dagje op de camping  wat meer tijd te hebben om te zien hoe de Amerikanen op vakantie gaan. Zo staat er een man met z’n dochter vlak bij ons. Ook gisteren aangekomen. Ze zijn met een tent en het had heel wat voeten in de aarde voordat die in elkaar gezet was. Op een gegeven moment kwam er een hele grote lading hout uit de auto en een klein deel werd opgestapeld in de firepit  en aangestoken. Dat ging niet helemaal goed, hij was een beetje onvoorzichtig met de aansteekvloeistof of hoe je zoiets ook noemt. Gevolg was dat er een behoorlijk vuur ontstond naast de korf. Pa bedacht zich niet en pakte een bak met water om er op te gooien. Ide zei: dat gaat fout. Dat moet hij niet doen dan wordt de brand nog groter. En ja hoor een ontploffing. Ide is toen maar naar buiten gegaan en heeft gezegd dat hij er beter zand op kon gooien. Zo gezegd, zo gedaan en het vuur ging uit. Tja als je voor de brandweer gewerkt hebt dan leer je nog wel eens wat. De man is vanmorgen 2 keer bij ons geweest om Ide te bedanken voor de goede raad. Nu was het vandaag behoorlijk warm, maar Pa en dochter hebben heel wat uurtjes doorgebracht bij de brandende vuurkorf. Op deze camping en ook op andere campings van de KOA is het gewoonte om in de vooravond met een tractor met wagen, met langs de zijkanten hooipakjes, rondjes te rijden over de camping. De wagen zit helemaal vol met kinderen. Hay Rides heet het. Je denkt dan: wat een lol. Maar de kinderen vinden het, zo te zien, prachtig. ’s Middags ook nog een Nederlandse vrouw op bezoek gehad, die wou weten hoe we met een Nederlandse camper in Amerika gekomen waren. Ook wel weer leuk.

 

         


Maandag 11 juli.
Doordat we maar ongeveer 70 km. van San Francisco vandaan op een camping stonden, hoefden we dus niet zo ver te rijden. We kwamen vanaf het noorden de stad in over de Golden Gate Bridge en waren  al om ongeveer 13.00 uur op de camping. Eigenlijk is het niet een echte camping. Je staat op een beetje groot uitgevallen parkeerplaats aan de rand van de stad.  Je kunt het vergelijken met veel camperplaatsen in Frankrijk en Duitsland. Ook in Italié hebben we zo gestaan in Pisa. Deze camping is echt voor mensen die een paar dagen de stad San Francisco in willen, maar alle voorzieningen zijn er. Water, elektriciteit en douches enz.. Je kunt met een shuttlebus mee vanaf de camping naar de binnenstad, maar wij zijn nog dezelfde middag naar de halte van de metro gelopen en dus met het openbaar vervoer de stad ingegaan. Het is dan wel even uitzoeken welke metro of bus je moet hebben om op de juiste plaats te komen. Maar de mensen zijn allemaal zeer hulpvaardig als je ze wat vraagt. Soms brengen ze je zelfs naar de juiste bus op de juiste plaats. Het openbaar vervoer in een vreemde plaats is een avontuur op zich, echt spannend.
We waren hier al in 2000 geweest, samen met Mark en Bianca. Dus alle toeristische plaatsen waren nog wel een beetje bekend. Heel vaak als we een stad bezoeken kopen we een kaartje voor de Hop On Hop Off. Je kunt dan met een open bus de belangrijke plaatsen bekijken. Het was mogelijk een kaart voor 48 uur te kopen en dan kun je 4 verschillende toeren maken. Een van deze toeren hebben we dezelfde avond nog gedaan en toen we daarvan terugkwamen was het ondertussen 20.00 uur en het begon al een beetje schemerig te worden. Erg vroeg, maar het was ook de hele dag mistig in de stad en tengevolge daarvan ook nogal koud. We zijn dus maar meteen weer op de bus en metro richting de camping gestapt, want eigenlijk wilden we voor donker bij de camper zijn. Dat hebben we dus niet gered, want toen we om 21.00 uur op de camping aankwamen, was het al helemaal donker.

 

      

         

 
Dinsdag 12 juli.
’s Morgens weer met het openbaar vervoer naar de stad gegaan. Op een iets andere manier dan de dag ervoor. Ide had op het internet gezien dat we maar 1 keer hoefden over te stappen en geen 2 keer, zoals de vorige avond. We zijn met de tram tot aan Fisherman’s Wharf gegaan. Dit is een toeristisch gebied aan de baai. Het stikt er van de winkeltjes en eettentjes enz..  Je kunt vanaf daar o.a. met de boot naar Alcatraz, maar dat moet je een paar dagen van tevoren boeken. Omdat we dat dus in 2000 al hebben gedaan, hebben we daar nu maar vanaf gezien. We zijn nu met de Hop On Hop Off naar de Golden Gate Bridge gegaan en aan de zuidkant uitgestapt om lopend over de brug naar de noordkant te gaan. Als je de brug zo ziet, is hij wel lang, maar je verwacht niet dat ie ongeveer 3 km. is. Het was wel jammer dat het erg mistig was, maar je kon vanaf San Francisco al zien dat het aan de overkant zonnig was. Lekker warm zelfs. Daar zijn we toen weer op de Hop On Hop Off gestapt en naar Sausalito, een stadje ten noorden van San Francisco en weer via de Bridge terug naar de Wharf. Onderweg kwamen we door Lombard Street en we zagen het motel  nog en ook de gelegenheid waar we in 2000 ’s avonds altijd heel gezellig gingen eten. Op de Wharf wat gegeten en daarna op ons gemak Pier 39 bekeken. Bij deze pier liggen op een aantal  houtvlotten altijd zeeleeuwen. Dat is algemeen bekend en iedereen gaat hier ook kijken. In 2000 lagen hier veel zeeleeuwen, maar op dit moment maar een stuk of vijf. Ze zijn op dit moment aan het jongen op  eilanden in de buurt van Mexico is ons verteld. Daar zijn ze in mei naar toe gegaan en ze worden, met jongen, in augustus weer terug verwacht. Verder zijn er heel veel winkeltjes op Pier 39 en dus ook hier wat rondgekeken. Vanaf daar weer met tram en metro naar de camping gegaan. Als je hier in de tram of de trein zit en al die verschillende mensen ziet, ben je weleens blij dat je na deze vakantie weer teruggaat naar het rustige Froombosch.

 

       

      


 Woensdag 13 juli.
Bij het opstaan ’s morgens regende het en toen we naar de metro liepen was het nog steeds niet helemaal droog. Nou zegt dat niets in San Francisco want in het ene gedeelte van de stad regent het of hangt er een dikke mist en in het andere gedeelte schijnt op hetzelfde moment volop de zon. Het schijnt dat de maanden mei en september hier het mooiste weer geven. Eerst dus met de metro en de tram weer de stad in. Bij de Wharf meteen de Hop On Hop Off downtown ( Diny bedoelt centrum, ze begint steeds meer amerikaans te praten ) genomen. Dit is een rondrit van ongeveer 1½ uur en onderweg kun je dan op verschillende punten uitstappen en later ook weer instappen. Wij zijn bij de wijk Chinatown uitgestapt en hebben daar rondgewandeld. Dit soort wijken zijn in veel steden over de wereld te vinden, maar deze is een van de grotere. Het ruikt er ook exotisch. We hebben de wijk en wat souvenierwinkels bekeken en zijn gaan lunchen bij een Chinees restaurant. Mongolian Beef.  Dus heel anders als bij ons, maar wel lekker. Aan de andere zijde van  Chinatown weer op de bus gestapt. We hebben een goede indruk van San Francisco gekregen tijdens deze sightseeings. Op iedere bus zit een gids en die vertelt veel over de stad en zijn inwoners. Het enige vervelende is dat iedere keer als je uitstapt er ook een fooi voor de gids en de chauffeur wordt verwacht. Dus als je vaak uit- en instapt ben je op de duur een klein kapitaaltje kwijt. Wij zijn daar dus maar mee gestopt en het viel ons op dat er maar weinig mensen waren die iets gaven. Het openbaar vervoer is hier trouwens erg goedkoop. Je stapt in en betaalt $ 2,-- en dan heb je ongeveer 2 uur de tijd om op de plaats van bestemming te komen en dat lukt vrijwel altijd. Een senior betaalt maar $ 1,--. Tegen het eind van de middag waren we weer op de Wharf en daar heeft Diny nog een leuk fleecevest gekocht. Dat hoort erbij in San Francisco. Bovendien was de vorige, gekocht in 2000, ondertussen versleten.  Al met al is het ons in San Francisco goed bevallen, het is een prachtige stad. We hebben het zelfs 2 ½ dag uitgehouden in een stad en dat is voor ons een hele prestatie.

 

      


Donderdag 14 juli.
Deze morgen vanuit San Francisco richting Monterey gereden. Gelukkig was de camping in het zuiden van de stad en dus zaten we vrijwel meteen op een grote highway, de 101, richting het zuiden. Deze brede highway, met op een gegeven moment aan beide kanten 5 rijstroken,  rijstroken die rechtsaf gaan en aan de linkerzijde stroken die omhoog en dan linksaf over de andere rijbaan afslaan. En dan nog zo nu en dan langzaam rijdende files.  Na verloop van tijd waren we de drukte zat en zijn binnendoor richting Monterey gegaan. De bedoeling was om in Monterey op een camping te gaan, maar de campings die daar waren vielen ons wat tegen, dus zijn we maar verder gegaan over de kustweg richting  Cambria. We hadden deze in 2000 al in omgekeerde richting gereden. Deze kustweg is geweldig mooi qua natuur, maar vrij inspannend om te rijden met een camper. Vrij smal en erg veel bochten. We verwachtten onderweg wel een camping te vinden, maar die campings die er waren, zaten vol. Dus maar doorgereden en onderweg van chauffeur gewisseld, zodat we ook allebei van het mooie uitzicht konden genieten. Vlakbij Cambria was er een Vista point, zo heten Viewpoints in Calfornie, daar kon je een kudde zeeolifanten op het strand zien liggen. Heel veel en imposant grote beesten. Die hadden we dus nog nooit eerder gezien. Vlak voor Cambria bij het plaatsje San Simeon hebben we uiteindelijk een camping van de State Parks California gevonden en die hadden nog een plaatsje vrij. Dit soort campings van National- of State Parks komen in de hele USA voor. Meestal hebben ze minder faciliteiten dan de commerciele campings, maar ze zijn dan ook vaak goedkoper en liggen ook midden in de natuur. Deze was dus ook behoorlijk voordelig, maar dat mocht dan ook wel na 3 dagen op  een hele dure camping in San Francisco. 

 

      


Vrijdag 15 juli.
Laat wakker en uit bed en dus ook aan de late kant van de camping vertrokken. Vlakbij de camping staat Hearst Castle. Dit landhuis van de krantenmagnaat William Randolph Hearst is te bezichtigen. Er wordt erg veel reclame voor gemaakt. Wij hebben dat overgeslagen omdat we niet zo geinteresseerd zijn in dit soort protserige gebouwen. Eerst zijn we door Cambria gereden langs het motel waar we in 2000 hadden gelogeerd. Daarna verder gereden naar het plaatsje San Luis Obispo. Daar hebben we een gerestaureerde missiepost, opgericht in 1772, uit de Spaanse tijd van Californie, bezocht. Je kon de kerk bezichtigen en er was een museum aan verbonden. Verder rondgewandeld in het mooie plaatsje. Het ademt de latijnse invloed. Vandaar naar de camping bij het San Margarita Lake. Hier hebben we nog maar een keer onze gasfles laten vullen. Hij was niet leeg, maar omdat we vaak op de camping geen elektriciteit nemen, hebben we gas nodig voor de koelkast. Aangezien we niet willen dat de spullen in het vriesvak ontdooien, moeten we dus zorgen voor een voorraad gas in de fles. Ook voor de afwas is warm water nodig. Verder gezwommen, gelezen en geluierd. We staan hier boven op een heuveltop onder de bomen met uitzicht over een vallei en in de verte andere heuvels. Geweldig!!

 

           

      


 Zaterdag 16 juli.
Deze morgen vertrokken uit San Margarita Lake richting Bakersfield. Daar gaan we op bezoek bij onze vorige buren. Zij zijn in 2006  ge-emigreerd naar Californië en toen ze vertrokken hadden we al afgesproken dat, als wij een keer in de buurt kwamen, we langs zouden komen. De rit van de camping naar Bakersfield was ongeveer 150 km. volgens onze Tomtom. We wisten dat we nog voor  minstens 200 km. diesel hadden en dus genoeg. Maar onderweg ging er iets fout, volgens de Tomtom moesten we ergens rechtsaf, maar dit was een heel smal weggetje met gravel en het zag er ook niet al te best uit. We zijn dus recht doorgereden en uiteindelijk bleek dat we wel weer op de goede weg terechtkwamen, maar toen waren we bijna weer op de plaats waar we begonnen waren. Zeker 80 km. omgereden. Om een lang verhaal kort te maken, na verloop van tijd was de brandstofmeter  behoorlijk gedaald, het rode lampje ging al branden en we zagen niet veel meer van de mooie omgeving. Ook niet van alle jaknikkers die daar olie stonden te pompen. Op een gegeven moment kwamen we bij een klein plaatsje en daar hebben we aan iemand die daar op een parkeerplaats stond gevraagd naar de dichtst bijzijnde dieselpomp. Hij vertelde dat die pas in het volgende dorp was, ongeveer 20 km. verder. Toen wij zeiden dat we niet wisten of we dat nog haalden, gaf hij ons zijn mobiele telefoonnummer en zei dat als we stil kwamen te staan we hem mochten bellen en dan kwam hij met een tankje met 5 liter diesel. Erg aardig dus. Uiteindelijk was het niet nodig, we hebben het gehaald en we hadden toch nog 2 ½ liter over. Maar het is een goede les voor de volgende keer. Meestal tanken we ’s morgens als we gaan rijden meteen, maar er was dus geen tankstation in de buurt van de camping en voor de dichtstbijzijnde moesten we een eind terug. Diesel is hier nl. niet bij alle tankstations te verkrijgen. De vorige pomp waar we wilden tanken was een Shell en bijna 90 $cent duurder dan normaal en we dachten "stik maar Shell" we tanken wel ergens anders. Maar dat was er bij in geschoten. 

 

      

 

 Uiteindelijk waren we om ongeveer 13.30 uur bij Wilmark en Ali Veenhoven.
De middag daar verder doorgebracht met bijpraten en het huis en het bedrijf bekijken. Ze hebben hier een loonwerkersbedrijf opgezet met vijf man personeel.  Wilmark is voor buiten de deur en Ali doet de administratie van het bedrijf. Op de foto’s op de site is te zien hoe prachtig landelijk  ze hier wonen. Ook hebben we onze ogen uitgekeken naar de grote machines die ze hier gebruiken voor bv. mais hakselen e.d.. Bij het bedrijf hoort ook  35 ha. grond. Daar staan allemaal bomen met pistachenoten en granaatappelen.  Voorlopig hebben ze iemand die het werk daar voor hun  doet, maar op den duur willen ze dat ook zelf gaan doen. Op het bedrijf is ook de mogelijkheid voor het houden van koeien, maar daar willen ze ook nog even mee wachten. Kortom, the American Dream. Bij het huis hoort ook een zwembad en dat is heerlijk  met dit warme weer hier. We dachten eerst te gaan slapen in de camper, maar het is toch ook wel heerlijk om in een koel huis te slapen.

 

      

       

        

       


Zondag 17 juli.
We moesten vroeg opstaan want Wilmark en Alie waren uitgenodigd voor een Baskisch ontbijt in de stad door een klant van hem die oorspronkelijk uit Baskenland komt. Wij, als gasten, mochten meekomen. Dus rond 8.00 uur in de auto richting stad. Het ontbijt was in een Baskisch restaurant wat gedurende de afgelopen 40 jaar onveranderd was gebleven. Het eten was lekker, de wijn ook en de mensen erg aardig.  Na afloop van het ontbijt zijn we toen nog met hen mee naar hun huis gegaan en hebben daar koffie gedronken. Hij is als jonge jongen naar de USA gekomen als koeienmelker. Nu heeft hij, 74 jaar oud,  zijn eigen boerderij met 4600 koeien en melken anderen voor hem. En aan de andere kant van Bakersfield heeft hij ook nog een boerderij met 1500 koeien, maar daar zit een bedrijfsleider op. Hij is een aantal jaren later in Spanje getrouwd en toen is zij ook naar de USA gekomen. Er wonen meer Basken in deze buurt en het verhaal gaat hier "de Basken zijn gekomen als schaapherder en nu bezitten ze alle schapen". Een succesverhaal voor de groep dus. ’s Middags lekker in de schaduw op het terras gezeten en ’s avonds zijn we buiten de deur gaan eten met ons vieren. Een gezellige dag dus.

 

      

        


 Woensdag 20 juli vertrokken bij Wilmark en  Ali. We zijn maandag nog bij veebedrijven van klanten van Wilmark gaan kijken. Deze bedrijven hebben ongeveer 5000 koeien die 3 keer per dag  gemolken worden. De koeien lopen niet vrij rond in het land, maar ze staan op overdekt terrein waar ze ook gevoerd worden. Ze staan onder  schaduwdaken en hebben  ventilatoren en douches tegen de  warmte.  De melkers werken  in 3 ploegen van 8 uur. De melk wordt opgeslagen in hele grote tanks en met  tankwagens vervoerd naar de fabriek. Deze boerderijen (Diary Farms) hebben,  voor als de elektriciteit uitvalt, hun eigen aggregaten, zodat bij een stroomstoring gewoon doorgewerkt kan worden.  Er was ook  een bedrijf bij die zijn eigen vrachtwagenbedrijf met melkwagens  had om de melk naar de fabriek te vervoeren. Je kijkt je ogen uit.  Alleen al het melken van zoveel koeien is interessant om te zien. Ook hebben we de camper bij Wilmark naast het huis laten wassen door Mexicanen die aan huis komen en hun eigen truck met water meenemen. Ze hebben de cabine en de ramen ook aan de binnenkant schoongemaakt. Wilmark heeft ook nog de olie ververst, daar was de camper bijna aan toe. We zijn dus als nieuw bij hun vertrokken en  kijken terug op  een paar heel  prettige dagen. Het was ook lekker om weer eens in een gewoon bed te slapen.
We zijn deze dag  naar  Barstow gereden. Toen we daar aankwamen was het boven de 40 graden. Maar de airco heeft ons ’s nachts koel gehouden. Zelfs zo goed dat Ide hem midden in de nacht uitgezet heeft omdat  hij het koud kreeg.

 

      


Donderdag 21 juli. 
’s  Morgens  vroeg vertrokken om voor de grote hitte door de Mojave woestijn te zijn en in Las Vegas. We waren daar dan ook al om 11 uur.  Het grootste gedeelte van de rit ging dus door de woestijn. Erg indrukwekkend, maar ook heel warm. Wij hebben in de cabine geen airco, dus hebben we tijdens het rijden de ramen wijd open. Later op de dag is de wind dan heet en is het dus zweten geblazen. We zijn op een camping vlak achter Circus Circus gaan staan. Dit is een bekend casino in Las Vegas. Het is geen mooie camping met gras enz.. Je staat er gewoon op het asfalt. Dit asfalt is verschrikkelijk heet en koelt ’s nachts ook bijna niet af. De camping is wel midden in Las Vegas vlak bij de "Strip" en dat is wel erg prettig. Je kunt dan lopend de Strip op.  ’s Middags heeft Ide een beetje geluierd in de schaduw en wat aan het verslag  geschreven. Diny heeft gezwommen. ’s Avonds toen het wat was afgekoeld, zijn  we Las Vegas ingegaan, de Strip op en rondgekeken in de casino’s en één dollar verloren. Daarna naar de camper, toen was het zo rond de 35 graden en konden we de airco in de camper aanzetten. Deze mag nl. pas aan als het buiten onder de 40 graden is en het blijft hier ’s avonds tot erg laat erg warm. Alles in de camper was warm en we hebben de kussens van het bed buiten op ons wasrek gelegd om af te koelen.  Aan de bovenkant koelden ze wel wat af, maar aan de onderkant waren ze nog warmer geworden door het warme asfalt.

 

      

                                                         RV Camp achter Circus Circus

      

      


Vrijdag 22 juli.
Het blijkt dat we niet zo goed tegen deze extreme warmte, met temperaturen boven de 40 graden,  kunnen. In 2000 hadden we daar minder last van, volgens ons. Maar toen waren we hier dan ook in de maand mei. In de maanden juli en augustus is het hier op z’n warmst. Nu gebeurt dus wat we hiervoor al eens geschreven hebben, we verlangen wel een beetje naar wat regen en koelte, nou ja de regen hoeft niet. Zelfs Ide heeft de hele middag aan en in het zwembad gelegen. We doen eigenlijk de hele dag niet anders dan schaduw opzoeken. Op straat straalt de warmte van het asfalt je tegemoet. Het was vanmiddag in de camper 47 graden. 's Morgens zijn we wat boodschappen gaan doen, eigenlijk ook een beetje omdat het in de winkels zo lekker koel is. Toen we weer terug op de camping waren  hebben we dan ook besloten om ’s avonds  de stad  niet meer in te gaan en de volgende morgen op tijd te vertrekken. We vonden het allebei de avond ervoor veel te warm op de Strip. Gelukkig  hebben we Las Vegas al eens eerder gezien. Jammer, maar het is niet anders.  De bedoeling is om in een paar etappes naar de  Grand Canyon te gaan. Hopelijk is het daar wat koeler. We zijn ’s avonds maar buiten de deur gaan eten, want het was veel te warm om te koken.

       
 
 
Zaterdag 23 juli.
We hadden die nacht allebei goed kunnen slapen, dankzij de airco. Toen we ’s morgens wakker werden was het 21 graden in de camper en dat vonden we al heerlijk koel. Terwijl we, als het in Nederland die temperatuur geeft, dit al gauw als te warm ervaren.  We hadden de vorige dag  toen we boodschappen hadden gedaan, meteen diesel getankt.  Dus dat hoefde niet meer, zodat we al om 8.30 uur Las Vegas uitreden. Toen was de zon er al volop, maar de wind was nog enigszins koel.  Een eindje buiten Las Vegas is de Hoover Dam. Deze dam is gebouwd om Vegas en een deel van Californië van elektriciteit te voorzien. En over de hele wereld bekend, omdat het één van de eerste dammen van dit formaat was. Op onze vorige reis hebben we daar al  gekeken en hebben binnenin een rondleiding meegemaakt. Dat hoefde van ons dus nu niet weer, alhoewel het erg interessant is om daar rond te kijken. Van Wilmark hadden we al gehoord dat er een hele nieuwe brug was gebouwd.  Wij dachten de Dam nog wel te zullen zien, maar als je dus over die brug gaat, zie je verder niets meer. Dat was jammer. Om nog iets te zien kun je dus beter de oude weg nemen vanaf Boulder.  Verder onderweg gestopt bij een vieuw point waar we de Colorado rivier en het landschap er rondom hebben bewonderd. Rond 11.00 uur waren we in Kingman. Daar zijn we nog even naar de Safeway gegaan, daar heeft Diny al een kortingspasje van, om nog weer een nieuwe voorraad water en appelsap in te slaan. Toen we bij het tankstation moesten wachten op onze beurt, kwam er een man naar ons toe om een praatje te maken. Hij wou natuurlijk weten waar we vandaan kwamen en vertelde zelf als kind in Amerika te zijn gekomen vanuit Duitsland. Hij was 30 jaar arts geweest en nu met pensioen. Hij vertelde het donker in te zien met de economie van Amerika en regelmatig wat geld naar Zwitserland te sluizen. Maar hij had nu gelezen en gehoord dat het ook in Europa niet zo goed ging en wilde van ons weten of hij er verstandig aan deed z’n geld daar te laten. We hebben maar gezegd dat wij daar geen verstand hebben. Tijdens dit gesprek liet hij ons z’n revolver zien, met de opmerking erbij dat de criminelen er ook één hadden en dat hij een vergunning had en zij niet. Hij vroeg waar we naar toe gingen en toen we vertelden naar een camping te gaan een eindje verderop, begreep hij ons niet goed. Hij dacht dat we nog verder gingen die dag, want hij zei dat het jammer was dat we verder gingen. Als we in de stad waren gebleven had hij ons uitgenodigd om bij hem en z’n vrouw te komen eten. Een hele aardige man, maar we hebben het maar zo gelaten, want om met dit warme weer een hele avond Engels te moeten praten was ons een beetje teveel van het goede. Alhoewel ze natuurlijk wel airco in huis hadden. Hierna doorgereden naar de camping. Omdat het  "maar" 37.5 graden was konden we de airco meteen aanzetten en ’s middags zijn we weer lekker  naar het zwembad gegaan.

                        
      
 
Zondag 24 juli.
Vanuit Kingman zijn we vertrokken naar Williams. We konden kiezen tussen de Interstate rijden of Route 66. Natuurlijk hebben we toen gekozen voor de Route 66. Route 66 is een oude Highway die begon in Chicago en eindigde in de buurt van Los Angeles. De lengte was bijna 4000 km.  Er zijn nog een aantal stukken van over. In 1946 zong de zanger Nat King Cole het lied Get your kicks on Route 66, dat uitgroeide tot een grote hit. Later is er een film gemaakt, Easy Rider, die over motorrijders ging die Route 66 reden. Tegenwoordig is het een toeristische, wereldbekende route, die elke motorrijder wil rijden. Ook toeristen willen altijd graag een gedeelte van deze route rijden. Zo ook wij dus. Het gedeelte dat wij hebben gereden was ongeveer 120 km. door een woestijnachtig gedeelte van Arizona. Het doet aan als een onherbergzaam gebied, maar overal zijn wel kleine nederzettingen die natuurlijk helemaal gericht zijn op de langskomende toeristen. Onderweg veel motorrijders gezien. Ze hoeven hier geen helm te dragen en ze zitten vaak zo in hun overhemd met een rode zakdoek op hun hoofd op de motor. Je ziet ze genieten.  Wij hebben ook genoten van de mooie natuur om ons heen. Bij het opstaan ’s morgens was het bewolkt, een ongekend fenomeen in deze contreien, maar wij vonden het best lekker. Onderweg afwisselend zon en bewolking gehad en over het algemeen niet zo warm. Let wel, nog steeds een graad of 35, maar dat was voor ons, vergeleken bij de vorige dagen, al lekker koel. Rond de middag aangekomen op de camping een eindje voorbij Williams. Diny is nog even gaan zwemmen, maar Ide was de afgelopen dagen toch een beetje verbrand, terwijl hij bij het zwembad toch echt steeds in de schaduw had gelegen. Hij is dus bij de camper gebleven. In de namiddag  werd het toch wel behoorlijk donker en we dachten een heerlijke frisse bui  te krijgen. Dat ging dus niet door, maar het was toch wel zo afgekoeld dat we na het eten de lange broeken, de sokken en de fleecetruien hebben aangedaan. Het was ongeveer 27 graden en we vonden het frisjes. Zo, met truien, was het toch nog aangenaam om buiten te zitten. In deze omgeving zijn veel Nederlanders met een gehuurde camper onderweg. We werden zo vaak aangesproken over onze Nederlandse camper dat  het op een gegeven moment zo was dat we tegen elkaar zeiden: “Laten we maar even binnen gaan eten, dan wordt het tenminste niet koud als er weer iemand langs komt”.  Maar het is best gezellig hoor en de mensen zijn heel erg enthousiast over onze reis.

 

      


Maandag 25 juli.
Vanaf Las Vegas hebben we nu 2 dagen niet meer dan gemiddeld 200 km. gereden en het wat rustig aan gedaan. Het is hier in deze omgeving wat koeler en dus hadden we er zin in om deze dag naar het Grand Canyon Nationaal Park te gaan. Eerst ’s morgens nog wat geskypt met het thuisfront en toen op weg gegaan naar een camping bij de ingang van de Grand Canyon. Onderweg zagen we dat er brand was in het park. Gelukkig stond  op een elektronisch bord  langs de kant van de weg dat de brand onder controle was, “managed” op zijn Amerikaans. Gelukkig maar, want het bos is hier kurkdroog. Langs de weg stond overal  aangegeven dat het brandrisico  hoog was. Het was niet ver rijden en we  waren  dan ook al rond 11.00 uur op de camping. Dit is een echte doorgangscamping, je komt hier, blijft een dag om naar de Grand Canyon te gaan, en dan ga je weer verder of je gaat met je camper het park in en komt ’s avonds op de camping aan. Toen wij aankwamen was het nog erg rustig, er was nog genoeg plaats. Je kunt ervoor kiezen om met je eigen camper het park in te gaan, maar we wisten niet hoe het met parkeren zou gaan. Wij hebben ervoor gekozen om met de shuttle te gaan en dan naar de westelijke kant. Geen problemen met parkeren en je komt overal.  De shuttle vertrekt voor de camping en brengt je tot aan het visitor center aan de zuidkant van de canyon . Vanaf daar kun je dan overstappen op een andere  shuttle naar je keuze. Je kunt dan onderweg op meerdere plaatsen uitstappen om van de prachtige uitzichten op de canyon  te genieten.  De shuttle werkt dus als een Hop On Hop Off.  Als we hier morgen weer weg gaan dan rijden we via het park naar de oost uitgang. Dat doen we dus met de camper. Dan hebben we dus  de hele zuidkant weer gezien. Bij de eerste stop vandaag werden we weer, net als toen we hier de vorige keer waren, getroffen door  het uitzicht. Overweldigend. Mooie kleuren, mooie rotsformaties en de Coloradoriver helemaal onderin de canyon. Het was alleen jammer dat het wat heiig was, vooral voor het filmen en fotograferen. De foto’s zijn dan ook niet al te scherp.  We zijn op meerder plaatsen uitgestapt en hebben ook een gedeelte gelopen, waarna we weer verder gegaan zijn met de shuttle.  Toen we ’s avonds terugkwamen op de camping, was het daar ondertussen al aardig vol met weer heel veel Nederlanders maar ook groepen jongeren in tenten. Erg gezellig.

 

      

         

      

       


Dinsdag 26 juli.
’s Nachts begon het behoorlijk te regenen en toen we wakker werden lagen er al hele grote plassen water op de camping. We gingen dus met regen van de camping richting het Grand Canyon N.P.. In dit gedeelte, de oostkant dus, kun je bij de viewpunten met je auto of camper wel parkeren. Er rijdt in deze richting ook maar een heel klein eindje een shuttle.  We zijn dus meerdere keren gestopt, maar iedere keer als we buiten kwamen begon het harder te regenen. Je kon ook niet veel zien, want de wolken hingen in de canyon. Ook was het op sommige plaatsen mistig. Een beetje jammer, maar gelukkig hadden we de vorige dag al heel veel gezien. Toen we het park uit waren kwamen in een indianengebied  (reservaten). Dat zijn stukken grond die in het verleden aan de Indianen zijn toegewezen en waar ze zelf de baas zijn. Deze reservaten vind je over heel Amerika.  In dit gebied loopt de Little Colorado River en deze heeft ook canyons uitgesleten in het verleden. Weliswaar veel smaller, maar even indrukwekkend om te zien. Langs de weg zagen we veel kraampjes waar indianen hun koopwaar aanboden. Chief Yellow Horse deed net als in 2000 nog steeds zaken. Met dit slechte weer hadden ze niet veel klandizie.
We hebben deze dag nog heel wat kilometers doorgereden door een prachtig landschap van rode rotsformaties en rode deserts. Rond de middag was het gelukkig weer droog geworden en dus  konden we genieten van alle mooie kleuren. In deze omgeving zien en horen we zoveel Nederlanders dat we tegen elkaar zeiden:  “Het lijkt wel of de Nederlanders hier de macht van de Amerikanen hebben overgenomen”. Bij het plaatsje Page hebben we nog wat boodschappen gedaan en Diny is hier ook nog even naar de kapper gegaan. Ze wou het niet al te kort laten knippen, maar dit was een beetje moeilijk uit te leggen in een vreemde taal. Dus is het toch nog weer behoorlijk kort geknipt. Ook wel weer lekker met het warme weer. Uiteindelijk zijn we in Page op een camping gegaan.

 

      


Woensdag 27 juli.
Bij het dorp Page zijn versteende zandduinen, ook is er een rivier, meestal droog, die er door stroomt. Deze rivier heeft een hele smalle canyon uitgesleten in zo’n duin waar je doorheen kunt lopen. Dit is in  indiaans gebied. Vanuit het dorp zijn er excursies, onder begeleiding van een native american gids naar de canyon en we hadden gehoord dat dat zeer de moeite waard was. We zijn dus naar het kantoor van het (indiaans) bedrijf gegaan en hebben ons aangemeld voor de excursie van 10.30 uur. We hadden op de camping gehoord dat de excursies van de vorige dag waren gecanceld i.v.m. de hevige regenval. Dan stroomt er weer water door de rivier en dus ook door de kloof. Vandaag was het droog en dus extra druk, maar gelukkig konden we nog mee. Je moest een kwartier voor tijd aanwezig zijn en om de wachttijd te bekorten gaf een Indiaan nog een voorstelling van een rituele dans. Samen met een Nederlandse gezin van 4 personen en nog 2 Amerikanen gingen we daarna in een 4 Weel-drive, gereden door de gids, richting de canyon. Eerst over de verharde weg het dorp uit en toen over de bedding van de nu weer droog liggende rivier. Dat ging met een behoorlijke vaart en dus ook nogal wat slippartijen, want door de regen van de dag ervoor was het zand nog nat. Op zich was de rit naar de canyon dus al spectaculair.  Daarna met nog veel  meer mensen, want we waren natuurlijk niet de enige groep, de canyon bekeken. Het is bijna niet te beschrijven hoe mooi dit was, door het van boven invallende zonlicht. Alleen al de verschillende kleuren. De canyon is heel smal, op sommige plaatsen kunnen 2 mensen elkaar net passeren, en ook heel diep. Heel ver boven je zie je de buitenlucht nog. De gids gaf uitleg en hielp ook met het fotograferen. Hij wist precies waar je moest gaan staan om een mooi plaatje te krijgen. Er was ook alle tijd om rond te kijken en te fotograferen. Je werd gelukkig niet opgejaagd, wat nogal eens gebeurt als het in het hoogseizoen erg druk is. Al met al duurde de tour 1 1/2 uur en dus waren we rond 12.00 uur weer bij de camper. Toen zijn we nog maar weer naar de kapper gegaan. De avond ervoor bleek nl. dat Diny’s haar aan de achterkant helemaal scheef was geknipt en wel zo erg dat er wat aan gedaan moest worden. Nu is het achter dus nog veel korter geworden. Maar het ziet er wel goed uit.
Vanaf de kapper zijn we toen verder gereden richting Bryce. We wilden proberen deze dag zover te rijden dat we daar in de buurt op een camping  konden gaan staan. Het was de hele dag gelukkig droog weer en  “maar” ongeveer 35 graden. Onderweg weer genoten van de prachtige rotsformaties en kliffen in allerlei kleuren en maten. Dit blijft mooi, iedere keer zie je weer wat anders. Ondertussen waren we ook van de staat Arizona in de staat Utah aangekomen. We moesten op de grens met Utah onze horloges een uur vooruit zetten. Nu is het tijdsverschil met Nederland nog 8 uren. Een kleine 50 km. voor Bryce zijn we bij het plaatsje Glendale op een camping gegaan.

 

      

      


Donderdag 28 juli.
Omdat het steeds zo warm was hebben we de afgelopen tijd niet veel schoongemaakt in de camper. Nu het wat koeler is, moest dat maar weer eens gebeuren. Dus zijn we deze dag maar op de camping gebleven. Ook lag er al weer veel was. ’s Morgens meteen maar begonnen met wassen en schoonmaken. Gelukkig was het niet druk in de laundry, dus konden we weer meerdere machines tegelijk gebruiken. Rond de middag was de was weer schoon, droog  en opgeruimd en ook de camper spic en span. ’s Middags wat geluierd, gezwommen en gelezen. Rond een uur of zes zijn we gaan barbecuen en dus moeten we nu nodig onze voorraad vlees in het vriesvak weer aanvullen. We hebben zo’n heel ordinair tomado droogrekje bij ons  en dat stond vanavond nog buiten met het badpak en de badlakens erop. Een Amerikaanse vrouw kwam naar Diny toe en zei dat ze ons wasrekje zo bewonderde. Ze vroeg waar we het gekocht hadden, want zij had zoiets nog nooit gezien?!? Ide heeft deze dag de route voor de komende dagen nog eens bekeken. We hebben besloten om Joshua Tree N.M. te laten vervallen. We denken nl. dat we een beetje in tijdnood komen en dus moeten we de route een beetje aanpassen en keuzes maken.

 

          
 
Vrijdag 29 juli.
’s Morgens al rond 8.30 uur vertrokken van de camping  richting Bryce Canyon National Park. Het was niet  ver en dus reden we al om 9.00 uur het park in. In bijna alle parken hier is ons pasje, een jaarpas voor de Nationale parken en monumenten dat we al in de Badlands gekocht hebben, geldig. Dat is gemakkelijk en ook veel voordeliger dan overal apart entree te betalen.  Bryce Canyon is eigenlijk geen canyon, maar een afgebroken rand van het Paunsaugunt Plateau, vanwaar je een uitzicht hebt op een landschap van rood, bruin en wit zandsteen en waar de rotsen door regen en wind in miljoenen jaren afgesleten zijn tot hoge, naaldvormige pieken. Deze zin is half uit een boekje en half van ons zelf. In dit park kun je, net als in Grand Canyon, kiezen tussen de shuttle en je eigen vervoer. Maar hier mag je met je eigen auto of camper wel overal bij de uitzichtpunten parkeren. Er gaan ook lang niet zoveel shuttlebussen. We hebben gekozen voor eigen vervoer. Je hoeft dan bv. niet steeds op de bus te wachten. Het valt ons trouwens op dat het hier nergens echt druk is, heel rustig zelfs.
Het is moeilijk te beschrijven hoe mooi het hier is. Heel wat anders dan ons platte en groene Nederland. We zullen de foto’s zo gauw mogelijk online zetten. Die spreken voor zich. Er is hier ook nogal wat wild aanwezig. Vlak voor onze auto stak een hert over, een prachtig gezicht. Het was ook mooi zonnig weer, zodat alle kleuren mooi uitkwamen. We zijn bij vrijwel alle viewpoints gestopt en hebben ook korte wandelingen gemaakt, zodat we een goede indruk hebben gekregen van de canyon. Deze hernieuwde kennismaking was de moeite waard. Vanaf Bryce zijn we verder gereden via de scenic byway 12 naar Cannonville waar we op een camping zijn gegaan.

 

      

      

          

                                                                         Cannonville

                 
Zaterdag 30 juli.
Aan de late kant, we hadden tot 9.00 uur geslapen, zijn we deze morgen vertrokken.  We zijn verder de scenic byway 12 afgereden.  Dit is een prachtige weg om te rijden, hij is erg rustig en dus kan de bestuurder ook nog eens om zich heen kijken.  De weg gaat over de bergtoppen en door de dalen, met prachtige uitzichten onderweg.  Op sommige plaatsen is het zo mooi, dat is niet over te brengen op foto, film of papier. Zo nu en dan denk je:  “ niet meer fotograferen, je krijgt het er toch niet zo op als je zou willen”. Maar dan grijp je toch weer naar je fototoestel, wetende dat je al heel veel  foto’s hebt gemaakt onderweg.  Thuis moet dat allemaal tot normale proporties worden teruggebracht. Halverwege hebben we in de plaats Boulder een museum bezocht van Indiaanse pueblo’s uit ongeveer 1100. Je kon daar zien hoe ze toen hun huizen bouwden. Ook waren er o.a. potscherven, pijlpunten en halskettingen tentoongesteld. In de namiddag op een camping in het plaatsje Torrey gegaan. Onderweg hadden we redelijk zonnig weer, maar toen we eenmaal op de camping waren is het gaan regenen tot ’s avonds laat. De lens van ons fototoestel is beschadigd, waardoor er steeds een wolkje in de lucht lijkt te zitten. Diny maakt nu de foto’s op de kop, als er op de plaats van de beschadiging wat anders te zien is dan blauwe lucht, dan zie je de beschadiging niet. Ide heeft nu wat meer werk om de foto’s op de computer te zetten, hij moet  nu de meeste omdraaien.

 

      

      

                                                                                     


Zondag 31 juli.
Met Nederlands weer van de camping vertrokken. D.w.z. het was bewolkt en niet erg warm. Tijd dus voor een lange broek,vest en sokken. De route die we voor deze dag hadden uitgestippeld ging eerst door Capitol Reef National Park. Geweldige bergen waar de wolken op sommige plaatsen laag tussen hingen. In dit gebied met z’n vele Nationale Parken denk je iedere morgen: “vandaag zal ik wel niet meer verrast zijn door wat ik zie”. Toch zijn we iedere keer weer onder de indruk van alle natuur om ons heen. Hier betalen zich ook de vele avonden uit die Ide afgelopen winter achter z’n computer heeft doorgebracht om deze reis voor te bereiden. Hij heeft al deze parken uitgezocht. Ook nog dank aan Hans Bonting die ons deze route en parken  heeft  aangeraden.  Grand Canyon en Bryce Canyon zijn de grote bekende parken hier, maar er zijn er dus nog veel meer en zeker net zo mooi.
Na Capitol Reef N.P., waar je niet al te ver met je camper in mag, reden we langs Goblin Valley State Park. Ook geweldige kleuren gezien. De kleuren kwamen overeen met gordijnen die we vroeger in de kamer hadden. Vanaf daar zijn we naar Canyonland National Park gegaan. In dit park rijd je over een bergrug met aan beide kanten canyons. Aan de ene kant van de weg stroomt de Green River erdoor en aan de andere kant de Colorado River. We zijn al bijna net zo gek als de Amerikanen als we de Colorado River zien. Deze proberen we dan ook altijd op de foto te krijgen. Maar we hebben ook zo nu en dan het machteloze gevoel dat je het nooit zo mooi op de foto of de film krijgt dan wanneer je het in het  echt ziet. Ondertussen was het wel weer zonnig geworden en ook behoorlijk warm. Dus onderweg de korte broeken maar weer aan. Vanaf Canyonland N.P. verder gereden naar Moab waar we op een camping zijn gegaan. Vanaf daar willen we de volgende dag nog naar Arches National Park en we moeten ook nodig weer eens uitgebreid boodschappen doen.

 

      

       

       


Maandag 1 augustus.
Al vroeg vertrokken richting Arches National Park. Vanaf de camping waren we in een kwartiertje bij de ingang. Wij dachten vroeg te zijn, maar het was al behoorlijk druk. Eigenlijk voor het eerst dat het in een park druk was. Dit park bestaat uit zandsteenformaties in de vorm van bogen, pilaren en andere bizarre vormen die in het landschap omhoog steken. Ook zijn er versteende zandduinen.  Bijzonder om te zien en tussendoor te wandelen, wat we dus ook gedaan hebben. Er waren ook meerdere natural bridges. Dit zijn bogen van zandsteen. Dit alles in fel rood-oranje. Rond een uur of twee zijn we toen terug naar het dorp gegaan en hebben onze boodschappen gedaan. Terug op de camping wat gelezen en gezwommen en tegen de avond moesten we naar binnen omdat er een dikke onweersbui losbrak.

 

      

      


Dinsdag 2 augustus.
’s Morgens vanuit Moab vertrokken met als doel Monument  Valley. Na nog een stukje in de bergen te hebben gereden, werd het landschap vrij vlak.  We hadden het adres van de camping in Monument Valley ingebracht in de Tomtom en dus gingen we eerst over een wat grotere highway. Ook al hebben we de Tomtom aan, dan nog hebben we de kaart er altijd bij, we willen nl. altijd precies weten waar we zijn en waar we langs komen. Op een gegeven moment zagen we op de kaart dat we een scenicc byway konden nemen. Dat was wel een eindje verder dan de doorgaande weg, maar naar ons idee ook mooier, qua omgeving.  Dus die heben we maar genomen. Het eerste stuk ging langs de Valley of the Gods. D.w.z. wij gingen over een bergrug en konden links van ons in de vallei kijken. Op een gegeven moment moesten we rechtsaf een weg inslaan. Op de kaart aangegeven als een normale verharde weg. Direct aan het begin van deze weg stond een bord met de waarschuwing dat de geasfalteerde weg na 22 mijl over zou gaan in een gravelweg met haarspeldbochten en met een daling van 10% naar beneden.  We hebben even getwijfeld wat we zouden doen, maar zijn toen toch verder gegaan. Dit alles zijn we nl. wel gewend, we rijden in Noorwegen en Zweden geregeld over dit soort wegen. We zijn op die momenten wel heel blij dat we niet zo’n grote camper hebben. De eerste 22 mijl was er dus niets aan de hand, maar op een gegeven moment reden we  op een stuk weg, precies zoals aan het begin was aangegeven. Het waren echt scherpe haarspeldbochten en het ging ook behoorlijk steil naar beneden. Je kon en mocht maar met een gangetje van 20 km. per uur naar beneden rijden, want anders gleed je weg op het losse gravel. Omdat we gewaarschuwd waren, viel het ons uiteindelijk toch nog mee. Maar we kunnen ons voorstellen dat je hier niet moet rijden met een huurcamper die je niet kent en weinig ervaring met dit soort grotere auto’s hebt. We hebben al met al geen spijt van de keuze voor deze route, want we hadden weer een aantal prachtige uitzichten onderweg. Toen we beneden waren, kwamen we al vrij snel langs Mexican Hat. Dit is een rots met bovenop een formatie die lijkt op een omgekeerde sombrero. Vlak daarna kwamen we door het dorp Mexican Hat en zagen het motel  weer waar we in 2000 gelogeerd hebben. We zijn verderop op de camping gegaan, waar we nu midden tussen de bergen staan.

 

      

      

      

       


Woensdag 3 augustus.
Deze dag stond het voorlopig laatste National Park op het programma. Vanuit Monument Valley naar Canyon de Chelly was ongeveer 150 km. rijden. Beide parken liggen in Indianengebied. Alleen ligt het ene (Monument Valley) in Utah en het andere (Canyon de Chelly) in Arizona. Door de canyon loopt de rivier de Chelly. In deze canyon zijn veel resten van een uitgestorven Indianenvolk te vinden, de Anasazi, o.a. woningen in holtes van de rots. Ook zijn hier en daar nog de velden te onderscheiden waar de Indianen waarschijnlijk een soort mais op verbouwden. Het was erg rustig in dit park, alleen bij ieder punt waar je kon stoppen en kon genieten van het uizicht op de canyon, stonden Indianen hun koopwaar aan te prijzen.  O.a. vaasjes, schilderijtjes en sieraden. Dat deed ons erg denken aan onze reis in Zuid Afrika. Overal waar je stopte om iets te bekijken stonden de kraampjes met koopwaar. Over het algemeen vinden wij dat irritant. Het was  een mooi park, maar wij merken dat we een beetje overvoerd raken, dus is het goed dat dit voorlopig onze laatste canyon was. Vanaf dit park zijn we verder gegaan naar de staat New Mexico. Vlak buiten het park gekomen zagen we een hele donkere lucht en bliksemflitsen  in de verte. Verderop reden we dus de bui in en vanaf dat moment  tot ’s avonds laat regende het pijpenstelen. We zijn in Gallup op een camping gegaan. Dit plaatsje ligt weer aan een overgebleven deel van de Route 66. Veel motorrijders  gezien onderweg. We hebben de indruk dat hier in de buurt niet veel Nederlanders rondreizen. De Nederlanders reizen meestal rond in campers van Americadream en die hebben we op deze camping nog niet gezien. Misschien komen we ze weer tegen als we aan de oostkust zijn.

      

      

              


Donderdag 4 augustus.
Via nog een klein stukje Route 66 en daarna de Interstate zijn we van Gallup naar Santa Fe gereden. Dit was weer even zo’n afstand, ongeveer 350 km., waar we onderweg niets gepland hadden en dus in ongeveer 3 ½ uur waren we in Santa Fe. Wel kwamen we langs een gebied waar een vulcanische bodem ligt. Moeten nog uitzoeken hoe dat hier komt. In Santa Fe meteen naar de camping gegaan en ons ingeschreven en daarna brood e.d. gehaald voor de komende dagen. Ook hier hadden we ’s avonds weer een onweersbui.

      


Vrijdag  5 augustus.
’s Morgens op tijd opgestaan en na het ontbijt meteen vertrokken naar het centrum van Santa Fe. Bij de receptie van de camping hadden ze ons aangeraden met de bus te gaan en dat hebben we dan ook gedaan. Maar goed ook, want het bleek nog een heel eind te zijn naar het centrum. In de bus een kaartje gekocht voor 1 dollar per persoon en daar kon je de hele dag  op rondreizen. We waren op een plattegrond aan het  kijken waar we uit de bus moesten en er was weer een aardige man die uit zichzelf vroeg of we wat zochten en of hij ons kon helpen. Toen hij uitstapte wenste hij ons een heel plezierige dag. Het zijn van die kleine dingen, maar toch heel aardig. Uiteindelijk waren we al om een uur of negen in het centrum en we waren niet de enige toeristen die al zo vroeg waren. Om die tijd is het nl. nog lekker koel in de stad en rond de middag wordt het dan erg warm. Santa Fe heeft een  gezellig centrum met heel veel chique boetiekjes en kunstgaleries. Ook hebben veel mensen hun koopwaar op de stoep uitgestald, dit zijn veelal Indiaanse sieraden. Santa Fe is en wordt gebouwd in adobe stijl. Hier houdt het stadsbestuur strak de hand aan en hoogbouw wordt in de hele stad niet toegestaan. Daardoor ademt de stad dan ook een bijzondere sfeer uit.
We hebben het  New Mexico’se Capitool van buiten bekeken en hebben de kerk van St. Michel, gebouwd in 1610 door de Indianen onder leiding van de eerste missionaris uit Spanje, van binnen bekeken. New Mexico is achtereenvolgens Indiaans, Spaans, Mexicaans en Amerikaans geweest en geworden. De Indiaanse en Spaans/Mexicaanse sfeer is nog duidelijk te merken.
Rond de middag hebben we geluncht met heerlijke Beef burrito’s. Gezelllig op een terrasje midden in Santa Fe.  Na de middag nog wat rondgewandeld en The Cathedral  Basilia of St. Francis of Assisi van binnen en van buiten bekeken, vooral de mooie glas in lood ramen. Rond 14.00 uur werd het ons te warm in de stad en zijn we richting de camping gegaan. Het was lekker koel in de camper, mede door de airco, maar we staan ook in de schaduw van een boom. Na een koud pilsje is Diny gaan wassen en de camper gaan schoonmaken en Ide had wat klusjes aan de camper. Rond 19.00 uur waren we overal klaar mee en toen begon de dagelijkse onweersbui die we in New Mexico alle dagen die we hier zijn, gehad hebben. We blijven hier nog 2 nachten, morgen nemen we een vrije dag, daar hebben we het hard aan toe en de bedoeling is om overmorgen een van de vele pueblo’s te bekijken. 

      

      

       

          

                                   
Zondag 7 augustus.
’s Morgens op tijd vertrokken van de camping in Santa Fe. Net als altijd eerst diesel getankt. Dat doen we nu steevast  iedere morgen, zodat we zeker weten genoeg in de tank te hebben tot de volgende camping. En toen op weg  naar de Domingo Pueblo. Deze hadden we uitgezocht omdat hij ten zuiden van Santa Fe lag en we die kant op moesten. Mooi op de route dus. Maar toen we er aan kwamen viel het ons nogal tegen. Ten eerste waren we er al rond 9.00 uur en schijnbaar sliep iedereen nog in het plaatsje. Het was er heel erg stil. Verder  hadden we meer verwacht van de bouw. Het leek op een slordig bij elkaar geraapt aantal adobewoningen. Misschien hadden we de verkeerde pueblo uitgezocht. Wel was er een heel mooi kerkje. We hebben een paar foto’s gemaakt en zijn toen verder gegaan richting het zuiden van New Mexico. Na Albuquerque kom je dan al gauw in de woestijn. Een erg desolaat landschap met zo nu en dan een dorpje.
We kwamen ook door de woestijn waar de Amerikanen in 1945 de eerst proef met een atoombom hebben gedaan. De Trinity test. We kunnen ons voorstellen dat ze dat in dit, in onze ogen, door God en iedereen verlaten landschap hebben gedaan.  In hetzelfde gebied is ook een testsite voor raketten. White Sands test centrum voor raketten. Omdat het ondertussen toch wel weer erg warm was geworden (ongeveer 40 graden) wilden we op het eind van de dag graag op een camping met wat schaduw en als het even kon ook een zwembad. Na wat heen en weer rijden en zoeken is dat uiteindelijk gelukt. We staan nu op een camping in Alamogordo waar volgens ons alleen maar mensen staan met een seizoenplaats en verder zien we hier geen vakantiegangers. Terwijl we onderweg toch genoeg campers zijn tegengekomen. Maar die kwamen hier wel allemaal vandaan en niet hier naar toe. Wij gaan morgen  maar gauw weer door, want we vinden het hier wel een beetje troosteloos.

      


Maandag 8 augustus.
Om 8.00 uur reden we Alamogordo al uit. We zijn zo vroeg vertrokken omdat het dan nog redelijk koel is. We wilden naar White Sands National Monument, ongeveer 25 km. ten zuidwesten van Alamogordo.  Dit is een park wat bestaat uit allemaal wit zand, het lijkt net sneeuw zo wit. Het witte zand is eigenlijk  een soort gips dat uit de omringende bergen aangevoerd is na verwering van het gesteente. Dit ging met de regen en het  smeltwater van de sneeuw naar een meer. Dit meer is opgedroogd door de zomerse hitte en het gips bleef liggen en werd door de wind tot duinen geblazen. Dit speelde natuurlijk al miljoenen jaren geleden, maar de duinen veranderen nog steeds door de wind. Het  waait ook over de weg die door het park loopt en wordt met sneeuwschuivers aan de kant geschoven. Er waren kinderen, maar ook volwassenen die aan het sleeën waren. Het was een bijzonder gezicht, de duinen en de omringende natuur. Zelfs de hagedissen in het park zijn wit. Omdat White Sands ook een testcentrum is voor raketten wordt de Highway en het White Sands NM  gesloten als er getest wordt  met raketten.
Rond een uur of 11 zijn we vertrokken uit White Sands richting het zuiden van New Mexico. Het eerste gedeelte van de route ging door de Sacramento Mountains. Een mooie weg hoog door deze bergen en dus ook lekker koel. In de dalen was er veel groen en daar was ook veel toerisme. Heel veel campings gezien op dat stuk weg. Toen we uit de bergen kwamen was er weer woestijnlandschap, erg troosteloos en een harde, warme wind. Het was vandaag trouwens wel heel erg warm. We lazen op internet dat er hier in de zuidelijke staten een zone met recordhitte is. Nou, dat hebben wij dus vandaag gemerkt. In het plaatsje Artesia zagen we op een digitale thermometer dat het 113 graden Fahrenheit was, 45 graden celcius dus. Als je dan in de woestijn bent, is het nog veel erger. Er is daar geen stukje schaduw te vinden.  We zijn op een camping gegaan vlakbij Carlsbad, want daar willen we morgen naar de caverns (druipsteengrotten). We hadden gehoopt op de camping enige schaduw te vinden, maar de camping bestaat nog niet zo lang en de bomen moeten nog een beetje groter groeien. Bij aankomst op de camping hebben we onze thermometer even buiten in de schaduw gelegd. Die gaf na een paar minuten 48.3 graden aan. Er mankeert echt niets aan het ding hoor, hij is nieuw en geeft de temperatuur digitaal aan. Dus met een fout van plus of min één, we denken min één. We hebben dus de rest van de middag in de schaduw aan het zwembad gelegen.  Hopelijk is het morgen in de grotten koeler. We zien wel.

 

      

      


Dinsdag 9 augustus.
De caverns bij Carlsbad stonden deze dag dus in de planning. Het was nog ongeveer een uur rijden vanaf de camping. Het valt ons op dat er dan in de beschrijving van de camping staat dat de caverns vlakbij liggen. In werkelijkheid is het dan toch nog zo’n 50 km. rijden, maar dat vinden de Amerikanen niets. De camping lag dus ten noorden van Carlsbad en de caverns ten zuiden. Het Visitorcenter lag op de top van de berg en daar vandaan ging je met een lift ongeveer 250 m.  naar beneden. Er zijn meerdere grotten boven elkaar. Wij hebben de bovenste bekeken. Eenmaal daar met de lift aangekomen kon je op eigen gelegenheid een uitgezette route volgen. Die duurde ongeveer 1 ½ uur. Wij hebben dus op ons gemak rondgekeken. We hebben al heel wat druipsteengrotten gezien, maar deze is dus typisch Amerikaans, alles is altijd groter, zo ook deze grotten?!? Maar zonder gekheid, het was zeer de moeite waard om te zien. Bijkomend voordeel was dat het er heerlijk koel was, 13 graden en dus hebben we maar een beetje rustig aan gedaan, wetende dat we, nadat we hier weggingen, nog 200 km. door de hitte van de desert in Texas moesten rijden.
We hebben voordat we weggingen hier maar geluncht, want dat valt in de woestijn ook niet mee. Je kunt er nl. nergens even in de schaduw staan. Rond 13.00 uur zijn we vertrokken vanaf de caverns, richting de camping in het plaatsje Van Horn in Texas. Een eindje voorbij de caverns gingen we New Mexico uit en Texas in. Het grootste deel van de rit was dus in Texas. Het was dus zoals we verwacht hadden, warm, droog en bijna geen ander verkeer op de weg. Bij de grens met Texas moesten we onze horloges weer 1 uur vooruit zetten. Nu is dus het verschil met Nederland nog maar 7 uur. Omdat de weg verder goed was en er dus bijna geen verkeer was, konden we goed opschieten en waren we 2 ½ uur later al op de camping. Daar was het niet zo warm als de dag ervoor, maar toch altijd nog zo’n 38 graden.  Morgen verder en dan zien we wel wat het met het weer wordt.

      

       

         


South Weather Forecast
Updated: Aug. 9, 2011  12:00pm ET
- Still 12 degrees above average across the remainder of the region, highs will peak from the 80s to 100 degrees in the Southeast and from the 80s to 110 degrees west of the Mississippi River.
En dat is waar wij nu zitten!!!!!!!!

                                    


Woensdag 10 augustus.
We waren van plan richting Dallas te gaan, maar gezien de temperaturen daar, hebben we besloten naar het zuiden, dus naar de zee te gaan. Vanaf daar gaan we dan richting New Orleans. Deze plaats stond in het reisplan, maar dan na Dallas. Dit betekent dat we even een paar dagen wat meer kilometers gaan maken. Het beste kun je in deze warmte ’s morgens rijden, dus dat doen we dan ook maar. Deze dag dus van Van Horn over de Interstate 10 naar een camping in Ozona, ongeveer 350 km. verderop. Onderweg eigenlijk alleen maar dorre, droge woestijn gezien. Het klopt wel met wat we lazen in een boekje. Daarin stond dat een generaal in 1866 de opmerking maakte: “Als ik Texas en de hel bezat, zou ik Texas verhuren en zelf in de hel gaan wonen”. De camping lag aan de Interstate en zou een zwembad hebben. Daar aangekomen was er wel een zwembad, maar dat zag er niet erg onderhouden uit, niet schoon dus. We zijn er dan ook niet ingegaan, want je bent, vooral met deze warmte, bang dat je er een ziekte opdoet.  Verder waren er maar een paar bomen en in de schaduw daarvan stonden dus al campers. Het maakte niet uit waar je ging staan, overal stond je in de brandende zon. Pas ’s avonds laat koelde het een beetje af.


Donderdag 11 augustus.
Vanaf Ozona verder over de Interstate 10 gereden naar San Antonio, ongeveer 350 km.. We vertrokken om 8.30 uur en waren om 12.30 al op de camping aan de rand van San Antonio.  Het eerste stuk reden we nog in de woestijn, maar al gauw werd het wat bergachtiger en ook wat groener. Op sommige stukken had je het idee in Duitsland te rijden. Onderweg ook veel Duitse plaatsnamen gezien. Toen Texas nog  bij Mexico hoorde, hebben de Mexicanen hier heel veel  Duitsers naar toe laten emigreren. Daardoor lees je nu dus nog veel Duitse namen.  In San Antonio blijven we een paar dagen. We staan daar nu lekker onder de bomen en het moet een mooie stad zijn. We hebben voor morgen een dagtour met een gids door de stad besproken.


Vrijdag 12 augustus.
We moesten vroeg op, want we zouden al om 8.15 uur opgehaald worden voor de tour door de stad. De chauffeur/gids was precies op tijd. In het busje was plaats voor 12 personen, maar er kwam nog 1 vrouw bij en dus waren er maar 3 klanten deze dag. Het valt ons op dat het in deze periode, waarin toch ook in Amerika veel mensen vakantie hebben, het overal vrij rustig is. Er zijn hier mensen die zeggen dat door de crisis er minder mensen met vakantie gaan. We zijn deze dag als eerste naar de Japanse verzonken tuinen geweest. Die kon je bekijken en je verwonderen over de vele mooie en hele grote Koikarpers in de vijvers. Vandaar gingen we naar de San Antonio River. Die loopt door de hele binnenstad en we hebben daarop een boottocht gemaakt. Deed wel een beetje denken aan Venetie. Langs de hele rivier loopt een mooi aangelegde riverwalk. Met veel terrasjes en winkeltjes.  Daarna een ouderwetse Saloon bezocht en  een museum,  o.a. over de Texas Rangers. Tussen de middag geluncht in een groot winkelcentrum waar we ook nog even tijd hadden om rond te kijken.
Natuurlijk ontbrak "The Alamo" niet in deze tour. Deze voormalige missie en later garnizoen is erg belangrijk voor de Texanen. Hier begon de strijd om de onafhankelijkheid van Texas.  Vrij van Mexico dus. Vanaf  "The Alamo" naar de rand van de stad gereden en daar 2 oude missieposten bekeken, waarbij bij de een ook nog een mooie gerestaureerde kerk stond. Als laatste konden we toen nog een uurtje winkelen in een  Mercado, een Mexicaanse markt. Gelukkig overdekt, dus lekker koel door de airco. Uiteindelijk  werden we rond 17.00 uur weer op de camping afgezet. We hebben een goede indruk gekregen van deze stad.
We hadden ’s morgens de airco in de camper aangelaten en toen we dus binnenkwamen vonden we het lekker koel. De thermometer gaf 32 graden aan, kun je nagaan hoe warm het buiten was. ’s Avonds na 19.00 uur de was nog gedaan en tegelijk met de was die in de droogtrommel ging ook een paar dingen aan het wasrekje buiten gehangen. Drie kwartier later was de was zowel in de droogtrommel als buiten allemaal droog.
O ja voor het historisch besef:  landen in Zuid-Amerika en ook Mexico werden, na Columbus, gekoloniseerd door de Spanjaarden. Mexico heeft zich eerst vrijgevochten van Spanje. De delen van de USA zoals Californië, Arizona, New Mexico, Florida en Texas hoorden bij Mexico. Deze delen hebben zich weer vrijgevochten van Mexico of zijn veroverd door de amerikanen en later staten geworden van de USA, vandaar de nog steeds sterk aanwezige  spaanse sfeer in die staten.

      

      

      

          


Zaterdag 13 augustus.
Deze dag zijn we nog op de camping in San Antonio gebleven. ’s Morgens eerst uitgeslapen en daarna wat boodschappen gedaan. Onderweg alvast getankt voor de volgende dag en toen weer terug naar de camping. Op de camping nog geskypt met het thuisfront. ’s Middags aan het zwembad door-gebracht en ’s avonds wat gemaild aan verschillende mensen. Rond een uur of 10 nog een poosje buiten gezeten, tegen die tijd was het zover afgekoeld dat het nog wel lekker was om even buiten te zitten. De cicaden in het bos achter de camping hielden een zeer luidruchtig concert. Horen en zien verging je.

 
Zondag 14 augustus.
We zaten al om 8.00 uur in de auto richting Houston. Een rit van 350 km. naar het oosten over de Interstate 10. Normaal proberen we om de Interstate te vermijden, maar nu willen we niet te lang in de auto zitten i.v.m. de warmte. We vinden het wel heel saai rijden over deze grote wegen, maar soms kan het niet anders. Langs deze weg geen woestijn meer, maar behoorlijk veel groen, al kun je wel zien dat het hier al heel lang niet heeft geregend. De Interstate gaat midden door Houston, vlak langs het centrum. Gelukkig was het zondag en dus niet erg druk. Een eindje voorbij Houston zijn we op een camping aan de baai van Galveston gegaan. We staan daar nu met uitzicht over het water. Er is ook een pier die ’s avonds verlicht is en volgens de mevrouw van de camping wordt hier veel gevist. De temperatuur is hier net zo hoog als op de vorige camping, maar door een windje over het water doet het iets koeler aan. Diny is ’s middags nog wezen zwemmen, maar dat was geen succes. Het water was zo warm, dat je er gauw weer uit ging in de hoop dat je boven water wat afkoelde. Vanavond nog even kijken op de pier of er nog gevist wordt en morgen willen we naar het spacecenter waar Houston control gevestigd is.

      

 

          


Maandag 15 augustus.
Vandaag dus naar het Johnson Space Center in Houston geweest. Rond 10.00 uur waren we daar en we konden onze camper goed kwijt op de parkeerplaats. Heel veel parkeerplaatsen aanwezig, maar niet veel auto’s. Ook hier was het dus heel rustig, in ieder geval veel rustiger dan we in het hoogseizoen verwacht hadden. Het geeft niet, want je kunt overal goed kijken en nergens zijn lange rijen. Het terrein is gigantisch groot en er werken ongeveer 14.000 mensen. Nadat je entree betaald hebt, word je op wapens enz. gecontroleerd en dan kun je pas naar binnen. Je komt dan binnen in een gebouw, waarbij je meteen denkt dat het allemaal voor kinderen bestemd is. Toen we dan ook op een foldertje met daarop een plattegrond stonden te kijken, kwam er een man naar ons toe. Hij was een soort gastheer en vertelde ons dat we het beste verder door konden lopen en dat we dan met de blue line en/of  de red line mee konden gaan voor een tour over het terrein. Dit bleken dus een soort trams te zijn die verschillende gebouwen aandeden. Wij zijn eerst met de red line gegaan. Je werd voordat je in mocht stappen weer uitvoerig gecontroleerd. Je tas werd nagekeken en je moest weer door een poortje.  Het eerste gebouw waar we met de red line naar toe gingen was het oefencentrum. Hier oefenen de astronauten met de apparatuur die ze in de ruimte moeten gebruiken. Het huidige ruimtestation staat hier nagebouwd en daar wordt dus in geoefend. Er stond een model van de shuttle die uit de vaart genomen is, in dit model hebben ze ook geoefend. In het volgende gebouw lag een saturnus 5 raket. Met dit type raket zijn ze naar de maan geweest. De afzonderlijke trappen lagen een klein eindje van elkaar, zodat je de respectievelijke motoren en  ook de landingscapsule kon zien waarmee ze terug naar de aarde kwamen en in de Atlantische oceaan plonsden. Bij terugkomst van deze tour hebben we eerst een hapje gegeten en daarna zijn we met de blue line gegaan. Deze ging als eerste naar Mission Control.  Het is echt een belevenis om deze controlekamer, die je zo vaak op televisie hebt gezien, nu in het echt te zien. Het viel tegen om foto’s te maken, want je zag het natuurlijk allemaal van achter glas. Hier was een mevrouw die het een en ander vertelde hoe het allemaal werkte daar en ook over de plannen voor de toekomst. Erg interessant allemaal. De blue line ging daarna naar hetzelfde gebouw met  de Saturnus 5 raket als waar we met de red line al geweest waren. Daar zijn wij dus niet meer uitgestapt. Beide tramlijnen stopten bij een plaats waar bomen geplant zijn om de astronauten, die in het verleden omgekomen zijn, te gedenken. Werkelijk iedereen is dan even stil en je hoort dan een gedeelte van een toespraak die president Bush in 2003 heeft gehouden bij het laatste grote ongeluk. Bij het instappen van de red line kwam iedereen op de foto en aan het eind kon je ze dan bekijken. Dat moet je eigenlijk niet doen, want dat ziet er natuurlijk altijd wel leuk uit. We hebben ze toch maar gekocht, als aandenken aan deze trip door de USA. Maar ja, zo hebben we al wel meer van deze aandenkens. Morgen gaan we verder richting het oosten, naar de staat Louisiana. De bedoeling is om naar een camping in Lafayette te gaan. Ide ziet net bij weathercom dat het daar morgen ongeveer 27 graden zal worden. Heerlijk koel dus!!!

      

      

            


Dinsdag 16 augustus.
Vandaag zijn we verder gereden richting New Orleans in de staat Louisiana. Onderweg hadden we zo nu en dan het idee dat we in Nederland rondreden, zo vlak was dit gedeelte van Texas en Louisiana. In Texas stonden de afgelopen dagen, en dus ook vandaag, borden langs de kant van de weg met het opschrift: “Hurricane season is here, be prepared”.  Zoiets lees je niet in Nederland langs de kant van de weg. Eigenlijk weten we ook niet hoe we ons op de hurricanes moeten voorbereiden. Trouwens, we zijn vandaag in de staat Louisiana aangekomen en daar hebben we deze aankondigingen nog niet gezien. Misschien hebben ze er hier geen last van? Na verloop van tijd zijn we, zoals de bedoeling was, op een camping gegaan in de plaats Lafayette. Dit is een mooie camping waar we aan een grote vijver staan. Ze hebben op deze camping 2 zwembaden, maar er zwemt niemand, want het water is veel te warm. We staan in de schaduw onder de bomen en omdat het hier dus niet zo warm is als in Texas (vandaag was het hier 35 graden), vinden wij het hier lekker koel. Vanmiddag zijn we nog even wezen winkelen en de rest van de middag en vanavond hebben we lekker buiten gezeten. Morgen gaan we verder en denken we op een camping bij New Orleans aan te komen.


Woensdag 17 augustus.
Deze dag dus naar New Orleans gereden. We hebben er even over gedacht om via een andere weg dan de Interstate 10 te gaan, maar die andere weg ging volgens ons door een groot industriegebied. Dus toch maar weer de Interstate genomen. Het gebied waar we doorheen reden was moerasgebied met veel bomen. Een heel groot gebied hier is moeras en de weg liep er op grote pilaren doorheen, als een soort brug dus. Het leek wel een soort boomkroonpad, maar dan voor auto’s. ’s Middags waren we op de camping in New Orleans en hebben ons alvast ingelezen voor een dagje rondkijken in deze, volgens de folders en de boekjes, bijzondere stad. Bij de receptie waarschuwden ze ons om niet met het openbaar vervoer te gaan. Het risico was te groot dat je op ”verkeerde” plaatsen in de stad terecht zou komen. Vanaf de camping brengen ze de gasten met een shuttle naar een veilige plaats in de stad waarvandaan je met verschillende tours mee kunt gaan of een bepaald gedeelte van de stad lopend kunt bekijken.


Donderdag 18 augustus.
Vanmorgen dus om 9.00 uur samen met nog een aantal campinggasten met de shuttle vertrokken naar de binnenstad van New Orleans. De chauffeur ontpopte zich onderweg als een heuse gids. Hij had een microfoon in de bus, zodat iedereen hem goed kon verstaan. Hij vertelde heel veel en enthousiast over alles wat er te zien was onderweg. Hij vertelde ook over de orkaan Katrina die hier in 2005 een ravage aangericht heeft. Het viel ons deze dag op dat iedereen praat over “voor en na de Katrina”. Er is toen heel erg veel schade aangericht, zoals we  in Nederland ook wel op de televisie hebben kunnen zien. Met die beelden in onze herinnering vonden wij dat er al veel hersteld was. Maar de verschillende mensen die we deze dag gesproken hebben, zeiden dat veel bedrijven en bewoners niet teruggekomen zijn en onze chauffeur wees ook de lege plekken aan waar niets meer herbouwd was.  Veel huizen zijn nog niet hersteld in de armere wijken. Al met al was het toch wel een uur rijden, maar door de verhalen van onze “gids” was het heel interessant. Hij zette ons af bij het Lighthouse bij Jackson Square aan de oever van de Mississippi. We zijn eerst een wandeling gaan maken naar het French Quarter. Dit is een heel bekende wijk van New Orleans met een mengelmoes van Franse en Spaanse architectuur. In deze wijk staat de St. Louis Cathedral. Deze kerk hebben we ook van binnen bekeken. De vorige Paus is hier een aantal jaren geleden op bezoek geweest en dat wilden ze weten ook. Hierna zijn we met een korte rivercruise op een raderboot  een  eind de Mississippi opgevaren. We dachten wat koelte te vinden op de rivier, maar dat viel tegen. Ook op het water was het zo warm, dat de mensen allemaal een schaduwplekje opzochten. Wij hebben wel de hele boot bekeken. Het is een stoomboot met een groot raderwiel aan de achterzijde.  Je mocht zelfs in de machinekamer kijken en we hebben ook van het uitzicht op deze beroemde rivier genoten. Daarna zijn we gaan lunchen in de stad en halverwege de middag zijn we met een tour door de stad meegegaan. De Katrina/City Tour ging langs alle bekende plaatsen in de stad en ook hier werd veel verteld over “de storm”. Je kon zien hoe hoog het water gestaan heeft en waar wel en waar nog niet herbouwd is. We zijn langs het huis gekomen waar Fats Domino een groot gedeelte van zijn leven heeft gewoond. Na “Katrina” is hij in een ander deel van de stad gaan wonen. Deze tour ging ook langs een aantal historische cemeteries, waar de doden boven de grond in tombes bijgezet werden en worden. Deze tombes zijn allemaal verschillend, de een nog groter dan de ander. Normaal worden meerdere personen in deze tombes bijgezet. Het zijn familietombes, als deze vol is dan wordt de onderste kist ontdaan van zijn inhoud, deze resten worden in de “cave”  onder de tombe gestort, de oude kist verbrand en de nieuwe bovenaan geplaatst. De ene tombe is ook nog mooier versierd met ornamenten enz. dan de ander. Er zijn heel veel van deze begraafplaatsen in New Orleans en omgeving. Aan het eind  van de dag zijn we weer met de shuttle naar de camping gegaan. Op de heenweg mocht Ide naast de chauffeur zitten en toen we teruggingen mocht Diny naast hem zitten. Hij gebruikte z’n microfoon niet meer, maar vertelde nog wel heel veel en daarbij praatte hij ook nog heel snel . Dat allemaal samen en dan ook nog in het Engels maakte dat Diny zo nu en dan maar een keer knikte en lachte. Hopelijk op het goede moment, want ze heeft lang niet alles verstaan van wat hij allemaal vertelde. We hebben hem maar een dikke fooi gegeven, want hij had wel heel erg z’n best gedaan.

      

        

        


Vrijdag 19 augustus.
We zijn deze dag naar een camping gegaan aan de oostkant van New Orleans, ongeveer 50 km. naar het oosten. Hiervandaan wilden we de volgende morgen met  een Swamptour gaan. Dan ga je met een bootje door het moeras varen en dan kun je o.a. alligators zien. Als je geluk hebt natuurlijk. Maar toen we op de camping aankwamen en meldden dat we van plan waren 2 nachten te blijven en de volgende morgen dus  de Honey Island Swamptour wilden doen bij Slidell, kregen we te  horen dat dat niet kon. Er is op dit moment een ziekte in het water, waardoor alle vissen enz. bezig zijn dood te gaan. Op dit moment  geen Swamptour mogelijk. We blijven hier dus maar 1 nacht en gaan morgen door.  Wel hebben we vandaag de camper maar weer eens schoongemaakt, stofzuigen en soppen dus. Alles ziet er weer netjes en schoon uit. Op de volgende camping maar weer eens een was draaien.


Zaterdag 20 augustus.
Vanmorgen verder gegaan richting de staat Florida, waar we in ieder geval naar Cape Canaveral willen. Dat ligt aan de oostkust en dat is nog  een heel eind rijden en dus hadden we voor vandaag een camping in de staat Alabama uitgezocht. We zijn niet op de Interstate gegaan, maar op een Scenic Byway die voor een groot gedeelte langs het strand aan de Golf van Mexico loopt. Een mooie weg om te rijden met heel veel witte zandstranden. Hier is het dus wel mogelijk om lekker aan het strand te liggen of te wandelen, maar we hebben maar heel weinig mensen gezien die hier gebruik van maakten. Wel hele mooie huizen gezien, gebouwd in plantagestijl. Langs deze weg waren ook veel casino’s, de ene nog groter dan de andere. We vertrokken ’s morgens uit de staat Louisiana, daarna kwamen we in de staat Mississippi en uiteindelijk kwamen we terecht op een camping in het plaatsje Gulf Shores in de staat Alabama. Deze camping ligt aan zee en ’s middags zijn we daar dus naar het strand gewandeld. We zijn even met de voeten in het water gegaan, maar het water bracht geen verkoeling, het was erg warm. Je zag ook niemand aan het strand of in het water. Vanavond nog maar eens weer gaan kijken, misschien zien we nog dat er vis gevangen wordt. Er is nl. een pier waar je kunt vissen. ’s Middags een paar wassen gedraaid en gedroogd en we kunnen er weer helemaal tegen. In deze staten zijn de campings niet zo goed  onderhouden als aan de westkust. Hier moet je zoeken om een beetje rechte plek te vinden waar je met je camper kunt staan. De douches en toiletten (hier heet dat restrooms) zijn ook vaak niet veel bijzonders, maar wel lekker koel. Want overal is airco. En mooi of niet, douchen wil je wel met dit weer! Als we op een camping aankomen, bespreken we altijd eerst voor 1 nacht. Als het een mooie camping is waar je lekker onder de bomen kunt staan en de rest ziet er ook goed uit, dan bespreken we  nog weleens  1 of 2 dagen extra. Maar deze dus niet. Misschien op de volgende dan wel weer, zoiets merk je pas als je eenmaal op je plekje staat en alles bekeken hebt. ’s Avonds nog even weer aan het strand gekeken, er waren een paar mannen aan het vissen, maar we hebben niet gezien dat ze een vis gevangen hebben.

      


Zondag 21 augustus.
Deze dag hebben  we gereden van de camping in Gulf Shore naar de camping in het plaatsje Chattahoochee in de staat Florida. Onderweg onze horloges weer een uur vooruit gezet. Het verschil met Nederland is nu nog 6 uur.


Maandag 22 augustus. 
We wilden deze dag verder richting de oostkust van Florida. Maar eerst zijn we naar Wakulla Springs State Park gegaan. Wakulla Springs is een zoetwaterbron die zomaar even 1 miljoen gallon water per dag produceert vanuit een diepte van 60 meter. Een gallon is 3,8 liter. Zo ontstaat de Wakulla rivier. Het is nog één van de laatste authenthieke rivieren in Florida en hij is ongeveer 17 mijl lang met een swamp (moeras) aan beide oevers, nou ja geen oevers dus. Op de rivier hebben  we ons in een boot langs de oevers laten rondvaren en we vielen van de ene verbazing in de andere. We hebben heel  veel soorten watervogels gezien. Maar ook bijv. schildpadden, grote meervallen en jazeker, ook  heel  veel alligators. Geweldig!! Soms kun je daar ook een rondvaart maken met een boot met glasbodem. Dan kun je dus 60 meter diep kijken. Dat was nu niet mogelijk, want er zat alg in het water en dus was het troebel. Maar, het water was toch nog wel zo helder dat je vanuit de boot waar we nu mee gingen,  toch nog behoorlijk goed de vissen enz. in het water kon zien zwemmen. Je zag ze ook heel hoog springen om een insect uit de lucht te happen. Maar vooral de hele grote meervallen waren indrukwekkend om te zien. Vanaf daar zijn we toen verder gereden naar de camping die we voor deze dag hadden uitgezocht. De camping ligt aan de Suwannee river. Het heet ook geen camping maar een RV Resort, zijn we ook eens op een resort geweest. Het is er heel rustig, we hebben de indruk dat het hier in de winter veel drukker is. Dan is het hier een lekkere temperatuur van 20 tot 25 graden en dan gaan alle gepensioneerden hier naar toe om de winter door te brengen. ’s Avonds de foto’s van deze dag even bekeken en die zijn mooi geworden. Veel alligators gefotografeerd. Nog 1 dag rijden en dan zijn we aan de oostkust.

      

      


Dinsdag 23 augustus.
Vanaf de camping aan de Suwannee river vertrokken richting de oostkust. We hadden een camping uitgezocht die vlakbij Kennedy Space Center is. Rond 13.30 uur waren we op de camping. Onderweg begon het al te onweren en te regenen. Toen we op ons plekje stonden hield het op met zachtjes regenen en begon het te stortregenen. Na verloop van tijd begon het ook binnen te druppelen. Na enig gezoek hadden we gevonden waar het water binnenkwam. Het bleek dat door de droogte en warmte van de afgelopen weken de kit rond de aansluitdoos van het zonnepaneel op het dak van de camper uitgedroogd was en had losgelaten. Plastic elektradoos en aluminiumplaat van het dak. Ide zegt dat het een verschillende uitzettingscoëfficient heeft waardoor de kit losgekomen is. Nu het zo hard regende liep het water daar dus naar binnen. Het kastje waar het water binnenkwam  hebben we leeggehaald en met handdoeken droog gemaakt. Toen het na verloop van tijd ophield met regenen is Ide bij de receptie gaan vragen of we een keukentrapje konden lenen en dat kon natuurlijk. Gelukkig hadden we kit bij ons en zo heeft Ide het euvel verholpen. Tenminste, dat hopen we, want het heeft natuurlijk nog niet weer geregend en dan pas weten we of dit echt het probleem was. Never a dull moment op deze vakantie.


Woensdag 24 augustus.
Het heeft ’s nachts niet meer geregend en toen we  ’s morgens vertrokken richting Kennedy Space Center  scheen de zon volop. Het leek wel iets koeler na de regenbui van de dag ervoor.  Naar het Space Center was toch nog ongeveer 40 km. rijden, maar we waren er al om 9.30 uur. Net als in Houston waren hier ook hele grote parkeerplaatsen die lang niet vol waren. Het was ook hier niet erg druk. Vanaf de ingang zijn we naar het Astronaut Encounter gegaan. Daar hield Bonny Dunbar, een spaceshuttle astronaute, die meerdere keren de ruimte in is geweest o.a. met Wubbo Ockels, een korte voordracht. Leuke vrouw, leuke voordracht. Ze beantwoordde ook verschillende vragen uit het publiek. Hierna naar een 3d-film wezen kijken die door de astronauten zelf  in het ruimtestation en aan boord van de shuttle is opgenomen. Naderhand is deze film geregisseerd door Tom Cruise. Erg interessant! Vandaar zijn we in een shuttle van Startrek gegaan en hebben we de Borgwereld uit het heelal geschoten. Hierna een lekkere hamburger met french fries gegeten in het Orbit cafe. Met een volle maag in de bus gestapt voor een rondrit over het Nasa terrein. Je kon op 2 plaatsen uitstappen. Eerst bij het Launch Complex 39 Observation Gantry. Hiervandaan kon je het startplatform van de spaceshuttle zien. Ook kon je daarvandaan het Vehicle Assembly Building en de weg die het lanceerplatform met Shuttle aflegde van het Assembly Building naar de startplaats zien. Daarna konden we weer in de bus stappen en meerijden naar de volgende stop. Dat was het Apollo Saturn 5 Center, van de maanlandingen, waar je o.a. raketten, de commandomodule, de maanlander en een wagentje zoals het op de maan heeft gereden, kon zien. Er waren ook o.a. ruimtepakken en maanstenen tentoongesteld.  Ook hebben we hier de controlekamer van het lanceercentrum gezien. Hierna met de bus terug naar het Visitorcenter waar we nog de Shuttle Explorer van binnen bekeken hebben. En last but not least hebben we een gesimuleerde shuttle lancering meegemaakt. Wow, net echt!!!  Je bril viel erbij af en je maag zat in je tenen. Al met al een lange, maar zeer geslaagde dag!

        

          

           

           


Donderdag 25 augustus.
Eergisteren, dinsdag dus, werden de berichten over de orkaan Irene echt serieus. Die dag lazen we bij de weerberichten dat  er een grote kans was dat de orkaan Irene het komend weekend ook de Atlantische kust van Florida zou aandoen. Op dat moment zaten wij dus op een camping vlak aan die kust. Toen we dus gisteren naar Kennedy Space Center vertrokken, wat  trouwens op een eiland aan die kust ligt, hebben we besloten om vanaf daar naar een camping verder in het binnenland van Florida te gaan en zonodig daarvandaan de dag daarop naar de westkust van Florida. Je hoeft per slot van rekening het gevaar niet op te zoeken. ’s Avonds op de camping een biertje gedronken met Canadezen, zij vertelden dat de route van de orkaan inmiddels bijgesteld was en dat Florida geen problemen zou krijgen. Toen we vanmorgen weer online konden en we zelf de berichten over Irene bekeken, bleek dat de orkaan hier dus niet aan land zou komen. Toen zijn we dus toch nog maar weer richting de kust gegaan. Nu zitten we  in het plaatsje St. Augustinus Beach. Dit is een badplaats en ook een stad met een rijke historie. Het is de oudste stad van de USA en gesticht door de Spanjaarden. Morgen willen we dat allemaal eens gaan bekijken. Tenminste, als het droog weer is, want op dit moment regent het hier. Het is de hele dag al wat bewolkt geweest en het dreigde ook te gaan regenen. Uiteindelijk regent het nu dus pas, het is hier op dit moment rond 21.00 uur in de avond. Dit is de 5e camping in de staat Florida en op alle campings staat bijna niemand. Het blijkt dat hier om deze tijd bijna geen toeristen komen. Te warm en een grote luchtvochtigheid. Als je buiten staat en niets doet loopt het zweet al met een straaltje van je af. De toeristen komen hier om te overwinteren, het schijnt dat de campings dan overvol zijn met allemaal gepensioneerde Canadezen en Amerikanen die hier hun oude botten laten verwarmen. Wel jammer, want het is op dit moment dus niet erg gezellig op de campings.


Vrijdag 26 augustus.
’s Morgens met de camper naar de binnenstad gereden. We hadden op de camping een plattegrond van St. Augustine gekregen en daarop stond waar je met een camper kon parkeren. Daar dus de camper neergezet en meteen naar het Visitor Center. Daar hebben we tickets gekocht voor de trolley. Deze rijdt door de stad en heeft 21 in- en uitstappunten. Een soort Hop On Hop Off dus. Met deze tickets kon je 3 dagen rondrijden door de stad. We hebben als eerste maar eens het hele trajekt meegereden. Dan weet je een beetje hoe zo’n stad in elkaar zit en wat je daarna zeker wilt gaan bekijken. Net toen we in stapten voor onze eerste rit, begon het vreselijk te regenen, het goot werkelijk. De trolley’s hebben wel een dak, maar zijn verder aan alle kanten open. Doordat het ook nogal waaide tijdens de bui, werd je toch nog behoorlijk nat. Gelukkig werden er meteen regenponcho’s uitgedeeld door de chauffeur. Hij vertelde dat deze bui het gevolg van het langstrekken voor de kust van orkaan Irene was en dat we deze dag nog wel een aantal van deze buien konden verwachten. Nadat we een keer mee rondgereden waren, zijn we naar een oude winkel  gegaan met levensmiddelen en vele oude apparaten, o.a. wasmachines, typemachines enz. enz.. Een winkel zoals vroeger in Amerika op het platteland te vinden was.  Zeg maar een museumwinkel. Daar kregen we uitleg over alles wat daar te bezichtigen was en ook mochten we zelf daarna nog rondkijken.  Vanaf daar zijn we naar een oude gevangenis gegaan. Daar kregen we ook een rondleiding en daarna mochten we ook zelf nog rondkijken.  Hierna zijn we met de trolley  naar de camper gegaan en na nog een boodschap te hebben gedaan, weer naar de camping gereden. Ondertussen hadden we nog een paar van die harde regenbuien gehad en de camper was helemaal droog gebleven. De lekkageproblemen waren dus gelukkig over.

      


Zaterdag 27 augustus.
We hadden gelijk met de tickets voor de trolley ook kaartjes gekocht voor een alligatorfarm. Deze is aan de rand van St. Augustine, maar ook daar kon je met een bus  naar toe. Je ticket van de trolley was ook geldig voor de bus naar de alligatorfarm. Daar zijn we deze dag dus maar als eerste naar toe gegaan. Eerst dus met de trolley naar het opstappunt voor de bus en daarna met de bus naar de farm. Lekker gemakkelijk allemaal. De alligatorfarm bleek een soort dierentuin te zijn, toegespitst op alligators en krokodillen. Nooit geweten dat er zoveel soorten en maten in waren. Er was zelfs een spierwitte alligator, een albino. We hebben het voeren van de beesten gezien en we hebben rondgewandeld in het park. Erg leuk. Daarna met de bus weer terug naar de stad. De gezellige winkelstraat doorgewandeld en even wat gegeten. 
De geschiedenis van St. Augustine en eigenlijk van heel Florida, verschilt nogal met die van de rest van de USA. De Spaanse schepen die geladen waren met het goud en zilver dat in Zuid- en Midden Amerika geroofd was, maakten gebruik van de golfstroom om naar Spanje te komen. Deze golfstroom loopt voor de kust van Florida langs. Om de schepen te beschermen werd er op deze plaats door de Spanjaarden een fort gebouwd. Naast dit fort ontstond ook een nederzetting om de soldaten van voedsel e.d. te voorzien. Dit is het ontstaan geweest van de plaats St. Augustine. Het is de oudste Europese nederzetting in de USA. Het fort is geheel gerestaureerd en ondertussen een Nationaal Monument. We hebben ook hier rondgekeken en heel wat over de geschiedenis van het fort kunnen lezen en bekijken.  Zoals zoveel hier in het zuiden was het hier eerst Spaans, toen Brits en na de revolutie, waardoor de USA ontstond, weer Spaans en daarna weer Amerikaans. De Spanjaarden bouwden huisjes van één verdieping hoog van steen, waar de Britten een verdieping bovenop gezet hebben van hout om meer ruimte te krijgen. Er is heel veel bewaard gebleven van dit oude stadsdeel. Toen we daar vandaan kwamen was het al laat in de middag en zijn we weer op de trolley gestapt richting de camper. Al met al een heel mooi en bezienswaardige stadje.

      

              

      


Zondag 28 augustus.
Dit was dus weer zo’n dag waarop we geen ander programma hadden dan van a naar b rijden. Dus van St. Augustine naar St. Mary gereden. St. Mary ligt in de staat Georgia. Daar staan we nu op de camping en de bedoeling is om morgen naar een Nationaal Park hier in de buurt te gaan. Misschien is het mogelijk om daar dan een swamptour (met een boot door het moeras) te maken. Even afwachten, want het blijkt dat het water erg laag staat en dan is het niet zeker of de boot wel kan varen. Gisteren en vandaag ging het op het nieuws steeds over de orkaan Irene. In datzelfde nieuws werd ook vermeld dat zich in de staat Texas een stille ramp aan het voltrekken is. Namelijk de hitte en de droogte, waardoor heel veel planten en dieren doodgaan. Dat hadden wij dus al op meerdere plaatsen gezien en gehoord in Texas.  Zelfs de cactussen waren aan het afsterven door de droogte. In Louisiana en Florida is het niet zo droog omdat het daar toch nog wel regelmatig heeft geregend. Hier is het net als in Texas, ook volgens de mensen die hier wonen, veel warmer dan andere jaren. Dat treffen we dus  :-)

 

       

   
Maandag 29 augustus.
Op deze camping bieden ze de campinggasten iedere morgen een ontbijt aan. Dus zijn we  ’s morgens  lekker gaan ontbijten met wafels, koffie en sinaasappelsap. De wafels waren heerlijk en zien en smaken net als de Zweedse, ook de koffie was lekker, veel lekkerder dan we gewend zijn in Amerika. Aan de mevrouw die het ontbijt verzorgde hebben we meteen maar even gevraagd of zij wist of de swamptour in het park wel  doorging deze dag. Zij ging meteen even voor ons bellen. Het bleek dat er 4 ingangen in het park zijn en de tour bij de dichtstbijzijnde ingang, ongeveer 50 km. hier vandaan, ging wel door. De andere waren afgelast i.v.m. het lage water in het moeras. We hebben meteen nog een dag bijbesproken op de camping en zijn toen richting het park gegaan. Daar konden we eerst een film bekijken en daarna mee met de tour van 90 minuten, die om 11.15 uur vertrok. Bij vertrek bleek dat wij de enige passagiers waren. De gids, die ook zelf de boot bestuurde, bekeek onze kaartjes en wees ons meteen op de tekst die erop stond. Op de kaartjes stond nl. dat een fooi door de gids zeer gewaardeerd zou worden.  Dat hele gedoe met die fooi hier is erg irritant. Bij alles wordt je er op gewezen dat er wel een fooi verwacht wordt. 
We hadden gisteren al op internet gelezen dat er begin juni in het park een grote brand had gewoed. Dat was heel goed te zien. Alles was over een heel groot gebied verbrand en dat deed toch wel een beetje triest aan. Gelukkig hebben we wel weer een behoorlijk aantal alligators gezien, zelfs hele kleintjes. Niet veel langer dan 25 cm..  Deze werden door de moeder beschermd. Het bleek dus dat alligators ook geluid kunnen maken. Erg dreigend. Er waren niet veel vogels in dit gebied, of dit toch nog een gevolg van de brand was?  Toen we ongeveer op de helft waren, hield de motor van de boot ermee op. Dus hebben we een tijdje stil gelegen om deze te laten afkoelen. Gelukkig zat er een dak op de boot, anders was het wel erg warm geweest. De gids kon ook niemand bellen, want er was geen dekking op deze plaats. Na verloop van tijd deed de motor het gelukkig weer en zo zijn we dus toch weer in de bewoonde wereld terug gekomen. De gids aan het eind van de tour toch maar een fooi gegeven. Over het algemeen kunnen we de Amerikanen goed verstaan, soms moeten we even zeggen “Not so fast, I must translate” maar deze gids sprak met een bijna onverstaanbaar zuidelijk accent. Na wat te hebben gegeten hebben we nog een rondrit door het park gemaakt en zijn toen weer richting St. Mary gegaan.
Aan het begin van deze reis, toen we vaak regen hadden, zijn we weleens een paar uur gaan winkelen omdat het zo hard regende en we geen zin hadden om in de camper binnen te zitten. Omdat het hier nog steeds heel erg warm en vochtig en dus benauwd is, kun je op de camping het beste in je airco gekoelde camper zitten of een poosje in een heerlijk koel winkelcentrum rondkijken. Dat rondkijken hebben we dus nog maar een poosje gedaan en daarna zijn we teruggegaan naar de camping. O ja, in Florida hadden ze alleen pakken wijn van drie liter, hier in Georgia weer van vijf. Zitten we dus weer goed. Morgen richting Savannah.

      

      


Dinsdag 30 augustus.
’s Morgens weer lekker wezen ontbijten op de camping. Gezellig een praatje gemaakt met de eigenaresse van de camping en daarna vertrokken richting Savannah. Daar waren we al vroeg in de middag op de camping die we uitgezocht hadden. Achteraf niet zo’n leuke camping, want toen we gegeten hadden en even rondkeken op de camping, bleken er geen restrooms te zijn. D.w.z. geen toiletten en geen douches. Toilet  is niet zo erg, die hebben we zelf aan boord, maar met dit warme weer mis je de douche toch wel erg. We hadden wel een douche in de camper, maar die hebben we buiten gebruik gesteld voor we weggingen. We wisten zeker dat we die toch niet wilden gebruiken, maar liever gebruik wilden maken van de ruimere douches op de campings. Maar goed, we hadden betaald en dus moesten we het er maar mee doen deze dag. Na het eten richting de binnenstad gegaan en daar eerst het Visitor Center bezocht. Folders gehaald en ons laten voorlichten over de highlights van Savannah. Het bleek dat het het eenvoudigste was om ook hier maar een Hop On Hop Off te nemen. Hier was je ticket maar 1 dag geldig. Maar, omdat het al ver in de middag was mochten wij deze en de volgende dag toch op dit ticket meehoppen. We zijn dus deze middag lekker in de koele bus gaan zitten en hebben ons 90 minuten laten rondrijden. Zo kregen we al een aardige indruk van Savannah en we wisten dus ook waar we de volgende dag zeker uit wilden stappen en rondkijken. In de namiddag maar weer in de warme camper richting de camping gegaan en daar de airco aangezet.

      

 
Woensdag 31 augustus.
De eerste shuttle ging om haf tien en wij waren één van de eersten die instapten. Het valt ons op dat de chauffeur/gids van zo’n shuttle zeer enthousiast zijn/haar verhaal doet. Als je een paar keer op hetzelfde stuk bij dezelfde chauffeur in de bus zit, dat krijg je met het hoppen, merk je dat ze het verhaal iedere keer precies hetzelfde vertellen en toch merk je niet dat ze er melig of vervelend van worden. Ze blijven enthousiast en je merkt dat ze trots zijn op hun stad. Dat mag in dit geval ook, want Savannah is een prachtige stad die nog heel veel gebouwen en huizen heeft van voor de revolutie uit het koloniale tijdperk. In tegenstelling tot andere steden in het zuiden is hier in Savannah gelukkig veel gespaard gebleven tijdens de burgeroorlog en ook  daarna is er zeer zorgvuldig met alles omgegaan. Tijdens deze burgeroorlog brandden de noordelijken veel plantages en steden plat. Savannah schijnt gespaard te zijn omdat een luitenant daar eens gelogeerd heeft in een koloniaal huis en bij zijn vertrek de huisvrouw zijn zwaard als dank en om zich te verdedigen had gegeven. Hij heeft later, tijdens de burgeroorlog, het verwoesten van de stad tegengehouden. Althans dat zegt de overlevering, volgens de gids. De bouw van de huizen is Victoriaans en koloniaal. Er is ook heel veel groen in deze stad en de bomen zijn echt kolossaal groot. Ze hebben heel lange takken die vaak helemaal over de straten heen zijn gegroeid, waardoor je echt het idee van lanen krijgt. In de stad zijn 22 parkjes waar heel veel standbeelden staan van mensen die belangrijk zijn geweest voor de stad. Savannah is gebouwd door Generaal Ogletorp in opdracht van de Engelse koning om de vijandelijke Spanjaarden uit Florida in de gaten te houden. In St Augustine, waar we hiervoor waren, werd over de vijandelijke Engelsen gepraat die dat stadje twee keer hadden aangevallen Het is maar hoe je het bekijkt dus. Langs de Savannah river is een Riverfront met allerlei souvenir winkeltjes. In deze stad zijn meerdere kerken van verschillende gezindten, de één nog mooier en groter dan de andere. Wij hebben de katholieke kerk, genaamd  “The Cathedral of Saint John the Baptist” van binnen bekeken. Deze kerk is al in 1876 gebouwd en is een van de grootste en mooiste in dit gedeelte van Amerika. Heel veel kleuren van binnen en hele mooie glas in lood ramen. Ook wij vonden het een indrukwekkend mooie kerk. In de staten Florida, Georgia en Louisiana zie je trouwens heel veel kerken en kerkjes. In de steden en dorpen staat  op iedere straathoek wel een kerk, maar ook op het platteland zomaar in de wijde wereld staan kerkjes van heel veel verschillende gezindten.
Na dus met de shuttle rondgereden en ook stukken gewandeld te hebben door de straten was de dag om en zijn we 30 km. buiten Savannah op een camping gegaan. We wilden nl. deze avond wel weer douchen.

              

       

       


Donderdag 1 september.
Vandaag zijn we op de camping gebleven en hebben het bed verschoond, de was gedaan en de camper van binnen en van buiten gecleand. Op de camping kon je nl. je camper van buiten wassen. Dus ’s morgens van binnen de boel schoongemaakt en ’s middags, na nog wat boodschappen te hebben gedaan, de camper van buiten gewassen. Hij ziet er weer als nieuw uit. Hierna nog wat geskypt en gebeld met Nederland en ook dat was wel weer even gezellig. Bij de camping is een meer en daar zijn we vanmiddag nog naar toe gewandeld. Ze zeggen dat er in dit meer alligators zitten, maar die hebben we nog niet gezien.  Wel heel veel vogels. Vanavond nog maar een keer gaan kijken. Ondertussen duurt het nog maar ongeveer 6 weken en dan zit deze reis er alweer op. Je moet 6 weken van tevoren de boot voor het vervoer van de camper van Halifax naar Hamburg bespreken en daarom heeft Ide per email kontakt gezocht  met Seabridge. Zij hebben ook de heenreis voor ons verzorgd en ze hebben ons toegezegd om de boot voor 17 oktober te bespreken. Als dat lukt moeten we hem rond de 13e oktober bij de vervoerder brengen en dan proberen we om rond die tijd het vliegtuig naar Nederland te boeken. Nog even afwachten dus. Morgen gaan we weer verder en dan gaat de reis richting Atlanta. Daar kun je een rondleiding krijgen bij CNN, kijken of dat lukt. Er staat voor de komende weken nog wel het één en ander op het programma, dus we vervelen ons nog steeds niet.

                                                 


Vrijdag 2 september.
Het is hier nog steeds behoorlijk warm, maar sinds een dag of 3 lijkt  er minder vocht in de lucht te zitten. Tot voor kort besloeg Diny ’s  bril ‘s morgens  als ze vanuit de koele camper buiten kwam. Dat is nu al een paar dagen niet meer zo. Trouwens heel vreemd als je bril bij het van binnen naar buiten gaan beslaat. In Nederland is dat toch zeker andersom? Toen we deze morgen buiten kwamen viel het ons echt op dat het minder benauwd was. Het is wel nog steeds rond de 35 graden, maar het is lang niet zo zweterig meer. Hopelijk blijft het zo.  We zijn deze dag verder gereden richting Atlanta. We hadden een camping uitgezocht ongeveer 120 km. voor Atlanta en daar waren we rond 15.00 uur. We betalen de camping altijd met de creditcard, zo ook vandaag. Ide gaf dus z’n kaart af en toen gingen ze een beetje moeilijk doen. Wat was dit voor een kaart en meer van dit soort vragen. Wij zeiden dat het een gewone mastercard was en dat we er op alle campings nog mee betaald hadden. Nou, zij konden er niks mee en ze gaven hem Ide weer in handen. Bleek hij niet z’n creditcard, maar per ongeluk de lidmaatschapskaart van de ANWB afgegeven te hebben. We hebben er erg om gelachen.
Toen we goed en wel op onze plaats stonden en buiten zaten om wat te drinken, kwam er iemand van de camping een doosje met een aantal zelfgebakken koeken erin, aanbieden. Dat deden ze bij alle nieuwe gasten. We weten niet of  dit altijd zo is of dat het is i.v.m. het lange weekend van Laborday.  Maandag 5 september is het nl. Laborday en heeft iedereen vrij. Dit weekend wordt hier in Amerika gezien als het eind van de vakantieperiode en veel mensen gaan er dan nog een weekendje op uit. Het is dan ook behoorlijk druk op de camping. Op de camping kon je pizza’s bestellen en dat hebben we dus maar gedaan. ’s Avonds heerlijke pizza gegeten. Voor het eerst sinds zeker 3 weken hebben we weer buiten gegeten. In de schaduw met een lekker windje er bij was het goed te doen. Ook voor het eerst, sinds lange tijd, is hier een zwembad met lekker koel water. Daar dus ook meteen een duik in genomen. Je ziet hier trouwens zelden mensen buiten zitten bij hun caravan of camper, laat staan buiten eten. Het is heel gek, ze komen aan,  de luifel gaat uit, de stoelen er onder, soms een gazebo opgezet (lijkt op een ouderwets theehuisje, maar dan van vliegengaas) en dan gaan ze naar binnen en je ziet ze de hele middag en avond niet weer. Alleen diegenen die roken komen zo nu en dan even naar buiten en als ze een hond bij zich hebben, komen ze nog even naar buiten om die uit te laten. Vreemd, maar we zijn het onderhand wel gewend en kijken er eigenlijk al niet raar meer van op.
   


Zaterdag 3 september.
Vanmorgen een extra dag besproken op deze camping. We lazen gisteren dat hier in de buurt een plantage te bezichtigen is. Omdat we dat steeds van  plan waren en het er door verschillende redenen nog steeds niet van gekomen was, zijn we daar dus vanmiddag naar toe geweest. De plantage is sinds 1970 niet meer in bedrijf, maar je kreeg er een goed beeld hoe het er vroeger aan toe ging op een plantage. Er waren nog veel oude gebouwen van voor 1900 intakt, maar ook het grote huis van rond 1920 stond er nog. Jammer genoeg was dat niet te bezichtigen, want het wordt door de achter achter achter kleinzoon nog gebruikt als bed and breakfast. In ongeveer 1840 is de eerste eigenaar, Jarrell, hier naar toe gekomen met zijn vrouw en een paar slaven, heeft land gekocht, een huisje gebouwd en is een katoenplantage begonnen. Zijn verdiende geld stak hij in nog meer land en nog meer slaven. Later heeft hij een groter huis gebouwd. Tijdens de burgeroorlog heeft het noordelijke leger de plantage en het huis platgebrand en de slaven vrijgelaten. Dit deden ze overal waar ze langs trokken. Na de oorlog is Jarrell helemaal opnieuw begonnen met hulp van voormalige slaven die weer voor hem zijn komen werken.  Eén van zijn zonen heeft het later uitgebreid en is ook een houtzagerij begonnen. Hij heeft ook een mooi nieuw huis gebouwd. Dit duurde tot er één of ander insect kwam dat de katoen-plantages om zeep hielp. Het liep toen al niet zo best meer met de katoenprijs en de kosten van de werknemers. Er is hier in de buurt zelfs een stadje dat een standbeeld voor dat kevertje heeft opgericht. De familie heeft in 1970 een deel van de plantage aan de staat Georgia geschonken en deze houdt het nu in stand als historisch erfgoed. Er zijn veel oude machines en huisinrichtingen te zien. Jammer genoeg niet de katoenvelden en de slavenhuisjes, die zijn weg.
Ide heeft vanmorgen een praatje gemaakt met een Amerikaan die naast ons staat op de camping (deze rookte en kwam dus wel zo nu en dan naar buiten). Hij kwam tijdens het gesprek tot de ontdekking dat wij inmiddels meer van Amerika hebben gezien dan hij. Ide zei tegen hem dat we morgen naar Atlanta willen om een tour bij CNN te doen. Het was goed dat dit ter sprake kwam, want hij raadde ons af om morgen richting Atlanta te gaan. Door  de Nascar (autoraces) en een wedstrijd van de Atlanta Braves (honkbal  zouden we gegarandeerd in de file terecht komen. Ook zouden we de camper niet op het parkeerterein bij CNN kwijt kunnen. Dit ligt erg dicht bij het honkbalstadion van de Braves. En er schijnen ook nog twee conventions te zijn. Waarvan wist hij niet. Zijn zoon werkt trouwens in Brussel bij de NATO en had in de eerste golfoorlog meegevochten. Wij gaan dus maar binnendoor naar een camping iets opzij van Atlanta en gaan dan maandag terug naar Atlanta. Deze camping ligt al op de route voor de komende week.

      


Zondag 4 september.
Vandaag dus doorgereden naar de camping iets dichter bij Atlanta. Voor het eerst sinds heel lang hebben we deze dag de zon helemaal niet gezien. Het regende zelfs zo nu en dan. Daar zijn ze hier wel heel blij mee, want het is hier zo droog dat de bladeren al van de bomen vallen. Er wordt nu volop gewaarschuwd voor de tropische storm Lee, deze komt vanuit het zuiden en heeft ondertussen New Orleans bereikt. Vanaf daar komt hij, weliswaar heel langzaam, het land op van zuid naar noord. Zo te zien zullen we er wel wat van merken, maar dat zal pas midden komende week zijn en zo op de weerkaart te zien voornamelijk regen. We wachten maar af, meer kun je niet doen. Vanmiddag nog even geskypt met een aantal mensen en verder wat nieuws op de computer gekeken. Morgen gaan we naar Atlanta voor een tour bij CNN en als er tijd over is ook nog bij Coca Cola.


Maandag  5 september.
Vanmorgen in de stromende regen naar Atlanta gereden. Het was, in tegenstelling tot gisteren, heel rustig op de weg richting Atlanta. Dat was maar goed ook, want het zicht was door de harde regen op sommige momenten niet best en er stonden op sommige plaatsen ook hele grote plassen op de weg. Uitkijken dus. CNN hadden we vlot gevonden, een parkeerplaats kostte wat meer moeite. Genoeg parkeergarages, maar daar kunnen wij niet in met de camper. Uiteindelijk toch nog schuin tegenover CNN een parkeerplaats gevonden. Mooi dichtbij en dus hoefden we niet zo ver door de regen te lopen. We hebben een combikaart gekocht voor een tour bij CNN en een tour bij Coca Cola. Na bij CNN de tickets gekocht te hebben, konden we meteen aansluiten bij de tour die op dat moment begon. Eerst moest iedereen door een detectiepoortje en werd je tas helemaal gecontroleerd. Op de meeste plaatsen mocht je wel foto’s maken, maar dan zonder flitslicht. Na met een hele lange, hoge roltrap naar boven te zijn gegaan werden we langs diverse afdelingen geleid en daarbij kregen we uitleg van een gids. Helemaal boven konden we door het glas kijken naar de uitzending die op dat moment bezig was. Daar mocht niet gefotografeerd worden, waarom niet is ons niet helemaal duidelijk geworden. Aan het eind van de tour kon je op een scherm de belangrijkste nieuwsflitsen uit de afgelopen 31 jaar zien, zolang bestaat CNN alweer. Al met al een interessante rondleiding. Op de begane grond kon je eten, maar ook gewoon een kopje koffie drinken. Na dus een kop koffie gedronken te hebben zijn we richting Coca Cola gegaan. Dat was niet ver, we konden het lopend doen. Bij Coca Cola kregen we,  samen met nog een hele groep mensen, een welkomstpraatje en daarna konden we een reclamefilm zien. Ide zegt daar bij ons al wat van op de televisie te hebben gezien. Daarna kon ieder z’n gang gaan en overal rondkijken. Er was veel uit het verleden te zien, maar er was ook een produktielijn. Daar kon je helemaal bij langs lopen. Ook kon je de verschillende frisdranken die Coca Cola produceert, gratis proeven. Aan het eind van dit alles kreeg je een flesje Coca Cola als presentje en daarna moest je, via de winkel waar van alles waar maar Coca Cola op stond te koop was, weer naar buiten. Ook dit was  leuk om gezien en beleefd te hebben.
De Olympische Spelen waren in 1996 in Atlanta en daarvoor is toen het Olympisch Park aangelegd, midden in de stad. Vanaf Coca Cola zijn we door dit park weer naar CNN gelopen. Daar hebben we wat gegeten en daarna zijn we weer naar de camping gereden. In Atlanta regende het ook wel, maar lang niet zo hard als op de terugweg en op de camping. Toen we nog maar net terug waren op de camping kwam de beheerder aan de deur. Hij vertelde dat er een tornado-alarm was afgegeven voor deze omgeving. Dat houdt in dat, als er op de camping een alarm afgaat, iedereen naar een kelder in het hoofdgebouw moet gaan. Het alarm geldt voor de komende avond en nacht. We hadden de tropische storm Lee wel in de gaten gehouden op het Weathernews.com, maar de berichten spraken niet over tornado’s. Hij is er dus wat eerder dan verwacht. Zo zie je maar weer, je kunt niet alles plannen. Trouwens, we hebben zonet  (het is nu 20.00 uur) nog even op weathernews.com gekeken en er is al weinig meer van de tornado’s te zien.

                                                                                           Atlanta

      

         

       

         


Dinsdag 6 september.
Afgelopen nacht geen last gehad van tornado’s. Gisteravond heeft het nog lang geregend en het waaide ook behoorlijk, maar vannacht was het rustig weer. Vanmorgen bij het opstaan regende het nog wel en het heeft onderweg ook geregend tot vlak voordat we op de camping aankwamen. We zijn gereden van Atlanta naar Meridian. We zijn dus vanuit de staat Georgia door de staat Alabama naar de staat Mississippi gereden.  Onderweg moesten we onze horloges weer een uur terugzetten. Het verschil met Nederland is nu dus weer 7 uur en we hadden dus weer een dag van 23 uur. Het was ongeveer 380 km. rijden door een mooi heuvelachtig landschap. Alhoewel je met regen niet zo van de natuur kunt genieten dan met zonnig weer. Maar het is best lekker om het even niet zo warm te hebben. We lopen nu al 2 dagen met lange broeken aan. Vandaag was het tijdens het rijden in de camper zelfs zover afgekoeld dat we het koud kregen. We hebben dus even de verwarming aan gehad in de cabine. Maar toen we halverwege de middag op de camping waren, hebben we lekker buiten kunnen zitten. Daar was het niet meer te koud voor en ook niet te warm.


Woensdag 7 september.
Vanmorgen eerst naar de Walmarkt in Meridian gegaan om te kijken of er bij deze vestiging ook een kapper was. Dat is nl. lang niet bij alle vestigingen het geval. Bij deze dus wel en Ide kon een afspraak maken om 10.30 uur. Dat duurde nog ongeveer 45 minuten. We zijn dus maar even wat boodschappen gaan doen en toen we die in de camper gebracht hadden, is Ide bij de kapper gaan zitten wachten. Diny heeft ondertussen even lekker op haar gemak bij de Walmarkt rond kunnen neuzen op afdelingen waar Ide niks aan vindt. Wat kadootjes voor de kleinkinderen gekocht enz..  Omdat het bij de kapper toch allemaal wat langer duurde was het bijna 12.00 uur toen we weer in de camper zaten. Na wat gegeten te hebben zijn we doorgereden naar een camping in Jackson. Vanaf daar willen we morgen verder rijden naar Tupelo, de geboorteplaats van Elvis Presley. De weg die we daar naar toe gaan rijden heet de Natchez Trace Parkway.


Donderdag 8 september.
Vandaag dus naar Tupelo gereden. De weg daar naar toe heet dus de Natchez Trace Parkway en  is erg mooi en rustig om te rijden. Het is van oorsprong een oude route die al door indianenstammen gebruikt werd voordat er één blanke voet op Amerikaanse bodem werd gezet. Later trokken pelsjagers vanuit het zuiden naar het noorden langs deze weg, gevolgd door settlers (landverhuizers) en handelaren. Daarna lieten mensen uit het noorden zich op houtvlotten de Mississippi afzakken met handelswaar en verkochten de vlotten en de waar in Natchez en New Orleans. Hierna gingen ze te voet weer naar het noorden over deze weg. Dit was voordat raderboten op de Mississippi gingen varen. Een interessante historische route dus. Inmiddels is het een route voor toeristen waar geen vrachtwagens en bussen op  mogen. Onderweg op verschillende plaatsen uitgestapt en rondgekeken. O.a. bij een soort openluchtmuseumpje en één van de hoogste punten van de staat Mississippi. Daar sprak een parkranger (een native amerikaan) ons aan en hij wees ons op een grote watermeloen die daar zomaar midden in het bos groeide. We wilden daar een uitgezette wandeling maken, maar dat kon op het moment  niet, want er lagen bomen over het pad. De ranger vertelde dat er in april een tornado was geweest en toen waren er heel veel bomen omgewaaid. Volgens hem was het een paar mijl verderop nog veel erger. We zouden het wel zien als we verder reden. Nou, we hebben de schade gezien. Over een heel groot gebied waren de bomen als luciferhoutjes afgebroken of met wortel  en al omgewaaid. We waren op dat moment maar wat blij dat we daar afgelopen maandag voor gespaard zijn gebleven.  Rond 16.00 uur waren we in de plaats Tupelo, waar we nu dus op een camping staan. Vanavond even lekker wezen douchen. Dat kon hier gelukkig weer in een redelijk schone douche. Toen we gisteren op de camping wilden douchen hebben we daar maar van afgezien. Toen Diny als eerste in de douche kwam, bleek er heel weinig licht te zijn, maar je kon nog wel zien dat de mieren er een heel pad aangelegd hadden, recht onder de douche en door het slechte licht kon je ook niet zien wat voor ongedierte er nog meer rondzwierf. Ze heeft dus maar van het douchen afgezien en Ide is toen maar helemaal niet meer gaan kijken. Het weer is ondertussen ideaal met een temperatuur van ongeveer 27 graden en een lage luchtvochtigheid. Je kunt nu gewoon in de zon lopen zonder dat je meteen kijkt waar schaduw is, om daar te gaan lopen of staan. We hebben vanavond nog lekker een poosje buiten kunnen zitten. Het is hier wel heel vroeg donker, zo rond 19.30 uur al. Morgen gaan we het geboortehuis van Elvis bekijken.

      

      

      


Vrijdag 9 september.
Vanmorgen eerst nog een dag extra besproken op deze camping en daarna richting het geboortehuis van Elvis in Tupelo gegaan. Tupelo is een redelijk grote plaats die, omdat Elvis hier is geboren, veel bekendheid heeft gekregen over de hele USA en ook daar buiten. Het geboortehuis staat op de originele plaats en is  in 1957 gekocht, samen met de omliggende  grond, door de gemeente. Elvis wilde daar een park voor de buurtkinderen en doneerde de opbrengst van een concert, gegeven in 1957 in Tupelo, zodat de gemeente daarmee het huis en de grond kon kopen.  Nu staat ook de kerk waar Elvis als jong jongetje zong op dat terrein en is er een museum met een giftshop. De kerk, met de naam  “Assembly of God Church”  heeft hier dus niet altijd gestaan, maar is overgebracht van de andere kant van de straat naar deze plaats. De kerkelijke gemeente wilde op de oude plaats, tegenover het geboortehuis van Elvis, een nieuwe kerk bouwen en toen is  het oude kerkje dus een eindje verplaatst. Het kerkje is helemaal gerestaureerd en ziet er van binnen en van buiten prachtig uit. Eerst zijn we naar de kerk gegaan. Die kon je bekijken en ook fotograferen.  Je kon er een film bekijken van een nagespeelde dienst uit  de tijd dat Elvis daar dus, tijdens de kerkdienst, zong. De film begon om 11.30 uur en duurde ongeveer 15 minuten. We hadden het rijk alleen, er was verder schijnbaar niemand die daar belangstelling voor had. Het was toch weer opvallend dat er zo weinig mensen rondliepen. Toen we aankwamen was er een bus met toeristen en toen die wegging, was er bijna niemand meer.  Het kerkje was erg mooi van binnen en de film was ook mooi om gezien te hebben. In het park stond een standbeeld  van Elvis, met gitaar, toen hij een jaar of dertien was. Vanaf de kerk zijn we naar het geboortehuis gegaan. Het is een huisje met 2 vertrekken, de slaapkamer en de huiskamer/keuken. In de slaapkamer zat een nicht van Elvis die wat vertelde over de tijd dat Elvis met z’n ouders daar woonden. Het gezin is in 1948 verhuisd naar Memphis, maar Elvis is altijd blijven terugkomen naar Tupelo en heeft ook de kontakten met een aantal mensen uit z’n jeugd aangehouden. Dit was te lezen op een Story Wall tussen z’n geboortehuis en de kerk. Van een aantal mensen uit zijn jeugd zijn daar de herinneringen aan Elvis te lezen. Als laatste hebben we het museum bezocht en ook dat was de moeite waard.  Voor het museum staat een zelfde auto als die waarmee het gezin naar Memphis is gereden om daar te gaan wonen.  Morgen gaan we richting Memphis en daar gaan we Graceland bekijken.

      

       

               


Zaterdag 10 september. 
De rit van Tupelo naar Memphis was niet zo ver. Ongeveer  150 km. We hebben de grote weg genomen. We konden op de kaart geen alternatieve weg vinden, dus zat er niets  anders op. We waren dus al rond de middag in Memphis. Daar zijn we op  Graceland RV Park en Campground gegaan. Dit is aan de Elvis Presley Boulevard en recht tegenover Graceland, het huis waar Elvis een groot gedeelte van zijn leven heeft gewoond en waar hij  ook begraven ligt. Vanmiddag hebben we even in de buurt rondgekeken en morgen willen we dus met een shuttle naar Graceland. Dit moet met een shuttle, want lopend kun je het terrein niet op. We hebben nog een paar boodschapjes gedaan bij de Aldi. Ja, bij de Aldi, die zit hier dus ook. We hebben de winkels niet op veel plaatsen gezien, maar schijnbaar proberen ze ook hier voet aan de grond te krijgen. Het ziet er van binnen net zo uit als in Nederland, d.w.z. de indeling  en opstelling van de produkten is  precies hetzelfde. Op de camping nog een tijdje buiten gezeten en uiteindelijk door de muggen naar binnen gejaagd.

             


Zondag 11 september.
Om 10.00 uur waren we bij de ticketbalie. Daar hebben we een platinum ticket gekocht. Daarmee kon je met de shuttle naar Graceland en daarnaast nog verschillende bezienswaardigheden, over Elvis, bezoeken. Toen we bij het instappunt van de shuttle kwamen, stond er al een hele rij te wachten. Later op de dag was het daar lang zo druk niet meer, dus achteraf hadden we beter later kunnen gaan. Toen we in de rij stonden te wachten kregen we een koptelefoon met een digitale recorder uitgereikt, dat was dus onze gids voor  onderweg. Je kon hem gelukkig ook op de Nederlandse taal instellen. Na nog een kwartiertje wachten konden we instappen en ging de rit de straat, genaamd de Elvis Presley Boulevard, over en het hek van Graceland door. Ongeveer 150 m. de oprijlaan opgereden en we konden uitstappen voor Graceland. Had ook heel goed lopend gekund, maar dat mag dus niet. Vanuit de shuttle werd je zo het huis  binnen geloodst en zo begon dus de tour. Je kunt het huis alleen beneden bekijken, boven mogen de touristen niet komen.  We hebben dus de verschillende kamers, de keuken enz. enz. kunnen zien. Er was o.a. ook een vertrek met allemaal gouden en platina platen aan de muur. Verderop was de televisiekamer van Elvis. Het schijnt dat Elvis gehoord had dat president Johnson naar 3 televisies tegelijk keek en dus had hij er ook meerdere in deze kamer laten zetten, zodat ook hij verschillende programma’s tegelijk kon bekijken.
Vanuit het huis ging je door de tuin naar de plaats waar Elvis begraven ligt. Elvis is daar niet alleen begraven. Z’n oma en z’n vader en moeder liggen hier ook. Voor Elvis z’n  tweelingbroertje, dat bij de geboorte is overleden en in Tupelo begraven ligt, is er een herdenkingsplaquette. In het huis kon je vrij rustig rondkijken en dan weer doorlopen, maar bij de graven was het behoorlijk druk. Dat kwam vooral doordat sommige mensen (vooral vrouwen) o.a.  hartjes en beertjes bij het graf neerlegden. Dat moest natuurlijk uitgebreid worden gefotografeerd. Voor ons liepen een paar Duitse vrouwen die volgens ons behoorlijk  “in”  Elvis waren en die konden bijna geen afscheid van het graf nemen.
Vanaf het graf kon je nog een eindje door het park lopen en dan moest je weer met de shuttle terug.  Omdat alles zo dichtbij de camping was, zijn we eerst maar even in de camper gaan eten. Hierna hadden we dus nog tickets voor verschillende bezienswaardigheden die we in de loop van de middag hebben bekeken. Zo kon je zijn vliegtuigen, zijn auto’s en kleding, gedragen op z’n tournees, bekijken. De auto’s en motoren waren wel leuk, maar de rest hoefde van ons niet zo nodig. Maar al met al was het toch wel een leuke dag en zijn wij ook weer helemaal  “in” Elvis. Dat kan ook niet anders, want overal waar je liep hoorde je z’n muziek en het bleek dat we vrijwel alles nog mee konden zingen of neuriën.
Maar het is wel een beetje het bedevaartsoord van de grijze plaag geworden J
In de namiddag, toen we buiten zaten te lezen, kregen we bezoek. Hans en Hinke Bonting, kennissen uit Kolham, kwamen aan fietsen. Zij hebben voor een aantal jaren terug een camper in Amerika gekocht en brengen hier ieder jaar hun vakantie door, telkens in een ander gedeelte van het land. Eerst met hun kinderen en nu met z’n beiden. We wisten dat ze al een week geleden waren aangekomen in Houston en via mail hadden we een afspraak gemaakt om, als het enigszins mogelijk was, in Memphis samen een kopje koffie te drinken. Dat is dus gelukt. We hadden heel wat te praten en ervaringen uit te wisselen. Zij staan niet vaak op een camping, maar zoeken zomaar ergens een plekje om te staan. Zo stonden ze nu op de parkeerplaats bij de Aldi, niet ver bij ons vandaan. Ze zijn blijven eten en met alle geklets was de avond zo om. Heel gezellig om eens weer uitgebreid Nederlands te kunnen praten. Morgenvroeg gaan wij boodschappen doen bij de Aldi en dan bij Hans en Hinke koffie drinken. Kunnen we hun camper ook nog mooi even bekijken.

        

      

      


Maandag 12 september.
Vanmorgen dus uitgebreid koffie gedronken bij Hans en Hinke. Maar bij aankomst eerst hun camper bekeken. Dit is dus zo’n grote Amerikaanse camper, net een bus. Alles zit er op en er aan. Van binnen dus veel ruimer dan de onze. Mooi om eens te zien hoe dit soort campers er van binnen uitzien. Met een bankstel , magnetron en oven en zo. Na de koffie zijn wij naar de Aldi gegaan en zij naar Graceland. Nu gaan we dus ieder weer onze eigen weg. Zij hebben nog 3 weken te gaan en wij nog  goed 4 weken. Vanaf de Aldi zijn wij uit Memphis vertrokken en nu staan we op een camping halverwege Nashville. Via de mail hebben we van het Sea-Bridge bericht gekregen dat de camper op 17 oktober met de boot mee kan. Hij moet dan rond 13 oktober bij de bevrachter zijn. Wij gaan nu het vliegtuig bespreken voor op of rond die datum.  En dan naar Nashville, de country hoofdstad van de USA.

        


Vrijdag 16 september.
Zomaar weer 3 dagen verder en de afgelopen dagen geen verslag gemaakt. Ide voelde zich dinsdagavond niet goed en de klachten die hij had leken op hartklachten en dus is hij dinsdagavond opgenomen in het ziekenhuis. In het ziekenhuis hebben ze meteen bloedonderzoek gedaan en daaruit bleek dat hij geen hartaanval, maar een longontsteking had. Ze zijn toen meteen een antibioticakuur gestart.
Omdat sommige klachten toch ook wezen op hartklachten moest hij in het ziekenhuis blijven voor onderzoek. De volgende dag (woensdag) hebben ze allerlei onderzoeken gedaan om uit te sluiten dat er iets met het hart aan de hand was. Na alle onderzoeken was dat gelukkig het geval, maar ze wilden hem toch nog niet weer terug laten gaan naar de camper vanwege de longontsteking. Donderdag ging het veel beter met hem en dus mocht hij in de namiddag wel naar de camper.  Weliswaar met een antibioticakuur voor de longontsteking. De dokter raadde wel aan het weekend in Nashville te blijven. Mochten er dan toch nog weer  problemen zijn, dan kon hij direct weer naar het ziekenhuis komen.
Het is nu dus vrijdag en hij voelt zich prima. Morgen blijven we hier nog een dagje op de camping en misschien dat we dan zondag nog een tour gaan maken in Nashville.

      


Zaterdag 17 september.
Deze dag dus nog op de camping gebleven. Vlak naast de camping is een winkel waar je van alles voor het camperren kunt kopen en daar zijn we ’s middags nog even naar toe gelopen en rondgekeken. Op deze camping treedt iedere vrijdag-, zaterdag- en zondagavond  een muziekgroep op. Dit weekend was dat de rockgroep TMF (Tailor Made Fable) uit Quebec in Canada. Daar zijn we ’s avonds naar toe geweest. Ze hadden een mooi stuk muziek, zeer de moeite waard. We waren wel een beetje doof toen we weer in de camper waren, maar je moet er wat voor over hebben. Er was trouwens heel weinig publiek en er was geen bar of iets dergelijks. Iedereen had drinken mee genomen. Schijnt hier op de campings normaal te zijn.

 
Zondag 18 september. 
’s Morgens eerst uitgeslapen en uitgebreid ontbeten. Toen voor ’s middags een tour besproken naar de binnenstad van Nashville. Dat kun je op de camping bespreken en ze komen je daar ook ophalen. Lekker gemakkelijk dus. ’s Middags werden we rond 13.00 uur afgehaald en daarna gingen we nog een aantal hotels bij langs om ook daar mensen op te halen. Als je binnenkwam werd er door de chauffeur/gids gevraagd waar je vandaan kwam. Waar de andere Amerikanen dan weer luidruchtig op reageerden. Op een gegeven moment kwamen er  ook Duitsers binnen. Die hebben wij dus maar als buren verwelkomd. Toen iedereen aan boord was kon de tour dus beginnen. We gingen rijdend bij verschillende bezienswaardigheden langs en  op een paar punten  werd gestopt om foto’s te maken.
Bij het Ryman auditorium zijn we naar binnen gegaan. Dit is een Historic Landmark, wat betekent dat het voor de Amerikanen een historische plaats is.  Het Ryman was van huis uit een gebouw waar religieuze muziek, jazz, opera, ballet, politieke debatten en ook bokswedstrijden gehouden werden. In 1943 werd het  ’s zaterdagsavonds verhuurd voor een live radioshow. Deze show heette The Grand Ole Opry en het gebouw heeft daarvoor tot 1974 dienst gedaan. Het werd ook wel genoemd de moederkerk van de countrymuziek en het had een uitstekende akoestiek. Het is 20 jaar dicht geweest. Na restauratie is het in 1994 heropend en vanaf die tijd is het weer een plaats waar wereldartiesten komen optreden.  Ook wordt  vanaf 1999 The Grand Ole Opry weer rechtstreeks vanuit het Ryman uitgezonden, weliswaar alleen in de winter.
Vanaf het Ryman gingen we naar The Country Music Hall of Fame & Museum.  Daar kon je veel  zien over bekende coutryzangers en –zangeressen. Voor ons waren er een aantal bekende namen bij, o.a. Johnny Cash, Dolly Parton, Hank Williams, Tammy Wynette enz..  Daarna was de middag al voorbij. Vergeleken bij tours in andere plaatsen viel deze ons nogal tegen. Niet veel gezien en de gids was niet erg enthousiast en voor ons ook moeilijk te verstaan.

 

      

       


Maandag 19 september.
Vandaag zijn we dus weggegaan uit Nashville. Ide is weer "back in the saddle" zoals ze hier zeggen en voelt zich weer prima en heeft de eerste 100 km.  gereden.  Nog even naar het ziekenhuis gezwaaid. We moesten vandaag ongeveer 300 km. rijden en Diny heeft de volgende 100 km. gereden. Daarna Ide nog 100 km. en toen waren we er alweer. Netjes om de beurt, zoals we dat steeds gewend zijn. Het heeft trouwens de hele weg geregend en ook nog behoorlijk hard!
We zijn nu op een camping vlakbij National Park Great Smoky Mountains in het plaatsje Sweetwater. Morgen gaan we naar het N.P.. Het moet een mooi park zijn. We denken dan door te rijden naar een camping in North Carolina. De camping waar we nu staan is erg rustig en dat zal vanaf nu op de meeste campings wel zo zijn. We denken dat het pas bij Washington weer wat drukker zal worden. Maar voorlopig moeten we de komende dagen nog een behoorlijke afstand afleggen voor we daar zijn. Vanavond lukte het niet om het verslag op de site te krijgen omdat er te weinig bandbreedte is. Hopelijk morgen.

         


Dinsdag 20 september.
Vandaag dus naar N.P. Great Smoky Mountains gereden. De weg er naar toe was ook al prachtig om te rijden. Veel, heel veel bos en een glooiend landschap. Gelukkig was het de hele dag droog, zo nu en dan zagen we zelfs de zon even. Wat ons vandaag opviel was dat opeens de bladeren aan de bomen al beginnen te verkleuren. Het wordt al echt herfst. Diny ruikt en voelt de herfst zelfs, zegt ze. In het N.P. aangekomen zijn we eerst naar het visitorcenter gegaan voor een kaart van het gebied. Daar was ook een expositie van opgezette dieren die allemaal in het park voor komen. Erg mooi om te zien. Daar hebben we even een boterham gegeten en toen zijn we verder gegaan het park in. Verschillende keren gestopt om van de uitzichten te genieten. Tijdens een van deze stops , op de grens tussen Tennessee en North Carolina, hebben we zelfs Nederlanders gesproken. Die waren hier in de buurt een paar weken met vakantie. Wel even gezellig, want je komt aan deze kant van het land echt maar heel weinig Nederlanders tegen. Zij hebben ons even samen op de foto gezet en wij hun  ook. Het was wel erg druk in het park met Amerikanen, dat zijn we eigenlijk niet zo gewend. Vanuit het park zijn we verder gegaan via de Blue Ridge Parkway. Dit is een toeristische weg waar geen commercieel verkeer, zoals vrachtwagens, over mogen. Deze weg verbindt  N.P. Great Smoky Mountain met N.P. Shenandoah tot bijna bij Washington. Wij zijn van plan om richting Washington gedeeltes van deze weg te gaan rijden.  Tegen de avond waren we op de camping bij de plaats Asheville.

     

                                                                                 Smokey Mountains

 
Woensdag 21 september. 
Vanmorgen eerst Asheville ingegaan, want de alarmcentrale had gisteren gebeld. Toen Ide nl. uit het ziekenhuis werd ontslagen, hadden we op  verzoek van de alarmcentrale aan de artsen een medisch rapport gevraagd. Dit bleek een nogal uitgebreid rapport te zijn van 18 kantjes. De alarmcentrale wilde dat we dat rapport faxten, maar dat was ons nog steeds niet gelukt. Vanuit het ziekenhuis niet en vanaf de camping ook niet. De faxen bij beide waren geblokkeerd voor buiten de USA. Gisteren belden ze dat ze het toch  binnenkort wilden hebben, anders konden ze de rekeningen niet betalen. Gisteravond dus op het internet een bedrijf in Asheville gezocht en gevonden waar we konden faxen of scannen en daarna mailen. Dat is dus gelukt, gemaild dus en toen konden we verder rijden via The Blue Ridge Parkway, die zich hoog in de bergen om de toppen van de Appalachian Mountains slingert. Deze weg is aangelegd in de jaren  ‘’30 van de vorige eeuw. Dat was tijdens de grote beurskrach in de USA. Bijna geen banen voor de mensen. Toen is het CCC (Civilian Conservation Corps) opgericht als werkverschaffingsproject voor jonge mannen. Overal in de USA zijn toen dit soort wegen en ook verbindingswegen tussen plaatsjes, die daarvoor nauwelijks bereikbaar waren, aangelegd. Ook ander projecten zijn door dit corps uitgevoerd. De Parkway is 720 km. lang en in het verlengde ligt de Skyline Drive in het Shenandoah NP van 170 km.. Je kunt dus door het Smokey Mountains NP, over de Blue Ridge en de Skyline Drive meer dan 1000 km door de Nationale parken zonder vracht- en ander commercieel verkeer. Toen we net op de Blue Ridge reden kwamen we bij een Visitorcenter en daar hebben we een film gekeken over deze weg. De film was erg mooi opgenomen in de herfst. Dus prachtige herfstkleuren. Gisteren schreven we al dat het hier ineens herfst is, maar we hebben er vandaag niet veel van gezien. Het was nl. erg mistig en we hebben ook nogal wat buien gehad onderweg. We hadden dus ook via de interstate kunnen gaan. Maar dat is met regen ook geen pretje, want Zoab kennen ze hier niet en die grote vrachtwagens halen je allemaal in als je, zoals wij, “maar” 100 km. per uur rijdt. Je hebt dan dus erg weinig zicht en we vinden het dan ook veel rustiger rijden over wat kleinere wegen en je ziet meer  USA. Tegen de avond waren we op de camping in Fancy Gap in de staat Virginia, halverwege The Blue Ridge Parkway. Vanavond nog even met de alarmcentrale gebeld en die bevestigden dat het rapport binnen was. Degene die voor de telefoon was, was razend enthousiast over onze reis in de USA en wilde er alles over weten. Deze camping is weer een hele mooie camping met schone toiletten en douches,  in tegenstelling met die van de vorige dag. Daar was het weer te vies om te douchen. Ondertussen hebben we ook de terugreis geboekt. De camper gaat  op maandag 17 oktober met de boot mee en moet op donderdag 13 oktober afgeleverd worden in de haven van Halifax. Wij hebben een vlucht geboekt op 13 oktober om 22.00 uur ’s avonds en zijn dan vrijdag 14 oktober in de middag weer in Nederland.

      

                                                                           Blue Ridge Parkway

 
Donderdag 22 september.
Vanmorgen bij het wegrijden van de camping was het gelukkig droog en de rest van de dag is het ook droog gebleven.  We zijn dus verder gereden over de mooie Blue Ridge Parkway. Onderweg regelmatig gestopt om van de uitzichten te genieten. Dat kon vandaag wel, want het was niet zo mistig als gisteren. Onderweg, net als gisteren, heel veel moeten uitwijken voor overstekende eekhoorntjes. Gisteren, maar ook vandaag, meerdere keren reeën en wilde kalkoenen gezien. Ook daar moesten we zo nu en dan voor remmen. Doordat vandaag de zon ook zo nu en dan tevoorschijn kwam, was het erg mooi langs de weg met al die herfstkleuren. Rond 15.00 uur waren we op de camping in Staunton. Daar hebben we nog mooi een tijdje buiten kunnen zitten.  Morgen gaan we verder richting Washington.      


Vrijdag 23 september.
Toen we vanmorgen ongeveer 10 km. gereden hadden, kwamen we in dikke mist terecht, ongeveer 50 meter zicht. Dat was precies op het moment dat we de Skyline Drive in het N.P. Shenandoah opreden. Deze weg wilden we vandaag rijden en vandaar verder richting Washington.  De Skyline Drive loopt over 175 km. helemaal door het N.P. en het moet onderweg erg mooi zijn. Moet, maar wij hebben er dus niets van gezien. Bij de ingang zei de Parkranger dat, als het ging regenen de mist wel op zou trekken. Daar had ze gelijk in, maar het regende toen zo hard dat je weer bijna geen hand voor ogen kon zien. Het leek ons beter om maar verder te gaan via de normale weg. Daar regende het misschien ook wel of was het misschien ook wel mistig, maar daar zat je niet meer in de bergtoppen en had je minder gevaarlijke bochten. Ook kon je harder dan 50 km. per uur.  Na ongeveer 65 km. zijn we er dus af gegaan en naar Washington gereden. Het adres van de camping hadden we in de Tomtom gezet en we hoefden alleen maar te doen wat juffrouw Tomtom wilde. Toch ging het, toen we net Washington binnen reden, even fout en misten we de goede afslag. Niet erg, de volgende afslag die we konden nemen was 16 km verder!?!  Jawel, maar toen kwamen we wel door het centrum van de stad en dat ook nog in de stromende regen. Dit was ons ook al in Calgary overkomen. Maar we zijn gekomen waar we moesten zijn. Diny meende onderweg het Witte Huis al te zien in de verte. Vanavond op de kaart gekeken, maar het Witte Huis lag aan de andere kan van de weg dan waar zij keek. Eenmaal op de camping aangekomen regende het niet meer, maar het goot werkelijk verschrikkelijk. Urenlang!! We hebben wel bij de receptie meteen de shuttle voor morgen richting Washington besproken. Dan zullen het  “maar” buien zijn. We zijn benieuwd.

      


Zaterdag 24 september.
’s Morgens al om 9.00 uur met de shuttle van de camping vertrokken. De rit naar het centrum van Washington duurde een uur. Voor ons zat een stel uit Zwitserland en daar kwamen we al snel mee aan de praat. Zij  bleek  Nederlandse te zijn en hij Zwitser. Het klikte meteen en we zijn dan ook de rest van de dagen in Washington samen opgetrokken. De shuttle bracht ons tot voor het Capitool en om 17.00 uur zouden we daar ook weer opgehaald worden. We moesten wel even  zoeken voor we de Hop On Hop Off gevonden hadden.  Uiteindelijk zijn we naar Union Station gelopen, daar konden we kaartjes kopen en ook instappen. Gelijk voor 2 dagen besproken, want dan hadden we ruim de tijd om alles te bezoeken. Er was ons aangeraden om, als we naar nationale begraafplaats Arlington wilden,  dat meteen in de morgen te doen i.v.m. de drukte later op de dag. Op deze begraafplaats worden o.a. soldaten, presidenten en bekende Amerikanen die iets voor het land betekend hebben, begraven. We zijn eerst naar het graf, met de eeuwige vlam, van president Kennedy gegaan. Als je met de rug naar het graf staat, heb je een heel mooi uitzicht over Washington. Op enige afstand zijn z’n broers Robert en Edward begraven. Deze beide graven  hebben alleen maar een kleine plaquette met de naam er op en een klein staand kruis. Mooi door z’n eenvoud.
Op Arlington hebben we ook nog het graf van de onbekende soldaat bezocht en de wisseling van de wacht gezien. Verder nog wat rondgewandeld op deze hele grote nationale begraafplaats. Ook waren hier gedenkplaquettes voor de verongelukte astronauten.
Op de terugweg  naar de binnenstad is de chauffeur van de Hop On even langs een andere weg gereden om ons het Pentagon te laten zien. Hij wees aan waar je kon zien dat het vliegtuig op 11-09-2001 in het gebouw gevlogen was. Je kon zien dat de stenen daar lichter waren dan er om heen. Maar dat was dan ook alles. Hij vertelde nog wel wat over die dag, hoe hij die beleefd had enz..
Ook nog het Lincoln monument bezocht en daar vlakbij geluncht. Daar zagen we ook heel veel veteranen die daar met een bus waren en ook naar Arlington gingen of er vandaan kwamen. Op hun t-shirts en petjes kon je lezen in welke oorlog ze waren geweest. Er waren echt hele oude mannen bij die nog in WW2 gediend hadden. Ze werden door jonge mensen begeleid en verzorgd. Op de terugweg, richting het Capitool, hebben we het nieuwe monument van M.L. King nog gezien. Er was geen tijd meer om uit te stappen en het te bezoeken, want dan waren we niet op tijd terug bij het Capitool voor de shuttle, richting camping. Het was deze dag erg druk in Washington, want er was een speeldag voor de jeugd georganiseerd om ze achter de computer en de gameboy weg te krijgen. Het verkeer zat op sommige punten behoorlijk vast. ’s  Avonds op de camping gezellig met z’n vieren nog een kop koffie en een wijntje gedronken.

       

        

         

         


Zondag  25 september.
Weer met de shuttle naar Washington gereden. Ook weer bij het Capitool uitgestapt en omdat we gisteren dit gebouw nog niet goed hadden bekeken, zijn we er deze dag helemaal om heen gelopen. Jammer genoeg mag je er op zondag niet in, maar het was er wel lekker rustig. Aan de voorkant, waar de inauguratie van een nieuwe president altijd plaatsvindt,  waren we bijna alleen.  De achterkant van het gebouw is trouwens mooier dan de voorkant. Het gebouw is zeer streng bewaakt. Toen Diny rennend de trappen opging kwam er meteen een bewaker haar richting oplopen. Overal zie je de bewakers en ook op de daken zie je de scherpschutters. De straten rondom het Capitool zijn vrijwel allemaal afgezet, zodat je er moeilijk rond kunt rijden.  Alleen op sommige plekken kunnen de toeristenbussen er langs. In de bussen wordt regelmatig door gewapende agenten gecontroleerd. Waar ze dan precies op letten weten we eigenlijk niet. Vanaf het Capitool zijn we lopend naar het Witte Huis gegaan, wat achteraf nog wel een heel eindje lopen was. Wel hebben we daardoor een goede indruk van de binnenstad gekregen.
We zagen eerst de achterkant van het Witte Huis, wat trouwens ook mooier is dan de voorkant. Nadat we daar eerst gekeken hadden, zijn we er omheen gelopen en hebben we de voorkant ook bekeken. Het is toch wel een vreemde gewaarwording om daar te staan. Je hebt dit gebouw zo vaak op de televisie gezien en nu sta je er zelf voor!! We zagen ook nog een paar helicopters, drie achter elkaar, vertrekken en denken dat Obama daar in zat J. Daar nog een tijdje rond gekeken. Je ziet er nl. nogal wat demonstranten met de gekste teksten op hun borden.  Ook hier wemelde het van agenten en Secret Sevice. Vanaf het Witte Huis hebben we een rondrit gemaakt met de Hop On Hop Off naar de buitenwijk waar heel veel ambassades zijn (Uptown) en waar ook de vicepresident woont. We hebben onderweg ook de National Cathedral bekeken. O.a. President Kennedy is vanuit deze kerk begraven. De kerk is normaal open voor bezoek, maar was nu gesloten. Dit, omdat er kortgeleden bij een aardbeving schade aan een van de torens van de kerk is aangericht. 
Aan het eind van de rondrit zijn we gaan eten in Union Station en daar hebben we ook nog even gewinkeld. Rond 17.00 uur weer met de shuttle terug naar de camping gegaan.  ’s Avonds nog weer koffie gedronken met z’n vieren en toen afscheid genomen. Beloofd elkaar misschien een keer weer te ontmoeten in Zwitserland of Nederland. Na de vreselijke regen van vrijdag hebben we gelukkig 2 droge dagen gehad in Washington.

      

      

         


Maandag 26 september.
Vandaag gereden van Washington naar  Philadelphia. Daar staan we op een mooie en zelfs drukke camping. Morgen blijven we hier nog, was- en schoonmaakdag, en dan gaan we woensdag verder richting New York. De camping is al gereserveerd in Jersey City met uitzicht op het Vrijheidsbeeld en Manhattan.


Dinsdag 27 september.
Vandaag dus de camper schoongemaakt, het bed verschoond en de was gedaan. Alles weer schoon, we kunnen er weer een tijdje tegen. Vanmiddag nog eens de foto’s bekeken die we tot nu toe gemaakt hebben. Wel leuk om te doen, want je hebt dan echt zoiets van: O ja, daar waren we ook en daar waren we ook. Het weer was vandaag goed, alleen een beetje benauwd. Morgen gaan we verder naar New York.

      


Woensdag 28 september.
Vandaag dus verder richting New York. De camping waar we naar toe willen ligt in de plaats Jersey City, in New Jersey. Je hoeft alleen maar de Hudsonrivier met een ferry over te steken en dan ben je in Manhattan, in de staat New York. We hebben de camping al via internet voor 4 nachten besproken. Dat was maar goed ook, want toen we maandagavond wilden reserveren, bleek het al niet meer mogelijk te zijn om een “normale” plaats te bespreken. Ze hadden alleen nog overflow plaatsen. Dat betekent dat we niet meer een plaats op de camping zelf konden bespreken, maar op een stuk behorende bij de camping. Je hebt dan geen stroom en water. Dat is niet erg, want water hebben we genoeg in de tank en met onze accu’s en zonnecel hebben we ook genoeg stroom.
Vanmorgen al op tijd vertrokken van de camping en onderweg nog maar wel even brood e.d. gehaald, zodat we genoeg eten bij ons hebben voor de komende dagen. Met het adres in de tomtom en de kaart op schoot ging het allemaal voorspoedig. We moesten een gedeelte van de route over de tolweg en ook dat ging prima. Je kunt hier trouwens beter over de tolweg dan in b.v. Frankrijk, we waren voor 60 km maar $4,30 kwijt. Rond 13.00 uur waren we al op de camping. Nadat we ons hadden ingeschreven werden we door iemand van de security naar onze plaats gebracht. Hij vroeg waar we in Nederland woonden en toen we hem vroegen of hij bekend was in Nederland vertelde hij dat hij familie in Helmond heeft wonen. Groningen kende hij ook, in ieder geval FC Groningen was hem bekend.
Na het eten zijn we richting de ferry gelopen en daarmee naar Manhattan gegaan. Als je met de ferry over de Hudson vaart, zie je al de nieuwe gebouwen die op Ground Zero gebouwd worden. Geweldig hoog! Vanaf de ferry dus maar in de richting van deze gebouwen gelopen.  Daar hebben we de bouwplaats (Ground Zero) bekeken. De kerk die zo beroemd en bekend is geworden door het opvangen van de brandweermannen en de familie van de  slachtoffers op 9/11 hebben we van binnen en van buiten bekeken. Binnen is er een hele expositie ingericht met foto’s e.d. van die dag en de dagen er na.
Vanaf daar zijn we verder gegaan naar Walstreet. Deze straat is voor een gedeelte afgesloten voor alle verkeer en er is heel veel bewaking. Het wemelt er ook van de politieagenten.  In deze straat staat o.a. The New York Stock Exchange en het gebouw van de Bank of Amerika. Verder nog The Brooklyn Bridge gezien en een gedeelte van Broadway gelopen. Hierna zijn we weer richting de ferry gegaan en rond 20.00 uur waren we weer in de camper.

         

      

      

       

       


 Donderdag 29 september.
Nadat we weer met de ferry naar Manhattan zijn gevaren hebben we meteen kaarten voor de ferry naar Liberty Island en naar Ellis Island gekocht. Bij deze ferry stond al een hele lange rij mensen te wachten. Het leek trouwens wel op een vliegveld, zo zwaar werd er gecontroleerd op wapens enz.. Je moest ook hier je riem en je horloge afdoen. De ferry ging eerst naar Liberty Island. Onderweg  kon je het vrijheidsbeeld al van alle kanten bekijken, de ferry voer er bijna helemaal omheen. We hadden dit beeld natuurlijk al vaak op televisie en op foto’s gezien, maar als je het dan in het echt ziet, is het wel heel indrukwekkend groot. We zijn het hele eiland rondgelopen en dus ook helemaal om het beeld heen. Je kon er ook in, maar dan had je kaarten via de telefoon of internet moeten bestellen. Dat was voor ons een beetje moeilijk, aangezien we niet precies wisten wanneer we hier zouden zijn. We weten niet of we veel gemist hebben, in het beeld zelf kun je toch niet komen, alleen in het voetstuk. We waren al blij dat we het beeld van buiten konden zien. Vanaf het eiland kon je ook heel mooi de skyline van Manhattan zien.  Hierna wat gegeten en weer in de rij gaan staan voor de ferry naar Ellis Island. Deze rij was nog langer dan ’s morgens en het begon ook nog te regenen.
Op Ellis Island kwamen aan het begin van de 19e eeuw alle emigranten aan die zich in Amerika wilden vestigen. Hier werd beoordeeld of ze mochten blijven of niet. Het hoofdgebouw is nu een museum en daar kun je zien hoe het er in die tijd aan toe ging. Er was nog veel bewaard gebleven uit die tijd, o.a. veel foto’s.
Toen we van Ellis Island weggingen scheen de zon, maar eenmaal weer op Manhattan begon het  te regenen en te onweren. Je weet niet hoe dat klinkt tussen die hoge gebouwen. Onweer in de bergen is er niks bij. Gelukkig hadden we regenponcho’s bij ons, maar daar drupt de regen ook behoorlijk van af en zo hadden we toch het water in de schoenen staan en natte broeken, maar de rest bleef droog. Terug op de camping scheen de zon gelukkig weer. Morgen en overmorgen gaan we met de Hop On Hop Off New York verder bekijken.

      

      

      


Vrijdag 30 september.
Vanmorgen zijn we met de trein naar Manhattan gegaan. Dat duurt minder lang en is ook beduidend goedkoper dan met de ferry.  Je gaat eigenlijk alleen maar onder de Hudson rivier door en dan zit je al bij Ground Zero. Een klein eindje gelopen en toen op Broadway op de bus van de Hop On Hop Off gestapt. Daar zijn we eerst een heel eind mee rond gereden. We kwamen o.a. langs het gebouw van de Verenigde Naties. Bij het Rockefeller Center zijn we uitgestapt. Bij de tickets voor de bus hadden we ook tickets gekocht om hier naar boven te kunnen. Daar heb je nl. een heel mooi uitzicht op het Empire State Building en op de hele stad. Het Empire State Building is lange tijd het hoogste gebouw van New York geweest. Ook in het Rockefeller Center word je weer intensief gecontroleerd op wapens enz.. Het gebouw heeft 69 etages en gelukkig konden we tot de 67e etage met de lift. Op de 67e en 68e kon je al vanachter glas de hele skyline van New York bekijken en dus ook het Empire State Building, maar op de 69e etage stond je niet meer achter glas. Dat is vooral voor het fotograferen en filmen natuurlijk veel mooier. Gelukkig was het vandaag mooi weer en ook behoorlijk helder, zodat we alles goed konden zien. Toen we uitgekeken waren was het toch alweer rond 13.00 uur en zijn we eerst maar eens wat gaan eten. De bus zit regelmatig vast in de toch wel smalle en drukke straten en het naar boven gaan in het Rockefeller Center had ook behoorlijk veel tijd gekost. In het Rockefeller Center kon je ook niet zomaar even naar boven gaan, je moest bij het naar boven en naar beneden gaan in de rij wachten op de liften en was het tot nu toe op deze reis zo dat we het overal zo rustig vonden, hier in New York is het overal erg druk. Na het eten zijn we verder gegaan met de bus en onderweg  verschillende bekende straten gezien, o.a. Times Square en de Amsterdam Avenue. We zijn nog uitgestapt om de grootste kerk van de USA, The Cathedral of St. John the Divine, te bekijken. Een indrukwekkend mooie en grote kerk! Later weer op de bus gestapt en door de wijk Harlem verder gereden naar Central Park. Daar zijn we weer uitgestapt en hebben een wandeling  door het park gemaakt. Een geweldig mooi park en zo te zien intensief gebruikt door de New Yorkers. Veel kinderspeelplaatsen, waar het erg druk was. Het was er ook druk met joggers en fietsers en natuurlijk wandelaars, zoals wij. Vanaf Central Park weer met de bus richting het station waar we de trein naar de camping weer wilden  nemen. In de spits kwam de bus maar moeilijk vooruit, maar dat was niet erg, er was genoeg te bekijken onderweg. We waren rond 20.00 uur weer in de camper.

           

          

       635 Geef mij Froombosch maar.JPG


Zaterdag 1 oktober.
Bij de tickets die we gekocht hadden voor de Hop On Hop Off zat een aparte ticket voor een tour naar Brooklyn. Vanaf het station hebben we dus vanmorgen eerst maar de bus voor deze tour opgezocht. We konden meteen instappen, maar door problemen met de microfoon van de gids duurde het bijna een uur voor we konden rijden.  Uiteindelijk moesten we allemaal in een andere bus overstappen en konden we vertrekken. Wel vervelend, want het kost je zo weer een uur van de tijd die je beter had kunnen besteden. De tour ging over de Brooklyn Bridge naar Brooklyn en vice versa. Het is leuk om ook een indruk van dit deel van New York te hebben gekregen. Meer is het natuurlijk niet, want je had geen tijd om uit te stappen om e.e.a. nog eens nader te bekijken. Maar we hebben het huis gezien waar Al Capone is geboren en opgegroeid voordat hij naar Chicago vertrok. Toen we 2 uur later weer terug waren, waren we wel erg koud geworden boven in de open bus. Gelukkig was het nog wel  steeds droog, want de berichten hadden veel regen voorspeld voor deze dag. Ondertussen was het al weer een eindje in de middag en zijn we eerst ergens een broodje gaan eten. Daarna zijn we weer op de bus gestapt richting het gebouw van de Verenigde Naties. Toen we daar uitstapten begon het net te regenen. In het UN gebouw werden we  weer aan  een controle op wapens onderworpen. Ook hier moesten de riemen e.d. weer af. Op de begane grond kon je overal rondkijken en eventueel een rondleiding bespreken. Toen wij daar aankwamen waren alle rondleidingen voor deze dag al volgeboekt. Jammer, we hadden graag het hele gebouw bekeken en natuurlijk de zaal van de “Algemene Vergadering“ .
We hebben op de begane grond nog wel een expositie bekeken over vluchtelingen. In de kelder hebben we nog een kop koffie gedronken en wat rondgesnuffeld in de souvenier winkels. Buiten gekomen regende het niet meer, maar het goot ondertussen. Toch maar weer in de bus gestapt. Dat is niet zo leuk, want het zijn hier over het algemeen open bussen aan de bovenkant en je kunt ook niet beneden zitten. Wel kreeg je meteen een poncho aangereikt. We zijn maar weer uitgestapt bij het Rockefeller Center, want we wisten dat we daar naar binnen konden. Daar hebben we uitgezocht hoe we zo snel mogelijk bij het station konden komen. Daar dus maar naar toe gelopen en de trein naar Jersey City genomen. Vanaf  het station door de stromende regen naar de camping gelopen. Dat was dus al de tweede keer dat we hier met natte voeten thuis kwamen. Al met al  toch alles wat we wilden zien in deze stad, ook wel gezien. Maar achteraf denken we dat we toch beter met de ondergrondse hadden kunnen gaan i.p.v. met de Hop On Hop Off. Het blijkt nl. dat de bussen hier wel vaak en lang in het verkeer vast zitten en dat kost zoveel tijd dat je per dag niet zo heel veel kunt bekijken. Alhoewel met de ondergrondse zie je alleen tunnels. New York is net als Washington een belevenis omdat je zoveel gebouwen e.d. ziet die je normaal alleen van de televisie kent. Maar New York is ook een hele drukke stad, qua verkeer en  hoeveelheid mensen die op straat zijn. We zijn dan ook wel blij dat we de stad weer uit kunnen.

      

         

      

      


Zondag 2 oktober.
Vandaag dus New York verlaten. Dat ging nog niet zo gemakkelijk, want de Tomtom wilde ons  door een tunnel sturen en dat mag niet met een camper waar een gasfles in zit. Dus vlak voor de tunnel maar van de weg afgegaan en toen was het wel even zoeken waar we dan langs moesten. Dit was over de I95 North. We zijn ook nog over de Washington Bridge gekomen, waar we $ 26,-- toll moesten betalen! Dit was achteraf niet nodig en het gevolg was dat we toch nog door Manhattan en de Bronx kwamen en dat wilden we juist vermijden. Gelukkig was het zondag en niet zo heel erg druk, tenminste niet zo druk als het op werkdagen op deze wegen is. Uiteindelijk zijn we toch op eigen kracht de stad weer uitgekomen. We zijn daarna maar een eind over de Interstate 95, richting het noorden gereden en toen we zeker wisten dat we goed zaten hebben we een wat minder drukke weg opgezocht richting New London. Vlak na New London zijn we op een camping gegaan bij het plaatsje Pendleton in de staat Connecticut.


Maandag 3 oktober.
Afgelopen nacht heeft het de hele nacht heel hard geregend. We stonden ook nog onder de bomen, dat was een behoorlijk lawaai in de camper. Het weer is trouwens in één keer helemaal omgeslagen. Halverwege vorige week, tussen Washington en New York hadden we de airco ’s avonds en ’s nachts nog aan en nu hadden we gisteravond en vanmorgen het elektrische kacheltje weer aan. Wel een heel groot verschil in temperatuur. Voor vandaag was er veel regen voorspeld, maar we hebben onderweg eigenlijk alleen maar zon gehad. We zijn vandaag verder gereden naar het noorden, richting Canada. Daar denken we over 2 of 3 dagen te zijn. Het is wel heel stil op de campings en de camping waar we nu zijn sluit dan ook per 15 oktober. Het is goed dat we naar huis gaan, anders werd het hier in het noorden en in Canada toch wel zoeken naar een camping die nog open is na 15 oktober. We zijn nu op een camping aan de Atlantische Oceaan, in het plaatsje Hampton. In de avond is het weer begonnen te regenen, maar we hebben een plaats uitgezocht die niet onder de bomen is.


Dinsdag 4 oktober.
Vanmorgen in de stromende regen van de camping vertrokken, verder richting Canada. Jammer dat het zo regende, want hier in Maine is het al echt herfst en dus Indian Summer. In deze staat is heel veel bos en voornamelijk loofbomen. Maar om te genieten van de mooie herfstkleuren, waar we op gehoopt hadden nog te kunnen zien, moet eigenlijk de zon schijnen. Dat was vandaag  niet het geval. We zijn dus maar rechtstreeks naar de camping gereden die we gisteravond hadden uitgezocht. Daar waren we rond 15.00 uur. Hier staan toch nog wel weer een aantal campers en caravans, zodat we niet alleen staan. Volgens de berichten zal het weer morgen wat beter worden en voor donderdag wordt volop zon voorspeld. We blijven hier dus morgen nog maar en willen dan donderdag verder rijden. Als de zon dan schijnt, kunnen we van de mooie herfstkleuren genieten.

      


Woensdag 5 oktober.
Vandaag hebben we gewassen en nog maar eens weer de stofzuiger door de camper gehaald. We staan onder dennenbomen en dat loopt wel heel erg in, vooral als het dan ook nog nat is. Verder een beetje gelezen, geluierd en nog even met het thuisfront geskypt. Het was vandaag op sommige momenten droog en zonnig, maar even later regende en waaide het weer heel hard. De temperatuur is ook aan de lage kant, zodat we de hele dag de kachel aan hebben gehad. De weersberichten voorspellen voor morgen droog weer, zelfs lichte vorst in de nacht.


Donderdag 6 oktober.
We zijn vandaag niet op de Interstate gegaan, maar hebben de kleinere wegen gereden. Het was zonnig weer, maar wel een hele koude wind. Het voelde aan alsof het maar een paar graden boven nul was. Onderweg genoten van de herfstachtige kleuren in de natuur, de Indian Summer. Die Indian Summer duurt volgens ons maar heel erg kort, want de bladeren vallen bij bosjes van de bomen. Vooral vandaag, doordat het erg hard waaide. Onderweg voor de laatste keer brood gehaald bij de Walmart in Amerika en met de overgebleven dollars de dieseltank nog een keer vol gegooid. We zullen in Canada ook nog wel  een paar keer moeten tanken en daarna is het waarschijnlijk wel weer wennen aan de hoge benzine- en dieselprijzen in Nederland. We hebben vandaag het geplande rondje in de USA vol gemaakt. Morgen gaan we op dezelfde plaats waar we Amerika  binnen kwamen er ook weer uit.  We zitten nu nog ongeveer 5 km. van de grens met Canada. Daar kunnen we vast weer wennen aan afstanden en snelheden in kilometers, benzineprijzen in liters en hoogten van viaducten e.d. in meters en centimeters. Vanaf daar gaan we met een kleine omweg naar Halifax. We willen nog iets van Nova Scotia zien. Daar hopen we maandagmiddag op de laatste camping te zijn. De camping waar we nu zijn is een hele mooie camping met er vlak achter een  natuurgebied. Daar hebben we, ondanks de kou, vanmiddag nog een heel stuk gewandeld en nu zitten we lekker binnen met de kachel aan.

 

      

         


Vrijdag 7 oktober.
Toen we vanmorgen wakker werden, was het gras wit. Het had behoorlijk gevroren. Onderweg zagen we zelfs dat er op de bruggen was gestrooid. Het was wel stralend zonnig weer en dat is het ook de hele dag gebleven, waarbij het veel minder waaide dan gisteren en het dus ook minder koud was. Na ongeveer 5 km. rijden waren we al bij de grensovergang. Geen problemen bij de douane, we mochten zo doorrijden Canada in. Heel wat anders dan toen we voor een half jaartje terug Amerika in wilden.
Was het in Maine mooi met alle herfstkleuren, hier in de provincie New Brunswick was het nog veel mooier onderweg.  New Brunswick is dan ook vrijwel geheel een provinciaal park met heel veel bossen en hier en daar een dorpje. Probeer je eens voor te stellen dat je van Groningen tot Parijs door bossen met herfstkleuren rijdt. Echt prachtig. Op de heenweg  hadden we hier veel regen en was ons niet opgevallen dat het hier zo mooi is. Het was vandaag dan ook wel het ideale weer om van de herfstkleuren te genieten. Geprobeerd foto’s te maken van alle moois wat we zien onderweg. Maar vanavond bleken de foto’s toch tegen te vallen. In het echt is het allemaal veel mooier. Onderweg in de stad Fredericton even rondgekeken en meteen Canadese dollars gehaald. Daarna  over een scenic byway verder gereden naar Monckton. Daar staan we nu op een camping midden tussen de bossen.

 

      


Zaterdag 8 oktober.
Vandaag zijn we weer verder gereden richting  Halifax. Het was weer stralend mooi weer. Na een paar kilometer kwamen we in de provincie Nova Scotia, Nieuw Schotland dus. Bij het Visitor Center, waar we een wegenkaart gingen halen, werden we begroet met doedelzak muziek, een dame in kilt stond daar te spelen. Alles in stijl dus. Even overlegd met de man aan de balie of we de Cabot Trail in het noorden van het eiland nog konden doen.
Het bleek ons dat we dan tot maandag erg veel kilometers moesten maken en weinig tijd hadden om uit te stappen en rond te kijken. We hebben er dus vanaf gezien. Vanmorgen zagen we trouwens  sneeuw  in de bermen en er was ook gestrooid tegen de gladheid.  Vanmiddag op de camping was het wel weer lekker warm in de zon, we hebben nog een hele tijd buiten kunnen zitten.
Dit is ons laatste verslag van deze vakantie. We moeten nu nog 2 dagen kleine stukken rijden en wat rondkijken en dan zijn we maandag a.s. op de laatste camping van deze vakantie. Deze camping is vlak bij Halifax en we willen dan dinsdag  naar de scheepsagent  gaan en de terugreis van de camper verder regelen, papieren e.d. Ook gaan we even  kijken bij de haven waar de camper donderdag  afgeleverd moet worden. Verder moet de camper van buiten gewassen worden en natuurlijk ook van binnen nog een beetje schoongemaakt.  Woensdag pakken we dan alles in wat donderdag  mee moet in het vliegtuig. Dat is niet zoveel, o.a. de laptops en de souvenirs moeten mee. Donderdagmorgen de camper zeewaardig maken en alles vastzetten voor de zeereis en inleveren bij de bevrachter. Zelf gaan we dan naar het vliegveld en vliegen om 22.00 uur via Reykjavik naar Amsterdam.
We kunnen nog wel doorgaan met dit verslag, maar er is niet veel meer te vertellen en dus hebben we besloten te stoppen. Mochten er toch nog schokkende dingen gebeuren, dan zullen we dat alsnog op de site zetten.
We hebben de afgelopen maanden heel veel mooie en interessante steden, natuur en dingen gezien.  Vrijwel alles wat we wilden zien, hebben we gezien. Ook niet geplande dingen waarvan men zei dat we die niet mochten missen. We hebben 30 staten van de USA bezocht en 5 provincies in Canada en in het geheel hebben we op een honderd verschillende campings gestaan. Oude buren bezocht en kennissen uit Kolham ontmoet. We hebben veel Amerikanen gesproken en die waren zonder uitzondering erg aardig. “Welcome in America“ was hun slagzin. Ze waren zeer gastvrij en hulpvaardig. Ook een aantal Canadezen en zelfs een paar Mexicanen gesproken. Ook veel Nederlanders en Duitsers, zelfs een Zwitser met een Nederlandse vrouw. We hebben het erg naar onze zin gehad en zullen vast nog vaak napraten over onze belevenissen en alle mooie en interessante dingen die we gezien hebben. Tot in Nederland!!

      

         

                  


Donderdag 13 oktober.
’s Morgens eerst de camper zeewaardig gemaakt. Dus alles stormbestendig vastgezet, watertanks leeggemaakt e.d.. De amerikaanse gasfles losgekoppeld en afgegeven op de camping. Die mag niet mee aan boord. Van Europa naar Canada wel als hij maar leeg is. Maar goed, elk land zijn eigen regels. Daarna naar de bevrachter, de camper moest voor 12 uur ingeleverd worden. Daar aangekomen bleek dat het havenpersoneel een vergadering had met de Union (Vakbond) en dat we om 11.30 uur zouden horen wat er verder ging gebeuren. Wachten dus. Inmiddels was er ook een Duits echtpaar met hun camper verschenen, die bij dezelfde organisatie de verscheping van hun camper geregeld had. Even daarna ook nog een Nederlands echtpaar. Om 11.30 uur kregen we te horen dat de verdere dag gestaakt ging worden en dat we morgen weer terecht konden. Voor de Duitsers was dat niet zo erg, zij zouden de volgende dag pas ’s avonds vliegen. Het Nederlandse echtpaar en wij deze avond om 22.00 uur. Problemen dus. Met ons zessen zijn we toen, in één camper, naar de scheepsagent gegaan om te overleggen, misschien dat die iets kon regelen, iemand die de volgende dag de campers aanbood bijvoorbeeld. Deze is gaan bellen en na  een paar uur wist hij te melden dat de avondploeg in de haven wel weer ging werken en dat hij geregeld had dat we dan alsnog de campers konden aanbieden. Vanaf 18.00 uur konden we terecht. We zijn daarna naar een Shopping Mall gegaan en hebben afzonderlijk gewinkeld. Diny heeft dus twee nieuwe vestjes. Om zes uur de campers ingeleverd met het nodige papierwerk, maar verder geen problemen. De Duitsers naar hun hotel en de Nederlanders met de taxi naar het vliegveld. Ingecheckt en naar de controle. Daar bleek bij de röntgen dat Diny twee houten pistooltjes ingepakt had en die zag je duidelijk op het scherm. Kadootje voor de kleinzoons, kunnen ze elastiekjes mee afschieten. Dat gaf natuurlijk de nodige hilariteit, maar ze mocht ze meenemen. Zelfs de beveiliging kon er om lachen. Daarna wachten. Toen het bijna zo laat was dat we het vliegtuig in zouden moeten, werd verteld dat er een paar minuten vertraging was. Dat werd drie kwartier en toen kregen we te horen dat de vlucht gecanceld was. Balen dus. Maar om een lang verhaal kort te maken, we zitten nu in het Hilton hotel, slapen, eten en koffie is geregeld, wijn moeten we zelf betalen. Voor het slapen gaan hebben we in de bar eerst maar eens een grote pint Lager gekocht om de gebeurtenissen van die dag nog eens met de Nederlanders te bespreken. Daarna zijn we gaan slapen.

      

      

      


Vrijdag 14 oktober.
Diny heeft vanmorgen gebeld met IJslandair en we kunnen vanavond mee. Er vliegt blijkbaar een extra vliegtuig of het is gerepareerd.
Inmiddels heeft Ide ook een email van IJslandair gekregen waarin de terugvlucht bevestigd is.


Maandag 17 oktober
Vliegtuig is inderdaad vertrokken op 14 oktober en na een overstap in IJsland zijn we op Schiphol aangekomen. Zoon Mark en kleinzoon Thijs stonden al te wachten. Dus we zijn weer bijna thuis.

 

 

            

 

Nu de camper nog!